Wintervlinder

Sinds een paar weken strijken kleine wintervlinders neer op het raam. ’s Avonds, want wintervlinders zijn nachtvlinders. Straks komt de grote, maar eerst vliegt de kleine wintervlinder. Een nachtje nachtvorst zet de poppen in beweging, alsof het crocusbollen zijn. De vorst moet erover. Dan, op windstille, nevelige winteravonden als het boven nul is, verdringen ze zich rond de buitenlamp, tegen het venster en in de koplamp. Er zijn niet veel vlinders in de winter. Behalve dan de wintervlinders. In hedendaagse tuinen worden ook zij schaars, want ze hebben loofbomen nodig om eitjes op te leggen. En in hedendaagse tuinen halen we bomen weg. We verkiezen tegels met een enkele grote pot waarin een stabiel ogend struikje staat. Over weinig valt zo goed te twisten als over smaak. Wel, mijn smaak is het niet, en die van wintervlinders evenmin. Maar wie bomen in zijn tuin heeft of bij een park of bos woont, kan op wintervlinders rekenen. …








