Reuzenvlinder in de tuin

Reuzenvlinder in de tuin

Ligusterpijlstaart. Foto Koos Dijksterhuis
Ligusterpijlstaart. Foto Koos Dijksterhuis

Vroeg in de avond viel mijn oog op een gigantische vlinder, op een plank vlak boven het gras. Hij, of beter: zij (bleek later) had een zwart met wit masker. Het insect bewoog niet. Ik schatte de lengte op zes centimeter.

Ik haastte me naar binnen om de camera te pakken. Zat ze er nog? Ja ze zat er nog. Binnen vergeleek ik de foto’s met plaatjes en het was een ligusterpijlstaart. Met gespreide vleugels toont die soort een roze met zwart lijf, maar deze hield de vleugels strak gevouwen.

De plank waarop ze zat is de rand van een kleine veranda aan onze schuur. Het afdak erboven rust op twee oude, hergebruikte palen. De vlinder zat vlakbij één van die palen. Het afdak is begroeid met sedum, maar er hangt een onbelemmerde liguster overheen. Ligusters maken meestal deel uit van een strak gesnoeide heg, maar deze wordt nooit gesnoeid en groeit en bloeit dus onbelemmerd door. Vermoedelijk was de vlinder niet toevallig vlakbij de liguster gaan zitten. Daarop leven de rupsen van deze pijlstaartvlinders. Hoewel die ook wel andere loofbomen lusten, zoals es en sering. De liguster in kwestie staat in gezelschap van een es, een appel en een paar kornoeljes. In de buurt staan twee jonge seringen en een beukenhaag.

Toen ik drie uur later naar bed wilde, en het al donker was, ben ik nog even gaan kijken. Ze zat er nog precies zo. Daarom denk ik dat ze pas was ontpopt en uit de grond was gekropen. Maar misschien zat ze als een muurbloempje te hunkeren naar een man met vlinders in z’n buik. Of was ze al op vrijersvoeten geweest en bereidde ze de eileg voor?

Op de site van de Vlinderstichting las ik dat vers ontpopte ligusterpijlstaarten soms te vinden zijn op verticale oppervlakken, zoals boomstammen en muren.

De volgende dag was de vlinder gevlogen, maar zaten er groene bolletjes van een millimeter doorsnee aan de paal gekleefd. Een speurtocht op internet en navraag bij vlinderkenners leverde het sterke vermoeden op dat het ligusterpijlstaarteitjes waren. Daaruit bleek dat ze een vrouwtje was.

Me dunkt dat ze die eitjes beter op de liguster had kunnen afzetten. Ik hoop bonnenkort de tien centimeter lange rupsen te zien. Zo nodig wijs ik hen de weg.

(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 25 juli ’25)

 

DELEN
Reacties zijn gesloten.