In en uit de kast!

In en uit de kast!

Koolmees voert jong. Foto Koos Dijksterhuis
Koolmees voert jong. Foto Koos Dijksterhuis

Vanuit ons huisje op Schiermonnikoog hebben we zicht op een zogenoemde mussenflat. Dat is een driedelige nestkast, met drie appartementjes boven elkaar, elk voorzien van een vlieggat.

Iemand heeft ooit bedacht dat mussen, omdat ze met elkaar optrekken, graag in een flat wonen. Geen luxe-penthouse, maar een stapel identieke éénkamer-appartementen. Gek eigenlijk. Als er één diersoort is die met elkaar optrekt, is het de mens wel. Wij mensen betalen zelfs honderden euro’s om in een volgestouwd vliegtuig naar een volgepropt strand te reizen. We betalen tien keer zoveel voor een kop koffie als we er op een druk terras mee mogen zitten. Toch ken ik niemand die liever in een flat woont dan in een vrijstaand huis. Waarom zouden mussen dat dan wel willen?

Mussen willen dat niet. Onze mussenflat hangt er al jaren en er hebben heel wat mussen in gebroed. Ze zaten altijd in het bovenste kastje. Altijd.

Er hebben ook heel wat mezen in gebroed. Ze zaten meestal in het bovenste kastje. Maar niet altijd. Als er al mussen uitgevlogen waren, kozen koolmezen toch een ander kastje, meestal het middelste. Mussen maken een slordig nest dat de hele ruimte vult. Mezen maken een keurig nestje, met mos afgewerkt.

Soms raakte een mees in de war van de drie gaten, en verdeelde zij haar eitjes over de kastjes. Dat werd altijd een drama, want nu eens hier broeden, dan weer daar – geen ei kwam uit.

Dit jaar zit ik naar de kast te kijken en twee van de kastjes worden druk bevlogen. Het bovenste blijkt in bezit van huismussen, het onderste van koolmezen. Soms maken mees en mus even ruzie, met veel misbaar, maar niet lang, want het kroost en de plicht roepen.

De vogels vliegen af en aan: aan met rupsen en insecten en af met poepzakjes. Ineens vliegt er een pimpelmees de middelste kast binnen, en even later weer uit. Nee maar, alle drie de kastjes bezet door drie soorten vogels!

Helaas zie ik de pimpelmees niet meer. Of er in de middelste ruimte genesteld, gelegd en zelfs gebroed wordt, controleer ik pas als de andere broedsels uitgevlogen zijn. Een dag later is dat bij de mussen zover. Ineens overal mussen die weer snel verdwijnen. Na twee dagen nestelen moeder en vader mus zich andermaal in de kast.

De mezen vliegen nog af en aan, wel achttien uur per dag. Ze lijken onvermoeibaar. Kunnen vogels een burn-out krijgen?

(Natuurdagboek Trouw, maandag 1 juni ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *