Natuurdagboek 2022
De mierenman

De mierenman

Mieren op wortel. Foto Koos Dijksterhuis
Mieren op wortel. Foto Koos Dijksterhuis

Op tweede kerstdag is Edward O. Wilson overleden. Hij werd 92 jaar. Wilson is, of was, een van de invloedrijkste natuurbeschermers ter wereld. Dankzij een vlotte pen werd zijn wetenschappelijke werk aan onder meer mieren wereldberoemd en een inspiratiebron voor velen, onder wie uw natuurdagboekanier.

Als jongen struinde Wilson door de moerassen van Alabama en Florida achter slangen, zoogdieren, vogels en vissen aan. Toen hij zeven was wierp hij zijn hengel uit, waarbij hij zijn rechteroog verwondde. Thuis hield hij dat stil, omdat hij vreesde dat hem het struinen verboden zou worden. zijn ouders hadden niets door; ze waren aan het scheiden en hadden wat anders aan hun hoofd.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kepen en sijzen

Kepen en sijzen

Keep, mannetje in winterkleed Foto Jeanette Essink
Keep, mannetje in winterkleed. Foto Jeanette Essink

In de winter scharrelen er vaak vinken in mijn tuin, heel soms vergezeld van kepen. Dan zie ik een vink met een afwijkend kleurtje, oranje met grijs, en pak ik de kijker. En warempel, dan is het een keep. Als er één keep is, zijn er meestal twee, of vier. Dat gebeurt gemiddeld elke winter één keer.

Kepen en sijzen zijn in Zweden wat vinken en groenlingen bij ons zijn. Kepen en sijzen overwinteren in vrij grote aantallen in Nederland. Niet omdat Nederland nou zo’n geweldig land is, maar vooral omdat er in de Scandinavische bossen miljoenen kepen en sijzen broeden. Die trekken zuidwaarts in de herfst. Van beide soorten worden er in de lente in Nederland vaak zingende mannetjes gehoord. Maar dat die een vrouwtje versieren en samen een nest stichten, is uiterst onwaarschijnlijk.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
(Kok)meeuw in jeugdkleed

(Kok)meeuw in jeugdkleed

Kokmeeuw op ijs. Foto Koos Dijksterhuis
Kokmeeuw op ijs. Foto Koos Dijksterhuis

De eerste kokmeeuwen ruien hun kopveertjes alweer van hun witte winterdracht naar hun donkerbruine zomerkostuum. Over twee maanden zijn alle kokmeeuwen zover; dan begint het gedonder van het broedseizoen.

Kokmeeuwen met ruiende kop zijn een van de lentebodes waar ik jaarlijks naar uitkijk. Zoals ik in de zomer bij een in omgekeerde richting ruiende kokmeeuw weemoedig constateer dat het al zover is, denk ik in januari met vreugde dat het al zover is.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Een (grote blauwe) haai op Schiermonnikoog

Een (grote blauwe) haai op Schiermonnikoog

Blauwe haai Foto Foppe Schut
Blauwe haai. Foto Foppe Schut

Foppe Schut, fotograaf te Amsterdam, was op Schiermonnikoog waar hij vandaan komt en opgegroeid is. Hij wandelde over het Rif, de strandvlakte aan de westkant van het eiland. In de verte lag iets zeehondachtigs wat bij nadering een haai bleek te zijn. Dood maar kakelvers.

Een dode vis blijft nooit lang fris. Afgezien van rottingsprocessen slaan strandvlooien en strandvliegen toe en zijn meeuwen er als de kippen bij. Een gave vis vind je dan ook niet vaak. Een haai vind je al helemaal zelden en dan nog wel een blauwe haai, of grote blauwe haai, zoals ie officieel heet.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bonte brandganzen

Bonte brandganzen

Brandganzen. Foto Koos Dijksterhuis
Brandganzen. Foto Koos Dijksterhuis

Behalve verwilderde Nijlganzen en Canadese ganzen zie ik ten oosten van Groningen vooral grauwe ganzen, ’s winters aangevuld met kolganzen. In mindere mate hangen er brandganzen rond.

Brandganzen zijn bonter (zwart-witter) dan grauwe en kolganzen. Brandjes hebben een witte buik, door een scherpe rechte lijn gescheiden van de zwarte borst en hals. Op de kruin, het achterhoofd en een zonnebril na hebben ze een witte kop. Dat onderscheidt hen van de kleinere rotgans, die een zwarte kop heeft, met een wit halsbandje. Rotganzen hangen aan de kust rond, brandganzen zitten meer in het binnenland. Of zitten, ze stappen grazend over grasland. Ze lijken ook op Canadese ganzen, maar die zijn groter en hebben een donkere kop met een witte slab onder hun kin – zoals een mondkapje wordt gedragen voor wie de regels halfslachtig volgt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Witte zwanen, grauwe ganzen, wilde eenden

Witte zwanen, grauwe ganzen, wilde eenden

Knobbelzwanen. Foto Koos Dijksterhuis
Knobbelzwanen. Foto Koos Dijksterhuis

Geen witte kerst – aan de temperatuur lag het niet. Aan de knobbelzwanen evenmin. Geen wak of er zaten knobbelzwanen in of bij, de witwassers. Prachtig hoe ze spiegelden in water en ijs.

Het ijs was glad en donker – dat beloofde een ideale schaatsvloer. Maar de enige die ik zag schaatsen waren meerkoeten. Ze fladderden het ijs op, waar ze zich met onbeholpen schaatsbewegingen staande hielden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Grazers

Grazers

Een grote en wat kleinere grazers Foto Koos Dijksterhuis
Een grote en wat kleinere grazers. Foto Koos Dijksterhuis

Sinds de Middeleeuwen is Nederland kaalgekapt voor brandstof, huizen- en scheepsbouwmateriaal en het stutten van mijnschachten. Op de vlakten konden koeien en schapen lopen. Overbeweiding en ontbossing leidden tot heiden en zandverstuivingen.

Nu willen natuurbeheerders juist open landschappen. Met grote machines en grote grazers wordt het land ontbost en overbeweid. Je zou het grazen kunnen overlaten aan rupsen, kevers, veldmuizen, woelratten, konijnen, hazen, reeën en andere kleine grazers, maar nee, grazers moeten groot zijn, het oog wil ook wat. Er worden historische argumenten bij verzonnen, als zou Nederland in oertijden door kuddes grote grazers zijn opengeknabbeld.

Lees Meer Lees Meer

DELEN