Recht door zeekreeft

Ooit woonde ik een lezing bij van een sekte, waar een goede vriend in verstrikt raakte. De sekteleider grasduinde uit occulte clichés en legde lukraak verbanden, waarop het publiek gedwee knikte. Hij deed een spel waarbij je ongemerkt stapjes in zijn richting moest zetten, en als hij je zag bewegen was je af. Eén deelnemer sloop zijdelings voorwaarts.
De sekteleider zei tegen hem: ‘jij bent zeker een kreeft’, wat gelach teweegbracht. Iedereen wist dat kreeften opzij lopen. Of de man echt het sterrenbeeld kreeft had, ben ik vergeten. Het was wel lollig geweest.
Sekteleiders zijn slecht in de omgang met toeval, en hun biologische kennis is niet altijd up-to-date. Kreeften lopen niet zijwaarts. Dat doen krabben. Kreeften hebben tien poten, waarvan er twee tot scharen zijn gevormd. Ze lopen op acht poten, hoewel de twee voorste er vaak wat bij lijken te bungelen. Ik vermoed dat een kreeft daarmee obstakels voelt, maar ook voedsel ruikt. Ze hebben reukorgaantjes in alle looppoten. Met de twee grote antennes (voelsprieten) tasten ze ook de bodem af en worden ongetwijfeld eveneens geuren gedetecteerd. Dan hebben ze nog twee korte antennes waarmee ze ook al ruiken. Kreeften zijn wandelende neuzen; loopneuzen zeg maar.
De Oosterschelde was in Nederland tot een paar jaar geleden de plek om zeekreeften te zien. Er werden elk jaar ook duizenden kreeften gevangen. Dat is voorbij. In korte tijd lieten de kreeften in de Oosterschelde hun scharen hangen en gingen ze dood. Er worden hier en daar nog wel kreeften gezien, maar die hangen sloom rond en raken begroeid met een bruine, donzige begroeiing. Of die begroeiing oorzaak of gevolg is van een ziekte, is onbekend. De sterfte wordt onderzocht door de Wageningen Universiteit.
Misschien zijn in zee gedumpte staalslakken een oorzaak. Dat spul bedekt de bodem en sluit holen af. Er lekt waarschijnlijk ook vergif uit. Maar er lijkt geen verschil te zijn in sterfte tussen plekken met en zonder staalslak.
In het zoute Grevelingenmeer zijn zeekreeften uitgezet en gaat het nog goed met ze. Dat ze er nog lang over de bodem mogen kruipen, recht door zee.
(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 30 juni 2026)