ndb 2015 – 2019

ndb van 2015 tm. 2019

(On)echte mussen

(On)echte mussen

Huismus (boven) en heggemus. Foto’s Koos Dijksterhuis

Laatst noemde ik huis- en heggemus. Een lezer vroeg waarom een heggemus mus heet. Omdat de naamgever hem op een mus vond lijken, denk ik…

Mussen zijn één van onze drie zangvogelfamilies die vooral zaden eten, en die voorzien zijn van een dikke, stompe snavel om die zaden mee te kraken. De andere families zijn vinken en gorzen. De kneu, een vink, heeft een kleine, stompe snavel om zachte zaadjes mee te eten, bijvoorbeeld van gras of vogelmuur. De appelvink heeft een enorme, stompe snavel om harde zaden mee te kraken. De heggemus heeft juist een dunne, spitse snavel, waarmee hij op insecten jaagt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bosuilen broeden

Bosuilen broeden

Bosuil. Foto Henk Jan Koning

Op Beleef de Lente, een website van Vogelbescherming, zijn weer broedende vogels te begluren. De bosuilen zitten al twee weken op de eieren, of mevrouw bosuil dan toch, terwijl haar man muizen aandraagt. Dat doet ie ’s nachts. Overdag dutten de uilen en is het live-beeld zo rustgevend als een zondagochtend in Grijzegrubben. De uil zit roerloos met haar snavel in de veren. Een lichte beweging verraadt dat ze ademt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zwermen wadvogels

Zwermen wadvogels

Scholeksters en twee bergeenden. Foto Koos Dijksterhuis

Op het wad bij Schiermonnikoog groeperen de scholeksters zich bij vloed bij het kweldertje dat in de luwte van het slibdepot van de jachthaven aan de oude steiger is gegroeid. Ook steenlopers en tureluurs verzamelen zich daar. Soort bij soort. Groepjes rotganzen en bergeenden houden zich afzijdig. Enkele bonte strandlopers en wat bontbekplevieren scharrelen erlangs, die plevieren hebben altijd wel wat te scharrelen, maar die bonte strandlopers, bontjes in vogelaarslatijn, maken een ontheemde indruk. Nog even en hun zuidelijker overwinterende soortgenoten komen terug, dan zijn ze weer met duizenden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De onbekommerde spreeuw

De onbekommerde spreeuw

Spreeuw. Foto Koos Dijksterhuis

De spreeuwen zijn terug en zingen weer! Waren ze weg dan? Wel uit mijn tuin. Sinds september heb ik mijn vaste kostgangers niet meer gezien. Of ze echt vaste gasten zijn, weet ik niet, ik heb ze niet geringd om ze uit elkaar te houden. Maar aangezien ze honkvast zijn, en er eerder een spreeuwentekort is dan een -overschot, verwacht ik niet dat er nieuwelingen komen. Integendeel: eerst had ik altijd twee paar, sinds een paar jaar nog maar één. Het zouden wel onder mijn dakpannen opgevoede jongen van vorig jaar kunnen zijn, dat zal ik nooit weten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De lepelaars komen

De lepelaars komen

Lepelaar. Foto Koos Dijkserhuis

Op Schiermonnikoog zijn de eerste lepelaars gearriveerd. Met vrienden fietste ik over het eiland. Vrijdag telden we in de Westerplas acht lepelaars, zaterdag elf. Of die drie zaterdagmorgen uit het zonnige zuiden aankwamen, of vrijdag even een blokje om waren, weet ik niet. Zondagmiddag zagen we er twee boven de Waddenzee in zuidoostelijke richting vliegen – steeds verder van de Westerplas, wat het blokje om een aannemelijk scenario maakt. Misschien inspecteerden ze de slenken in het wad of de kwelder op visjes of ander lekkers. Lepelaars lepelen stekelbaarsjes uit het water, en eten ook graag jonge platvisjes. Die zijn er niet zoveel meer in de Waddenzee, maar als tweede keus eten lepelaars garnalen. Die zijn er genoeg.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Mot op de kaart

Mot op de kaart

Gewone kaartmot Agonopterix heracliana. Foto Koos Dijksterhuis

Als de avond valt, valt mij een piepkleine vlinder op. Hij zit buiten, op het raamkozijn. Twee voelsprieten steken zijwaarts uit zijn snoet en hij (of zij) laat z’n vleugels platliggen. Ik neem foto’s, maar in de schemer zijn die tot mislukken gedoemd. Toch is op de slechte foto te zien dat ie witte en zwarte stipjes heeft.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vogels voor het raam

Vogels voor het raam

Roodborst bij vetbol. Foto Koos Dijksterhuis

Als ik tegen de avond in ons huisje op Schiermonnikoog arriveer, hang ik een vetbol en een cilinder met zaadjes op. ‘s Morgens ontdekken twee koolmezen de aanwinsten. Ze hebben een voorkeur voor de zaden.

De volgende die zich meldt is een heggemus. Vlak na hem voegt zich een huismus bij het scharrelend gevleugelte. Huis- en heggemus zijn geen familie van elkaar. De huismus is een echte mus, met een dikke, stompe snavel om zaden mee te kraken. De heggemus is geen mus. Hij heeft een dunne, spitse snavel, waarmee hij op insecten jaagt. Beide zijn bruin, maar de heggemus heeft een grijze borst. Nu ik ze beide voor mijn neus zie, zie ik hoe verschillend ze zijn.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zakdragers

Zakdragers

Zakdrager. Foto Koos Dijksterhuis

In zoons slaapkamer hangt een langwerpig eh… slurfje aan het plafond. Een grillig kokertje van ruim een centimeter lengte. Later ontdekken we een tweede en een derde. “Ze bewegen”, griezelt zoon. “Niet alles wat beweegt is vies of eng”, beleer ik. Hij rolt zijn ogen naar boven.

Inderdaad bewegen de slurfjes. Voordat ik het Natuurdagboek schreef, had ik geen idee gehad wat het waren. Ik leer veel over de natuur, omdat ik erover schrijf. Wat is die natuur leuk, mooi en verrassend. Neem nou deze drie merkwaardige slurfjes.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Een trap in het land!

Een trap in het land!

Kleine trap. Foto Reinder de Boer

Vorige week werd een zeldzame, hoender-achtige vogel betrapt in een bollenveld tussen Hillegom en De Zilk, vlakbij het toepasselijk genaamde dorpje Vogelenzang. Het betreft een kleine trap. Grote trappen bestaan ook, die zijn zo groot als kalkoenen, maar dan met een spanwijdte van twee meter veertig. Kleine trappen zijn kleiner, maar nog altijd kloeker dan een flinke leghorn.

Lees Meer Lees Meer

DELEN