Nachtvlinders met klassieke belettering

Mi-vlinders zijn nachtvlinders, maar als je ze wilt zien moet je op klaarlichte dag als de zon schijnt door klavervelden struinen. De vlinders zijn gemakkelijk te verstoren, waarbij ze een klein stukje vliegen en weer gaan zitten; ze zitten vaak met licht trillende vleugels op een blad. Dat trillen met de vleugels beheersen gamma-uilen nog beter.
Mi en gamma zijn een Romeinse respectievelijk Griekse letter. De mi verwijst naar de m die op elk van de vleugels van de mi-vlinder staat. De gamma-uil heeft op iedere vleugel een gamma, je zou die letter de Griekse voorloper van onze g kunnen noemen, al staat ie in het Griekse alfabet op de derde plek, waar bij ons de c staat.
Gamma-uilen zijn ook nachtvlinders, en zijn zowel ’s nachts als overdag actief. Vooral in de schemer komen ze in actie en kun je ze soms massaal van bloem naar bloem fladderen. Ze lurken nectar terwijl ze razendsnel blijven klapwieken. Dat doet ze lijken op kolibrievlinders. Gamma-uilen kunnen net als kolibrievlinders vliegend drinken, maar gaan er ook vaak bij zitten, hoewel hun vleugels dan blijven wapperen.
Overdag zie ik ze vaak laag boven de grond op bloemen zitten, klavers bijvoorbeeld, of – later in de zomer – munt. Dan vliegen ze verstoord voor me op. Ze strijken ‘s nachts neer op kamperfoelie en teunisbloem, twee planten met nachtelijk geopende en geurende bloemen.
Gamma-uilen zijn trekvlinders uit het Middellandse Zeegebied. Ook daarin lijken ze op kolibrievlinders. En op distelvlinders, wat dan weer dagvlinders zijn. Hoewel het deze lente vaak uit het noorden waaide, zijn gamma-uilen en distelvlinders in groten getale tegen de wind opgetornd. Misschien krijgen we ook nog een invasie van kolibrievlinders.
Mi-vlinders en gamma-uilen zijn niet de enige vlinders met Latijnse of Griekse belettering. Nachtvlinders kennen hun klassieken! Er bestaat ook een (zeldzame) ni-uil en verder is er de prachtige jota-uil. Die komt op een paar plekken in ons land voor, onder andere in Noord-Drenthe, waar ik woon. Vliegtijd juni en juli, dus kom maar op!
(Natuurdagboek Trouw, maandag 8 juni ’26)