Lucifers in de beek

Goed nieuws uit de natuur: het beekmijtertje neemt toe. Beekmijtertjes zijn piepkleine lentepaddenstoeltjes die in beekjes of beekbeddingen groeien. Een plas wil ook wel, mits geen modderige janboel maar met schoon en helder kwelwater.
Natuurliefhebber en -fotograaf Piet Bijma uit Feerwerd stuurde mij een prachtige foto van de gele kleinoodjes en wilde me ze wel laten zien. Tijdens een onweerswolkbreuk bogen wij ons over de zwammetjes.
De eerste plek die hij kende was alweer bijna leeg. We vonden drie jonge exemplaren, half zo groot als een lucifer. Een witte lucifer met een gele kop. Er hadden er veel meer gestaan, maar het was al juni en beekmijtertjes zijn er in april en mei. Zwammen zijn er vaak maar even.
De andere groeiplaats leverde meer op. Tientallen mijtertjes in vol ornaat. Voor de wolkbreuken was het een tijd kurkdroog geweest en het beekje waarin de beekmijtertjes staan stroomde niet meer. Maar het was er nog wel nat. Er stond wat mos en er lagen bruine eikenblaadjes. De zwammetjes leven van het gevallen blad van elzen en eiken en andere bomen, vooral als dat blad onder een dun laagje schoon water ligt. Rottend blad en schoon water is geen vanzelfsprekende combinatie. En gezien de hoogte van de paddenstoeltjes mag het water niet dieper zijn dan twee centimeter, anders gaan ze kopje onder. En dat ondiepe water moet bij voorkeur stromen, maar niet snel.
Dat je het met zulke voorkeuren in ons van stikstof en andere ellende vergeven land redt, is een prestatie. Kwelwater vormt een van onder opwellende buffer tegen ontwatering, meststoffen en bestrijdingsmiddelen uit de landbouw die altijd in de buurt is. En dankzij aanvoer vanuit de bodem droogt een kwelwaterbeek niet snel helemaal op.
Op veel plekken zijn ze verdwenen, maar het netto aantal vindplaatsen neemt sinds een jaar of 25 weer toe. Het kan eraan liggen dat ze beter gedocumenteerd zijn, maar zo langzamerhand lijkt het na een lange periode van getob weer vooruit te gaan.
Je moet wel goed kijken want je ziet de kleintjes zomaar over het hoofd. Beekjes in elzenbroekbos en eikenhakhout zijn kansrijke plekken.
(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 9 juni ’26)