Kleine stofwolk

Kleine stofwolk

Paardenbloemspanner. Foto Koos Dijksterhuis
Paardenbloemspanner. Foto Koos Dijksterhuis

Als natuurdagboekanier schrijf ik graag over dieren en planten die ik zelf tegenkom. Dat heeft als bijkomend voordeel dat mijn onderwerp enigszins actueel is. Hoewel ik tijdloosheid nastreef, want wie in het hier en nu leeft, plukt de dag, zo doen alle moderne coaches en goeroes geloven. De dieren en planten die ik tegenkom hebben weinig last van gepieker over de toekomst dan wel gezwijmel bij het verleden. Die leven, zij het niet allemaal, bij de dag.

Dat ik bij voorkeur schrijf over wat ik zelf meemaak, heeft een keerzijde: de dieren en planten die zich gemakkelijk laten zien, hebben meer kans de krant te halen. Nachtvlinders zijn er veel meer dan dagvlinders, maar je ziet ze niet hè. Tenzij ze overdag actief zijn, zich snel uit de planten laten opjagen of op licht afkomen en op het keukenraam gaan zitten.

De paardenbloemspanner laat zich snel uit de planten opjagen en komt op licht af. Dat laatste deed de vlinder op de foto, die op het keukenraam plaatsnam. De kans dat een paardenbloemspanner het Natuurdagboek haalt is dan ook veel groter dan dat zeg een groot avondrood die eer te beurt valt. Terwijl groot avondrood niet alleen een fraaie naam heeft, maar ook indrukwekkend rood en groot is. Hij wordt rond middernacht actief, een diep in de nachtvlinder dus. Ik heb er weleens een bij de buitenlamp gezien, maar nog nooit op het raam.

Paardenbloemspanners zien er maar saai uit. De Britten noemen hem small dusty wave, ik zou het vrij vertalen als kleine stofwolk. Dat is bovendien een niet zo misleidende naam als paardenbloemspanner, want hoewel paardenbloembladeren wel gegeten worden, is klimop de belangrijkste waardplant – dat is de plant die de rupsen eten. Klimop staat er genoeg in onze tuin; dat is een veelzijdige klimplant waar vele dieren in en van leven. Aan paardenbloemen is in onze tuin trouwens ook geen gebrek.

Deze nachtvlinders zijn algemeen in bossen, parken en tuinen, als er maar klimop is. Ze vliegen van april tot oktober, in twee opvolgende generaties. De eerste piekt in mei en juni. In juli kruipen ze meer rond als rups en in augustus en september gaan ze helemaal los.

(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 19 mei ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *