Futen met wangwaaiers

Nog even en de futen kiezen het ruime sop, maar nu dobberen ze in stadsvijvers en andere watertjes. Ze dragen nog hun zomerkleed, met waaiers aan hun wangen. En ze hebben nog jongen, twee meestal. Nummer drie (en soms vier) zijn waarschijnlijk overleden. Als futenpaar is het al een heel werk om twee jongen te voeren. De jongen zitten niet meer op de rug van vader of moeder, hun ruggen zijn niet meer zwart-wit gestreept. Ze hebben hun gevangenistenue verruild voor grijs. Maar ze piepen schel om ‘voer!’ ‘voer!’ ‘voer!’ …








