De behangende bladsnijder

In onze tuin bloeit van alles en daarbij gonst van alles: bijen, hommels, zweefvliegen en kevers. Een bergje zand dat we opwierpen noemen we de keverberg annex bijenbult. Snuitkevers, heersbeestjes en ingekerfde schijnboktorren (wie kent ze niet) zijn er veel.
Onder de bosjes ligt hout te rotten. Ik zette een keer een dik, rottend stuk hout rechtop in het zicht en prompt vloog een grote bonte specht af en aan. Dood hout zit soms barstensvol keverlarven. Die larven knagen gangen door het dode hout, tot ze zich tot kever transformeren en het hout verlaten. Op die plek blijft een gaatje zichtbaar.
Het kon niet uitblijven of wij kregen bezoek van een grote bladsnijder. Dat is een vrij grote bij, met brede voorpootjes en een behaarde borst om stuifmeel mee te verzamelen. Dat borsthaar wordt een buikschuier genoemd. Op de foto staat een mannetje, herkenbaar aan een borstelsnor van Kader Abdollah-achtige allure.
Deze bij hoort bij de behangersbijen, die hun broedcellen bekleden met stukjes blad. Die stukjes blad knagen ze zelf uit levende bladeren. De grote bladsnijder brengt de uitgeknaagde stukjes blad naar haar holletje, in zelf gegraven gangen of in bijvoorbeeld een oude kevergang in hout. Daarin nestelt ze. Ook bamboestengels worden gebruikt. Met de blaadjes behangt ze de gangen en knipt ze ronde tussenwandjes die perfect passen. Ze boetseert ze dicht met van blad gekauwde pulp. Elk eitje krijgt een eigen voorraadkamer met stuifmeel van allerlei verschillende soorten bloemen.
Zoals veel bijen legt een behangersbij eerst enkele bevruchte eitjes, het diepst in de gang. Het voorste deel wordt gevuld met onbevruchte eitjes. Dat doet ze niet zonder reden. In de volgende lente komen de onbevruchte eitjes het eerst uit. Daaruit komen de mannetjes. Die vliegen uit en maken zo de weg vrij voor de vrouwtjes. Die worden opgewacht door hitsige mannen. De mannetjes sterven na de daad en zijn verder nutteloos. Vrouwtjes zijn belangrijker. Die zitten dieper in het hol en zijn daar veiliger voor vijanden, van sluipwespen tot spechten.
Er zijn in Nederland vijftien soorten behangersbijen, en hopelijk huisvest onze tuin er meer, want op de grote na zijn ze allemaal zeldzaam, met inbegrip van de gewone behangersbij.
(Natuurdagboek Trouw, donderdag 2 juli ’26)