Natuurdagboek

Paasbloemen

Paasbloemen

Oranjetipje op pinksterbloem en op look-zonder-look Foto’s Koos Dijksterhuis
Oranjetipje op pinksterbloem en op look-zonder-look. Foto’s Koos Dijksterhuis

Hoewel Pasen zijn status van vruchtbaarheidsfeest (hazen, eieren) eer aandeed met een losbarstende lente, bleven de pinksterbloemen in mijn tuin voor de zekerheid nog in de knop. Meestal bloeien pinksterbloemen allang met Pasen en zijn ze voor Pinksteren al uitgebloeid. Niet dat Pasen dit jaar zo vroeg viel, maar kennelijk vonden de pinksterbloemen het te koud.

De hele winter zag ik hun kleine ronde blaadjes in het gras. In april daar zijn daar zoals elk jaar stengels uit omhoog geschoten, die zich vertakken tot meerdere steeltjes met een knop. Sommige knoppen schijnen al paars door. Ze zien eruit of ze elk moment open kunnen barsten. Maar zo blijven ze er rustig een week lang uitzien.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Een van onze mooiste vogels

Een van onze mooiste vogels

Gekraagde roodstaart. Foto Koos Dijksterhuis
Gekraagde roodstaart. Foto Koos Dijksterhuis

April is de feestmaand voor wie het terugzien van oude bekenden feestelijk vindt. Al ken ik de individuen niet persoonlijk, de vogelsoorten die zich aandienen na terugkeer uit het verre zuiden, zijn een feest van herkenning.

Zondagochtend 10 april – het is koud, het waait hard en hoewel de zon fel door de schoon gespoelde dampkring flonkert, drijven er donkergrijze wolken over waaruit regen striemt. Slecht weer voor vogels kijken, maar hé, het is april. Daarbij scheelt slecht weer in de mensenmassa die op de been komt. Een ommetje dus maar.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Gele lipbloemen van Amersfoortse afkomst

Gele lipbloemen van Amersfoortse afkomst

Gele dovenetel. Foto's Koos Dijksterhuis
Gele dovenetel. Foto’s Koos Dijksterhuis

De gele dovenetels komen tot bloei, ook die in mijn tuin. Dat zijn afstammelingen van de gele dovenetels die ik op mijn elfde uit het hondenpoepbosje Klein Zwitserland bij Amersfoort haalde. Ik liep veel door het bos, liet er honden uit, bouwde hutten en verzamelde tamme kastanjes. En dovenetels. Mijn vader had eens een pol bosanemonen meegenomen voor in de tuin, en hij bracht mij op ideeën.

Gele dovenetels zijn, net als witte en paarse dovenetels, heel algemeen. Hun bladeren lijken op brandnetelbladeren maar ze hebben geen netelharen en laten bij aanraking geen brandblaartjes achter. Een dier dat of een plant die niet prikt noemt men blind of doof, geen idee waarom. Blinde bij, dovenetel.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zwart petje

Zwart petje

Zwartkop. Foto Koos Dijksterhuis
Zwartkop. Foto Koos Dijksterhuis

In het Natuurdagboek van gisteren schreef ik dat de eerste zwartkopjes gesignaleerd zijn. Ik had het stukje nog niet ingeleverd, of ik hoorde mijn eerste zwartkop dit jaar. De heldere zang, lijkend op een merellied, maar sneller en niet zo melancholiek, schalde uit de top van een nog kale boom.

Zwartkopjes zijn zo groot als koolmezen. De mannetjes zijn grijs met een zwarte pet tot aan de ogen. De meeste overwinteren in het buitenland, van Zuid-Engeland tot Marokko. Eind maart / begin april zoeken ze hun broedgebied op. De mannetjes komen het eerst aan, zoeken een geschikte plek en beginnen te zingen, om maar geen arriverend vrouwtje te missen. De vrouwtjes laten zich toezingen maar zingen zelf niet. Zij hebben geen zwarte, maar een bruine pet.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Laat de boertjes maar komen

Laat de boertjes maar komen

Boerenzwaluw. Foto Koos Dijksterhuis
Boerenzwaluw. Foto Koos Dijksterhuis

In april barst de vogeltrek los. Dat zal ook dit jaar weer gebeuren, voorspel ik, al gebeurt het nu nog niet. Dit is een controleerbare voorspelling; kom daar bij Nostradamus of Jomanda eens om. April duurt nog vier weken en in die tijd arriveren de eerste gekraagde roodstaarten, vliegenvangers, boompiepers, grasmussen, braamsluipers, boomvalken, purperreigers, koekoeken, nachtegalen, huiszwaluwen en gierzwaluwen. En vele andere.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Struwelen voor grasmus en geelgors

Struwelen voor grasmus en geelgors

Grasmus-en-Geelgors Foto's Koos Dijksterhuis
Grasmus-en-Geelgors. Foto’s Koos Dijksterhuis

In het akkerland van Muntendam in Oost-Groningen zijn in 2009 en 2018 bijna honderd ongebruikte hoekjes met een omvang van elk tien tot honderd vierkante meter beplant met struwelen van onder meer meidoorn, hondsroos, vuilboom, liguster, vlier en lijsterbes. Deze groene oases verleidden 34 paren grasmussen en 27 paren geelgorzen tot broeden; voor beide vogelsoorten een aantalsverdubbeling.

Zoals alle vogels van het boerenland hebben geelgorzen en grasmussen het niet overal zo gemakkelijk. Niet dat ze zo kieskeurig zijn, maar als het landschap slechts uit één gewas bestaat, houdt het zelfs voor deze relatief gemakkelijke kostgangers op. Omgekeerd zijn ze eenvoudig te paaien, zo blijkt uit dit experiment van Kenniscentrum Akkervogels Grauwe Kiekendief met wetenschappers, burgers en akkerbouwers. Zij publiceerden hun bevindingen in De Levende Natuur.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Een doodgewone zwartkamdwergspanner

Een doodgewone zwartkamdwergspanner

Zwartkamdwergspanner. Foto Koos Dijksterhuis
Zwartkamdwergspanner. Foto Koos Dijksterhuis

Er zat een vlindertje op het raam. Met gespreide vleugels hield ie zich roerloos tegen het glas. Zat ie binnen of buiten? Buiten, ik keek tegen zijn of haar onderkant aan. Voor de foto liep ik naar buiten, waar ik op mijn tenen stond en de camera optilde, want het beestje zat hoog. Even later kon ik hem benoemen als zwartkamdwergspannner, niet te verwarren met de zwartvlekdwergspannner.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Jonge zwaan H460 is koningin van de vijver

Jonge zwaan H460 is koningin van de vijver

Knobbelzwaan juv H460 Foto Koos Diijksterhuis
Knobbelzwaan juv H460. Foto Koos Diijksterhuis

Voor een digitalentloos wezen als ik is het wennen om een ringcode in te voeren op geese.org. Maar ik kom zoveel knobbelzwanen en soms wilde zwanen en ganzen tegen met een pootring waarop een code staat, dat ik van lieverlee de weg vind op die website.

H460 zou ik dagelijks kunnen invoeren, want die heeft zich in de vijver achter ons huis gevestigd. H460 is een jonge knobbelzwaan die vorig jaar uit het ei kroop en nu op eigen vliezen staat. Zij (of hij?) peddelt rustig heen en weer, waggelt traag de oever op, poetst zich een tijdje en zet of legt zich dan te ruste, met de buik op de grond en de poten met ring en al eronder. ’s Avonds begeeft H460 zich naar de oever aan de overkant, waar ze het zich in het ondiepe water gemakkelijk maakt. Ze zit daar onder een boom; zou ze dat prettig vinden of is het alleen praktisch vanwege een te water uitstekende boomwortel waar ze op kan steunen?

Lees Meer Lees Meer

DELEN