Agaat voor de keel

Uit een nalatenschap kreeg ik een in tweeën gebroken stuk kwarts met het formaat van een kippenei. Het gesteente was gebroken, zodat het fraaie, kristallijne interieur zichtbaar werd.
Ik heb in een gesteentengids gezocht en op internet, en uiteindelijk werd mij op een forum verklapt welke soort kwarts ik had. Het zou agaat-chalcedoon zijn. Druif-agaat-chalcedoon zelfs. De druif slaat op de paarse kleur.
Op de website helenmetstenen.nl lees ik dat agaat en chalcedoon allebei een vorm van kwarts zijn en dat zulks ook geldt voor jaspis. Op een tekening zie ik dat er in een brok kwarts macrokristallijn en microkristallijn te vinden is. Het laatste bevat chalcedoon dat op zijn beurt jaspis en agaat kan bevatten. Chalcedoon is ‘een microkristallijne kwarts met een trigonaal kristalrooster’.
Helen met stenen suggereert dat stenen je kunnen genezen. Ik heb andere ervaringen. Ik heb mijn knieën meermaals opengehaald aan harde en scherpe rotsen. Ik had daarna meer aan pleisters dan aan stenen. Maar het gaat in de edelsteentherapie om liefst fraai geslepen en aan een halsketting gedragen stenen. Die stimuleren gewenste eigenschappen, en remmen ongewenste af. ‘Helen’ dient men niet letterlijk op te vatten.
Agaat is er in allerlei typen, uit alle windstreken. Het ontstaat in gasbellen in lava en vooral magma. Magma is het vloeibare gesteente in de aarde, en dat wordt lava genoemd als het uit de aarde stroomt bij een vulkaanuitbarsting. Veel van de in magma opgesloten gassen komen bij zo’n uitbarsting vrij. Lava stolt snel en wordt dan basalt. Magma stolt traag en wordt graniet. Daarin blijven veel gasbellen opgesloten zitten. Tegen zo’n bel vormen zich de kwartskristallen van agaat.
Agaat bestaat zoals alle kwarts en ook het zand onder de tegels uit siliciumdioxide. Dat is na water de meest voorkomende stof op aarde. Agaat stimuleert, lees ik, de keelchakra en daarmee de verbale communicatie. Vandaar dat er zoveel geklessebest wordt! Ook zorgt het voor verbondenheid in groepen. En als klap op de vuurpijl verwijdert het ‘negatieve aanhechtingen uit zowel dit als uit vorige levens’.
(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 3 juli ’26)