Prachtige plevieren

Mei is de tijd om waadvogels, die onderweg naar hun noordelijke broedgebieden Nederland passeren, in hun mooiste zomerdracht te zien. Met waadvogels bedoel ik steltlopers: strandlopers, plevieren, ruiters en nog een paar groepen.
Afgelopen weekend maakte ik met drie oude, nog net geen bejaarde vrienden een vogelkijkronde door het Lauwersmeer. Er waren vrij veel kemphanen, enkele kleine plevieren en twee kleine strandlopers. Meer soorten bleken er te zien toen we even over de zeedijk loerden. Op de droogvallen wadplaten stapten honderden bonte strandlopers rond, in de lente herkenbaar aan onder meer hun zwarte buikjes.
Rosse grutto’s en kanoetstrandlopers tooiden zich in hun fraaiste oranjerood en oranje, alsof ze supporters van het koningshuis dan wel het voetbalelftal waren. De rosse grutto’s wurmden met hun lange snavels wormen uit het slijk, de kanoeten zochten kleine schelpdiertjes.
Regenwulpen wipten met hun kromme snavel krabbetjes op. Hoewel lang, is die snavel korter dan die van gewone wulpen. Ze zijn zelf ook kleiner dan wulpen en hebben een gestreepte kop.
Bontbekplevieren waren er veel; schoonheden met een zwart puntje aan hun gele snavel. Plevieren zijn een fraaie familie. Vooral goud- en zilverplevieren mogen er wezen. Beide waren er in behoorlijke aantallen.
Goud- en zilverplevieren zitten qua formaat tussen een strandloper en een rosse grutto in. Ze zijn goudbruin met wit, respectievelijk zilvergrijs met wit en hebben beide een gitzwarte keel, hals en borst. Ze fluiten soms naar elkaar en dat klinkt melancholiek.
Goudplevieren hebben ooit in Nederland gebroed, en overwinteren nog steeds in de noordwestelijke helft van ons land, maar hun aantal slinkt. Ze broeden nog in Schotland, IJsland, Scandinavië en de Baltische landen.
Zilverplevieren broeden veel noordelijker: in de Arctische delen van Rusland en Canada. Ze overwinteren langs Europese en Afrikaanse kusten en zijn echte kustvogels. Ik zag ze vorige maand aan de Atlantische kust van Marokko, hun zwarte borst nog in de rui en vlekkerig. Intussen bereikten ze net als ik de Waddenzee. Ook in het Deltagebied zijn ze gemakkelijk te vinden.
(Natuurdagboek Trouw, maandag 18 mei ’26)