Toen afgelopen herfst uit een veelbesproken inventarisatie van Duitse natuurgebieden bleek dat de insectenstand er in 25 jaar met 75 procent is gekelderd, brandden er op sommige fora felle discussies los. De metingen zouden niet secuur genoeg zijn, dat ze een zo exact percentage rechtvaardigden. Dat zou kunnen kloppen, maar of het veel uitmaakt? …
Als een deel van een bijenvolk uitvliegt, zuigen de honingbijen hun maag eerst vol met honing – een voorraad voor drie dagen. Daarna kan zo’n zwerm een tijdje in een boom of heg hangen. In de compact ogende zwerm zit de koningin. Meestal wordt er dan een imker bijgehaald die de zwerm in een net vangt. Als de koningin maar in het net belandt, volgt de rest vanzelf. …
Bonobo’s hebben een voorkeur voor rotzakken boven goedzakken, zo meldt de Duke Universiteit in Noord-Carolina. Onderzoekers lieten filmpjes en toneelstukjes aan tientallen Bonobo’s zien, waarin figuren geholpen of dwarsgezeten worden. Als de toeschouwers vervolgens stukjes appel krijgen met hetzij de afbeelding van de helper erop, hetzij de pester, dan kiezen ze de laatste. …
Kool- en pimpelmees op zonnebloempitten Foto Jeanette Essink
Op mijn natuurdagboek over afwezige tuinvogels kreeg ik een stuk of twintig reacties. Op enkele na waren het geruststellende berichten over tuinen die deze winter juist weer leven van de vogels, compleet met soortenlijsten en foto’s van benijdenswaardige soorten als goudvinken. Iemand schreef zelfs met veel uitroeptekens dat het niet waar was dat ik in mijn tuin minder vogels zag, omdat ze in haar tuin, 250 kilometer van de mijne, wél vogels zag. Er kwam ook een onrustbarende reactie over de sluipende en slopende uitwerking van insecticiden in de landbouw, het daardoor verdwijnen van insecten en insectenetende vogels. …
De winter mag dan begonnen zijn, de kamperfoelie staat reeds in het blad. Na een paar kwakkeljaren heeft hij in mijn tuin eindelijk zijn draai gevonden. Hij slingert zich door de schutting naar de haag en een boom in. Ik moet die haag voorzichtig snoeien, want de kamperfoelie wil ik niet raken. Laat die maar een dikke liaan worden. Mijn kamperfoelie heeft nog zachte, behaarde stengels die snel groeien en om zich heen tasten. Later zullen ze hun wilde haren verliezen en krijgen ze een houtige bast. …
Zodra de dagen lengen, beginnen de koolmezen en heggenmussen te zingen. Dit jaar zijn ze terughoudend met hun gezang, maar als de wind ligt en de zon doorbreekt, zetten ze in. In de parkvijvers maken eenden elkaar het hof met kopknikjes. Als u de eerste jonge eendjes ziet, meldt u het dan even!
Duiven koeren. Reigers en roeken inspecteren hun bomen. Kauwen, kraaien en eksters beginnen nestmateriaal te verzamelen. Sommige Nijlganzen hebben al jongen. …
De gemeente Loppersum pakt roeken aan. Volgens de gemeente is vooral het lawaai dat deze kraaiachtigen maken ‘een ergernis van veel inwoners’. Roeken zijn naar menselijke maatstaven een van de slimste vogelsoorten. Zoals alle kraaiachtigen kunnen ze rekensommen oplossen en als groepsdieren houden ze er uitgebreide sociale vaardigheden op na, inclusief een rijke woordenschat. En dat gepraat ergert de blijkbaar op stilte gestelde Loppers mateloos. ‘Mensen vinden de overlast met name vervelend op begraafplaatsen/monumenten’, aldus een gemeentevoorlichtster. ‘Naast geluidshinder is er ook sprake van grote hoeveelheden uitwerpselen.’ …
Vuurwerk; ik ben blij dat het weer achter de rug is. In geen ander Europees land wordt zoveel verstookt en verliezen de inwoners rond de jaarwisseling zoveel handen en ogen als in Nederland. Nergens stroomt de nachtelijke hemel zo vol vogels die van schrik opzwermen.
Ik zag het herhaaldelijk in mijn tuin. Na het hartverzakkingen veroorzakende “boem!” schoten de merels ‘s avonds hals over kop uit de bosjes waarin ze zich te ruste hadden gezet. Overdag sloegen de eenden in de vijver achter mijn huis snaterend op de vlucht na een knal. En ze vluchtten weer terug na de volgende, want het geknal was overal. …
Een van de vogels die de Nederlandse winter opvrolijken, is de sneeuwgors. Sneeuwgorzen broeden op Arctische toendra’s, op IJsland en in de Noorse bergen en zakken in de herfst af naar het zuiden. In Nederland overwinteren er honderden tot duizenden, het aantal wisselt en hangt onder meer af van de voedselvoorraad in noordelijker streken. …
Midden op de winterdag loop ik tegen een stelletje prachtige paddenstoelen aan. Ze zijn oranjebruin en een beetje transparant, als de zon er van achter tegenaan schijnt. Ze groeien op vlier en ze heten judasoren. Ze kunnen goed tegen droogte en tegen vrieskou. Dan verschrompelen ze tijdelijk even, om zich in betere tijden weer vol vocht te zuigen en op te zwellen.
Judasoren zijn al even taai als het vlierhout waarop ze groeien. Vlieren trotseren langs onze kusten de zoute zeewind. Ze buigen zich dan landinwaarts en zien eruit als stervende stakkerds; kaal en krom. Meer dood dan levend, en ook nog geplaagd door judasoren die hun hout verteren. En toch, bijna altijd zit er in zelfs de meest krakkemikkige vlier nog wel wat leven. …