De koekoek delegeert

De koekoek delegeert

Koekoek. Foto Koos Dijksterhuis
Koekoek. Foto Koos Dijksterhuis

Op mijn eerste wandeling na thuiskomst uit Marokko zag ik een vogel in de bosjes zitten. Ze hield zich stil, op haar af en toe draaiende kop na. Ze was zo groot als een Turkse tortel maar had een gestreepte borst als een sperwer.

Ik had er in Marokko al één gehoord, en onderweg in Frankrijk één gezien (het karakteristieke, valkachtige silhouet met de gekromde puntvleugels), maar viel nu wel met mijn neus in de boter: een koekoek. Ze zat op een meter of vijftien afstand, hooguit twintig. Ze zat in bosjes in een rietveld. Ze loerde ongetwijfeld naar de rietzangers en kleine karekieten die daar aan het zingen waren en hun territoria verdeelden.

Als die zangers weldra hun eieren leggen, is het wel zo handig als zij vast weet waar ze de nestjes kan vinden. Haar sperwerachtige uiterlijk kan tegengestelde effecten oproepen. Misschien vluchten de zangvogels weg, zodat ze ongezien eieren kan dumpen. Misschien ook storten de zangvogels zich ook samen op hun gevaarlijke indringer, en jagen ze haar weg. Het laatste zou niet in der koekoeken belang zijn, dus lijkt het eerste me de juiste verklaring.

Nu verloopt de evolutie van zo’n door andere soorten opgevoede vogel opmerkelijk. Door sommige erfelijke voorkeuren alleen van moeder op dochter door te geven, kunnen koekoeken hun eieren generatie na generatie steeds beter laten lijken op die van hun slachtoffers. Ze moeten dan wel telkens dezelfde soort zangvogel uitkiezen. Daardoor zijn er koekoeken die alleen op kleine karekieten parasiteren, en koekoeken die hun ei alleen in het nest van een graspieper leggen.

Een goede kennis van me zei onlangs dat ie niet begreep waarom een koekoek eieren legt in andermans nest. Ik vertelde dat er ook vogels zijn, eenden bijvoorbeeld, die soms een deel van hun eieren bij anderen dumpen. ‘Aha’, zei hij, ‘risicospreiding’. Dat begreep hij wel.

Koekoeken hebben geen omkijken naar hun kuikens. Ze laten anderen het werk doen en kunnen daarom per lente wel tien of twintig eieren leggen. Allemaal in een ander gastnest. Dat is nog eens risicospreiding! En delegering van taken bovendien.

(Natuurdagboek Trouw, donderdag 14 mei ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *