Welke metselbij in de tuin?

Met zaden van wilde bloemen hebben we van een behoorlijk deel van onze tuin in twee jaar tijd een bloemenzee gemaakt. Ook hebben we gras in allerlei hoogten. Als ik een stap in dat gras zet, schieten er kleine sprinkhanen alle kanten op. Als ik een tijdje naar de bloemen kijk, zie ik ook steeds meer insecten: loopkevers en boktorren, kleine en grote zweefvliegen, muurwespen en goudwespen en een keur aan hommels en bijen.
‘Hommels en bijen’ is niet goed geformuleerd. Hommels zijn één van de 33 bijenfamilies die ons land rijk is. Honingbijen zijn ook één zo’n familie. Het zou raar zijn om te schrijven: ‘honingbijen en bijen’, nietwaar?
In de tuin hebben we honingbijen en allerlei hommels gezien, maar ook groef- en bandgroefbijen, pluimvoet- en grasbijen, andoorn- en lathyrusbijen, behangers- en metselbijen. Op de foto ziet u een metselbij op slangenkruid, een goede nectarbron voor bijen, die als een van de weinige planten niet door herten wordt gegeten.
Metselbijen vormen ook één van de 33 bijenfamilies. Ze metselen hun kraamkamertjes in holletjes, bijvoorbeeld in de tunnels die keverlarven knagen in dood naaldhout. In Nederland komen twintig soorten metselbijen voor. Of kwamen voor, maar stierven uit, zoals de grote metselbij en de tweekleurige metselbij. De meeste zijn zeldzaam, zoals de gouden metselbij, de slangenkruidmetselbij, de bosmetselbij en de boommetselbij. Van de laatste, die bijna nergens meer voorkomt, was in 2010 een kolonie ontdekt in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Die had zich gevestigd na beheermaatregelen op advies van bijenkundige Huib Koel, die erover schreef op zijn site wildebijen.nl. Intussen is de soort er weer verdwenen, hoogstwaarschijnlijk door gebrek aan bloemen. Die werden grotendeels opgegeten door de uitdijende kudde verwilderde damherten. In die duinen bloeit bijna niks meer behalve Jakobskruiskruid en slangenkruid.
Wacht eens: zou die metselbij op slangenkruid een slangenkruidmetselbij zijn? Obsidentify maakt er een rosse metselbij van. Maar ik zie niets rossigs. Toch Huib Koel eens vragen. Die antwoordt dat dit waarschijnlijk een ouder mannetje van de rosse metselbij is. Die oudjes verliezen hun rosse kleur. Mannetjes vliegen tot eind juni, vrouwtjes een maand langer.
(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 23 juni ’26)