Grasbijen in de tuin

Grasbijen in de tuin

Grasbij op honingklaver. Foto Koos Dijksterhuis
Grasbij op honingklaver. Foto Koos Dijksterhuis

De grasbij was een Zuid-Nederlandse soort, maar heeft intussen het hele noorden gekoloniseerd. Het is een soort voor de betere tuinen, waar ze in grote aantallen kunnen nestelen. Ook onze tuin hebben ze gevonden. Ze graven holletjes in een niet te dichte grasmat.

Grasbijen, lees ik op wildebijen.nl, vliegen voor hun nectar en stuifmeel op allerlei soorten bomen en planten: ‘wilgen, paardenbloem, klein hoefblad, jacobskruiskruid en boerenwormkruid’. Soorten die in onze tuin staan, behalve klein hoefblad. Dat bloeit vroeg, als er nog weinig grasbijen zijn. Grasbijen vliegen van maart tot september, met twee pieken: april/mei en juli. In april en mei graven grasbijvrouwen hun tunnels in de grond, waarin ze een rijtje broedcellen met een stuifmeelvoorraadje maken. Normaliter brengen bijenlarven daar de winter door, om in de lente te verschijnen als bij. Grasbijen verschijnen twee keer per jaar: in de lente en in de zomer.

In de diepste broedcellen worden bevruchte eitjes gelegd, in de oppervlakkige cellen onbevruchte. De onbevruchte komen het eerst uit en bevatten uitsluitend mannelijke bijen. Die mannetjes nemen posities in op uitkijkposten en patrouilleren door de lucht, om toe te snellen zodra iets later uit de bevruchte eitjes de vrouwtjes verschijnen. Vrouwtjes zijn ingewikkelder constructies dan mannetjes. Ze leiden ook een complexer bestaan. Mannetjes hoeven alleen maar hun zaad te lozen en gaan dan dood. Vrouwtjes moeten eitjes vormen, holen graven, stuifmeelvoorraden aanslepen, bevruchte eitjes afzetten en vervolgens nog een paar onbevruchte. Hoe langer ik me in de natuur verdiep, hoe meer bewondering ik krijg voor het vrouwelijke deel. Mannen hebben het maar gemakkelijk.

Gezien de hierboven opgesomde bloemenlijst zijn grasbijen niet kieskeurig, het zijn bloemrijke bijen. Op de foto poseert een grasbij op goudgele honingklaver.

Grasbijen hebben een geduchte vijand: de kortssprietwespbij. Die lijkt op een wesp maar is een bij, die parasiteert op grasbijen. Ze dumpt haar eitjes in de kraamkamers van de grasbijen, waarna de grasbijlarfjes of -eitjes worden gedood door de wespbijlarven. De indringers leven van het stuifmeel van de grasbij. In navolging van grasbijen vliegen kortssprietwespbijen in twee generaties en komen ze vooral in Zuid-Nederland voor.

(Natuurdagboek Trouw, maandag 6 juli ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *