Natuurdagboek

Wilgenstuifmeel voor bijen

Wilgenstuifmeel voor bijen

Wilgenkatjes Foto Koos Dijksterhuis
Wilgenkatjes. Foto Koos Dijksterhuis

De wilgenkatjes met hun zilveren vachtjes zijn clusters van kleine bloemen die intussen uitgebot zijn tot uitbundig gele of ingetogen geelgroene katjes. De eerste bestaan uit meeldraden, de andere uit stampertjes. De eerste groeien aan mannelijke, de tweede aan vrouwelijke wilgen. Tweehuizig, noemen gevorderde floristen dat. De mens is sinds de introductie van Eva ook een tweehuizige soort, al delen beide mensengeslachten vaak één huis, zeker als er nageslacht komt. Tweehuizig is echter een term die alleen voor planten gebruikt wordt.

De tweehuizige wilgen delen geen huis. Ze groeien soms naast elkaar, soms op grotere afstand maar hoe dan ook is er hulp nodig bij de bestuiving. Daarvoor zorgen bijen en andere insecten. De mannelijke katjes zitten vol stuifmeel, dat bijenvrouwen verzamelen om naar hun holletjes te brengen. Die holletjes vinden of graven ze, en richten ze in met cellen waarin ze eitjes leggen met een voorraad stuifmeel als proviand voor de larven die uit de eitjes komen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Hermelijn

Hermelijn

Hermelijn Foto Edo van Uchelen
Hermelijn. Foto Edo van Uchelen

2024 is door de Zoogdiervereniging uitgeroepen tot het jaar van de hermelijn. De laatste keer dat ik een hermelijn zag is twee jaar geleden. Ik kan me vier hermelijn-waarnemingen herinneren. Daarvan betrof het één keer een hermelijn in witte wintervacht met zwarte staartpunt. Elk zwarte streepje in de kraag van Willem Alexanders jas is een dode hermelijn.

Ik heb lieden horen zeggen dat hermelijnen bestreden moeten worden vanwege de weidevogels. Weidevogels zijn door intensivering van de landbouw uit grote delen van het boerenland verdwenen. Ze trekken zich terug in voor hen beheerde enclaves. Daar trekken ook hermelijnen en andere roofdieren naartoe, omdat die elders nauwelijks nog te eten hebben.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Eieren met een veertje

Eieren met een veertje

Eieren met veertje. Koos Dijksterhuis
Eieren met veertje. Koos Dijksterhuis

In de jaren ’70 werd het scharrelei geïntroduceerd. Consumenten maakten zich zorgen over het dierenleed in de intensieve veehouderij en de sector sprong handig in dit scharrelgat in de markt.

Het scharrelei is dek ik de succesvolste consumentenactie ooit. Het veroverde een marktaandeel van dertig procent. Voor zeventig procent van de eieren werden kippen als vanouds gemarteld. Overvolle hokken in loodsen, afgebrande snavels, afgeknipte vleugels, en een leefomgeving op hellend gaas waar de poep doorheen viel en waar de eieren van afrolden in verzamelgoten.

Zo bleven de eieren lekker schoon, wat de consument prefereerde boven met kippenmest en veertjes besmeurde eieren. Scharreleieren waren lastiger schoon te krijgen, maar kipvriendelijke consumenten vonden zo’n veertje wel authentiek.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Klein maar fijn

Klein maar fijn

Vroegeling. Foto Koos Dijksterhuis
Vroegeling. Foto Koos Dijksterhuis

Al sinds januari bloeien de piepkleine, maar heel fijne bloempjes van de vroegeling, die zijn naam dus eer aandoet. Vroegeling is bescheiden: in ruil voor een sprankje winterlicht, een vleugje winterzonnewarmte en slechts een beetje voeding vertoont het zijn bloempjes: wit met een geel hartje.

U loopt er op kale zandgrond op een zonnig plekje, of op straat zo aan voorbij of zelfs overheen. Als u erop let ziet u rond uw voeten misschien een wittig waas. Hurk dan eens. Zie de acht witte kroonblaadjes, twee aan twee gerangschikt. In wezen zijn het er vier, die diep ingesneden zijn.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Lentezangers

Lentezangers

Fitis. Foto Koos Dijksterhuis
Fitis. Foto Koos Dijksterhuis

Nu in bossen, parken en betere tuinen tjiftjaffen zingen, is het broedseizoen geopend. Tjiftjaffen zijn de eerste Afrikanen die in Nederland arriveren. Ze overwinteren rond de Middellandse Zee, en hoeven de Sahara niet over. Fitissen, die sterk op tjiftjaffen lijken, steken de Sahara wel over en komen pas twee of drie weken na de tjiftjaffen aankakken.

Na het horen van de eerste tjiftjaf, die zijn naam roept, wacht ik altijd met gespitste oren op de eerste fitis. Die zingt een riedeltje dat hoog en opgewekt begint, maar laag en een beetje verdrietig eindigt. Eind maart, begin april is er altijd een ochtend waarop ik een fitis hoor, waarna ik er nog dezelfde dag veel meer hoor, alsof de mannetjes gezamenlijk optrokken en ‘s ochtends vroeg hun posities in wilgenkruinen innamen. Daarvandaan zingen ze hun riedel in de hoop dat de na hen arriverende vrouwtjes hun zang en zangplaats verkiezen boven die van de buurman.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Heesterslakken grijpen hun kans

Heesterslakken grijpen hun kans

Heesterslak. Foto Koos Dijksterhuis
Heesterslak. Foto Koos Dijksterhuis

Sinds 2011 staat de heesterslak op de IUCN-lijst van bedreigde soorten. Hûh, de heesterslak? Die is toch heel algemeen? Misschien had de soort iets te lijden onder concurrentie van de uit het zuiden in slakkengang oprukkende segrijnslak, maar bedreigd? De IUCN zou eens in onze tuin moeten kijken…

Wat blijkt: je kunt die top-zoveel halen met de status Least Concern: niets aan de hand dus. Ja, zo kan ik ook op een rode of andere kleur lijst komen. Toch een pak van mijn hart dat de heesterslak niet bedreigd is. Ik moet bekennen dat ik zo genoeg kreeg van de horden naakt- en segrijnslakken die vrijwel iedere zaailing in mijn tuin soldaat maakten, dat ik overging op biologische ontslakking. De naakt- en segrijnslakken haalde ik met de hand weg. Wat ik met ze deed houd ik voor me, al staat het in mijn schelpenboek Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Judas’ penning

Judas’ penning

Judaspenning. Foto Koos Dijksterhuis
Judaspenning. Foto Koos Dijksterhuis

Een tijd lang heb ik in mijn tuin de zaden van Judaspenningen gestrooid. Nooit resulteerde dat in de groei, laat staan bloei, van deze soort. In onze nieuwe tuin echter staan er twee al weken te bloeien. We prijzen ons daarmee gelukkig.

Het zijn tuinjudaspenningen. Die zijn ooit als tuinbloem kwistig gezaaid als tuinplant. De wilde variant is een soort van Zuid-Europese bergbossen. Er bestaat ook een wilde Judaspenning. Dat is een andere soort; veel kieskeuriger en zeldzamer en niet gangbaar als tuinplant. De wilde wil bijvoorbeeld een kalkrijke bodem en kalkrijke bodems zijn er onder de gestage neerslag van tientallen jaren stikstof niet talrijker op geworden. De tuinjudaspenning echter is een gemakkelijke kostganger en ontkiemt op de meest onwaarschijnlijke plekken; overal eigenlijk, met uitzondering van mijn oude tuin.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Dag en nacht overal even lang

Dag en nacht overal even lang

Zon. Foto Koos Dijksterhuis
Zon. Foto Koos Dijksterhuis

Vandaag begint de lente, al is de natuur er al een paar weken geleden mee begonnen. Op 2 maart zag ik de eerste tjiftjaf. Intussen zingen die met andere zangvogels uit volle borst. Op 4 maart zag ik de eerste bloeiende bosanemoon, op 5 maart de eerste uitgebloeide paardenbloem, op 10 maart de eerste judaspenning. En dat allemaal in het subarctische Grunn’n.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vliegtuig- en treinsporen

Vliegtuig- en treinsporen

Vliegtuig- en treinsporen. Foto's Koos Dijksterhuis
Vliegtuig- en treinsporen. Foto’s Koos Dijksterhuis

Het valt me op dat op de website van uw, zichzelf als groen afficherende, dagblad reclames voor vliegreizen staan. Die zijn verleidelijk. Ik zou best zin hebben in een weekje Grieks eiland voor een bedrag waarmee ik in Nederland hooguit een weekend Waddeneiland kan boeken.

Zelf reis ik liever per spoor, maar omdat dat geregel vereist en vijf keer zo duur is als een vliegreis, doe ik het niet vaak. Ik blijf dan maar thuis.

Zolang vliegmaatschappijen en luchthavens met overheidssteun in de lucht gehouden worden, en vliegtuigen belastingvrij tanken, blijft vliegen veel goedkoper dan treinen, en proppen de menigten zich in vliegmachines, hoe hoog de snelheid op het spoor ook wordt opgevoerd. Ik hoorde iemand zeggen dat ze elke maand een weekend naar Spanje vliegt. Zelfs in milieubewuste kringen is een vliegtripje naar de zon heel gebruikelijk.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Scholekster tikt tegen het raam

Scholekster tikt tegen het raam

Scholekster. Foto Koos Dijksterhuis
Scholekster. Foto Koos Dijksterhuis

Scholeksters verspreiden zich over het land. In de buurt waar ik woon verschijnen de zwart-witte schoonheden met hun oranjerode snavels altijd begin maart. Ineens klinkt hun opgewonden ‘tepiet!’ weer. Ze verzamelen zich op hun vaste stek langs een plas: de soos. Ze inspecteren grasveldjes en wegbermen op wormen. Wegbermen zijn gevaarlijk terrein maar ik zag een scholekster die via een zebrapad overstak (foto).

De eerste scholeksters gaan al op vrijersvoeten. Die kiezen positie op een plat grinddak. Mensen vernielen veel natuur met verharding, maar grinddaken lijken voldoende op schelpenstrandjes om scholeksters (en visdiefjes) tot broedplaats te dienen. Daar komen bovendien geen katten, honden, auto’s of mensen, behalve de enkele mens die het leven zo slecht verdraagt, dat ie zelfs op een loods de vogels wegjaagt. Elke lente hoor ik daar wel voorbeelden van. De mens is een wonder van vernuft, de mensheid een mislukking.

Lees Meer Lees Meer

DELEN