Natuurdagboek

Najaar

Najaar

© Koos Dijksterhuis

Eind december vind ik het altijd prettig dat de dagen weer gaan lengen. Grappig woord: lengen. Dagen lengen, tranen plengen is vast een oude wijsheid. Sinds 21 juni lengen de nachten weer. En prompt zie ik de eerste kokmeeuwen vergrijzen of al bijna in winterkleed. De eerste noordelijke steltlopers arriveren na een snel of mislukt broedseizoen. Geleidelijk aan zwijgen de zangvogels, ze hebben hun snavel vol aan het voeren van de kuikens. Grutto’s wier kroost is uitgevlogen of dood gemaaid verlaten de weilanden naar plassen en moerassen, waar ze zich verzamelen voor de trek naar het zuiden.

…

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De heg bloeit

De heg bloeit

Liguster in bloei

Geen wonder dat we de heg vaak maken van liguster. Liguster groeit snel en door regelmatig snoeien wordt liguster een groene muur om de tuin. Handig voor beschutting tegen wind en nieuwsgierige ogen. En als de winter niet al te streng is, blijft een ligusterheg groen in de winter. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Te gras!

Te gras!

© Koos Dijksterhuis

Gras is meestal iets wat we maaien of betreden. Weinig ruikt lekkerder dan vers gemaaid gras en op een graspad is het prettig wandelen. Maar gras is ook mooi! Witbol in laag zonlicht, een gehelmde top der duinen, een golvend hooiland, een blauwgrasland…

Er komen zo’n honderd soorten gras voor in Nederland. Eén van de mooiste vind ik timoteegras. Wie timoteegras ziet bloeien, wil geen exotische kweekgrassen uit het tuincentrum meer in de tuin. De bloemen bereiken grote hoogten. Op borstniveau deinen de vingerlange bloeiaren op hun dunne stelen. In bloei krijgen de aren een waas van paarse meeldraden. In de avond- of ochtendzon zijn ze schitterend, vooral tegen een blauwe lucht of een donkere bosrand. Timoteegras groeit graag langs bosranden en op open plekken in loofbos. De bodem moet vruchtbaar zijn en een beetje vochtig. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Overnachting in de vogelhut

Overnachting in de vogelhut

Dollard, © Koos Dijksterhuis

Het is één van mijn meest geliefde plekken, de buitendijkse vogelkijkhut in de Dollard, aan de marge van ’s lands periferie, op de Duitse grens bij Nieuwe Statenzijl. We gaan er ‘s avonds naartoe en blijven de hele nacht. De zon gaat onder, de zon gaat op, de vloed komt op, de zee ebt weg. We kijken over wadplaten en rietvelden door de kijkgaten in deze Kiekkaaste.

De Westerwoldse Aa slingert langs de hut door glanzende slijkplaten de Dollard op. Het wad lijkt door een reuzenmes uitgesmeerd: heel glad en zacht. Iedere wandelende kokmeeuw laat een spoor na, zijn vliezen zakken in het slik. De zon zakt ook, in het noordwesten. Het tegenlicht kleurt het wad goudgeel, oranjerood, lila, blauw en uiteindelijk zwart. Bijna zwart, want helemaal donker wordt het niet, een vaag schijnsel schuift noordelijk voorbij om ’s morgens weer op te lichten.

De reigers staan spookachtig op het wad. Er dobberen eenden in de slenk, op de oever snabbelt een bergeend-gezin rond. Twaalf grote kuikens, een geslaagd broedsel! …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wespennest

Wespennest

Middelste wespennest, © Koos Dijksterhuis

Zoon holde de keuken in. ‘Papa een bijenkorf in een boom!’ Hij kon niet wachten zijn ontdekking te tonen. Toen we in de buurt kwamen, sloop hij steeds behoedzamer, want met bijen weet je maar nooit. ‘Daar, kijk!’ In een struik aan een achterompaadje hing een wespennest. Een stevig gebouwd wespennest van behoorlijke omvang. Het papierachtige cellulose waarvan wespen het maken doorstaat een weekend van aanhoudende regen. Erin huizen vermoedelijk meer dan honderd wespen, middelste wespen om precies te zijn. Middelste wespen zijn familie van limonadewespen en hoornaars, wespen die met hun volk in een wespennest leven. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Springend spuugbeest

Springend spuugbeest

Schuimcicade op appel © Koos Dijksterhuis

Het spuugbeestje maakt die klodders speeksel in de planten in uw tuin. Het jonge spuugbeestje, officieel schuimcicade geheten, wordt in de klodder volwassen door sappen uit de plant te zuigen. Dat volwassen worden gaat aanzienlijk sneller dan bij mensen, maar duurt toch nog één, twee, soms drie maanden. In die tijd vervelt de nimf een keer of vijf. Het schuim beschermt hem tegen uitdroging en tegen belagers. U zou een zuigend insect van uw geliefde bloemen af meppen, maar van spuug blijft u af. Ook vogels, spinnen, kevers, wespen en andere liefhebbers deinzen terug voor het sopje waarin de cicade woont. Is hij groot, dan kan hij vliegen en springen. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Weidemieren melken hun vee

Weidemieren melken hun vee

mieren, © K. Dijksterhuis

Als u bij het spitten in de tuin eens een nest kleine, geelbruine mieren wakker schudt, zijn dat misschien gele weidemieren. Dat geel is een soort albinisme, gele weidemieren kunnen slecht tegen de zon en leven ondergronds. Ze vinden daar ook hun hoofdmaaltijd: honingdauw van wortelluizen. Die luizen leven van graswortels. Weidemieren graven gewelven voor de luizen, als opiumkitten waar ze gerieflijk aan het gras kunnen lurken. De mieren kunnen vervolgens gemakkelijk de lurkende luizen aflikken. Gele weidemieren koesteren luizeneitjes en kweken zelf de luisjes op. Luizenmoeders. Weidemieren zijn veehouders: ze fokken en melken hun vee. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bleker van de Boerenpartij

Bleker van de Boerenpartij

Grauwe ganzen, © Jeanette Essink

Grauwe ganzen vogelvrij

Er gaat geen dag voorbij, geen krant open, of Henk Bleker stampt als één van zijn eigen pony’s door weer een porseleinkast. Hij lapt afspraken aan zijn laars en negeert richtlijnen. Het lijkt hem geen bal te schelen of de staat als een boef voor het gerecht wordt gedaagd. De woede van natuurorganisaties laat hem nog kouder. De Haringvlietsluis kan hij niet dichthouden, maar de aanschaf van natuur stopt abrupt en de Hedwigepolder blijft droog. Nadat Vogelbescherming zich neerlegde bij gecontroleerd afschot van ganzen, zet Bleker de vereniging voor schut door zomaar de ongecontroleerde plezierjacht op ganzen in ere te herstellen. Schieten maar, jongens! …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wilgenroosjes

Wilgenroosjes

Klein wilgeroosje, © Koos Dijksterhuis

De wilgenroosjes bloeien. Wilgenroosjes zijn hoge planten met lilaroze bloemen, met een sprietige pluim erboven van bloemen in wording. Ze geven kleur aan het landschap, waar dat vochtig en ruig is. Kattenstaarten zijn nog rozer, maar wilgenroosjes nog algemener. Behalve wilgenroosjes zijn er harige wilgenroosjes die zonder die bloempluimen bloeien, maar even roze zijn als wilgenroosjes en vrijwel zo algemeen. Beide zijn snel groeiende, forse planten, die het best gedijen op oevers met verlandend riet. Riet kan pollen vormen en modder vasthouden, waarop weer andere planten kiemen en als de verzamelde flora in de herfst en winter afsterft, komt er een laag humus bij en zo verandert water in land. Riet als inpolderaar. Wilgenroosjes zijn in staat de concurrentie met riet om voedsel, licht en ruimte aan te gaan. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN