“Wiet wiet”, twitteren de fitissen

In een kale duinpan is het goed luieren, mits uit de wind. Ik tuur naar de zilvermeeuwen hoog boven me. Een buizerd zeilt over. Iets fladderigs in de struiken op het duin trekt mijn aandacht. Ik pak mijn verrekijker.
Er scharrelen fitissen met snavels vol insecten. Zijn ze onderweg naar hun nest? Nee, hun jongen zijn al uitgevlogen en hippen met hun ouders door de takken van een vogelkers. De ouders verdwijnen soms even in de meidoorn ernaast. Voor de jongen, die het kruip-door-sluip-door van fitissen nog moeten leren, is de kers een gemakkelijker oefenruimte dan de meidoorn. De vogeltjes zeggen steeds “wiet”, ze houden geen moment hun snavel. …








