Dode duif

Dode duif

Geplukte duif. Foto Koos Dijksterhuis
Geplukte duif. Foto Koos Dijksterhuis

Op Schiermonnikoog wandel ik met hond door de duinen. Op het pad ligt een partij grijze veren. Daar is een duif gepakt. Hond trekt vooruit, want een paar meter verder ligt de geplukte duif. Het is een postduif.

Hij of zij heeft wel drie ringen om z’n poten. De standaardring bevat de code NL2025 1238534. Ik probeer de ringen van de poten te trekken maar dat lukt niet. Vroeger zou ik mijn zakmes gepakt hebben en de ring aan het koord van mijn verrekijker hebben geregen. Maar het bloederige hoopje botten met vleugels stinkt flink en ik deins terug. Bovendien moet ik met één had de hond erbij weghouden – ze heeft duidelijk een andere geurbeleving.

Ik noteer het nummer en laat de duif liggen. Vroeger, toen ik klein was, hielden we thuis duiven. Niet om wedstrijden mee te doen, maar voor de lol. We kregen weleens vermoeide postduiven op bezoek die na een paar dagen weer vertrokken. Eén zo’n bezoeker bleef. Mijn moeder achterhaalde via de ringcode de eigenaar en belde die op. Die bromde iets als: draai haar d’r nek maar om’. De duif had zich gediskwalificeerd als wedstrijdvlieger en bleef voortaan bij ons wonen. We noemden haar Tante Pos. Nu zal niet iedere duivenhouder zo reageren; men wil vast wel weten waar zijn duif is gebleven. Maar ik laat het klusje toch even zitten.

In de film Vogelvrij van de Dierenbescherming zegt een duivenmelker dat hij sommige duiven ‘opruimt’. Als de minder snelle, behendige en slimme duiven dood moeten, spreekt het minder vanzelf dat duivenhouders een hekel hebben aan slechtvalken, haviken en sperwers, de duivenvangers onder de roofvogels. Die pakken de traagste en zwakste broeders, en nemen de duivenmelker een rotklus uit handen.

Omgekeerd zouden vogelonderzoekers de postduiven serieuzer kunnen nemen. Er zijn 11500 leden van de duivensportbond. Daarnaast zijn er niet-leden met duiven en stadsduiven. Het gaat om honderdduizenden duiven. Die vormen een niet te onderschatten voedselbank voor bijvoorbeeld die drie roofvogels.

Onze dode duif zal ook wel door een roofvogel gepakt zijn. Vijf dagen na de vondst ga ik alsnog op zoek naar de eigenaar. Op de site van de duivensport kun je ringcodes doorgeven. Mijn duif bleek in bezit te zijn geweest van iemand uit Leiden. Duif is dus 190 kilometer van huis overleden. Ik bel de eigenaar, maar die was drie dagen geleden al ingelicht, twee dagen na mijn vondst dus. Had ik nou maar meteen gebeld…

(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 2 juni ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *