Berenklauw – insectenwonderplant

De hond nam me mee uit wandelen over een pad met veel berenklauw in de berm. Het betreft de gewone berenklauw, die heel ander blad heeft en half zo groot wordt als de gevreesde reuzenberenklauw.
Hond heeft onderweg van alles te snuffelen en geeft mij dan de tijd om de witte schermbloemen van de honderden berenklauwen te bekijken. Op elke bloem wemelt het van de rode weekschildkevertjes. Als ze geen stuifmeel eten, zijn ze aan het paren. Snoepen en seksen – het leven van die kevers is overzichtelijk.
Op veel van de bloemen zit een wesp. Vaak zijn dat Franse veldwespen met hun lange vleugels. Ook sluipwespen zie ik erop zitten, zoals de fraaie Ichneumon sarcitorius die op nachtvlinders parasiteert, en die geen Nederlandse naam heeft. En allerlei soorten vliegen, uit de beste families, zoals zweefvliegen. Ik zie een langlijfje, een donker doflijfje, een wollig gitje, vijf soorten bijvliegen waaronder een heleboel blinde bijen. Ook een doodskopzweefvlieg vertoont zich, een zwartvleugelstekelwapenvlieg en twee grote narcisvliegen. Een bijzondere kostganger is de wantssluipvlieg, een soort die parasiteert op wantsen. De bijen houden zich gedeisd, op een honingbij na en een aardhommel.
Van de vlinders zie ik opmerkelijk veel landkaartjes. Ze zitten met gespreide vleugels op berenklauw nectar te lurken. Een oranje dwergbladrollertje is een leuke vondst die ik pas thuis op de computer op de foto ontdek. Dat is een microvlinder wiens rupsjes in een opgerold en met gesponnen draden bijeen gehouden blaadje huizen.
In het buitenland zag ik vaak boktorren op berenklauw, en vandaag overkomt me dat twee keer.. Vanwege de lange, taps toelopende vorm van de dekschilden en de grote antennes vind ik boktorren de mooiste kevers. Op de steel van een berenklauw zit een distelboktor Nog mooier is de geel met zwart gevlekte smalboktor op een bloem.
Als ik mensen een boktor aanwijs, brommen ze altijd iets als ‘gelukkig niet in huis’. De uitgebreide familie boktor heeft slechts één lid dat in zolderhout leeft. En die bepaalt het imago van de hele clan. Precies zoals men bij berenklauwen alleen maar aan negatieve kenmerken van de reuzenberenklauw denkt.
(Natuurdagboek Trouw, donderdag 24 juli ’25)