Natuurdagboek 2012
Wilgenvrouwen en –mannen

Wilgenvrouwen en –mannen

Bedouwde mannelijke katjes, Foto Jeanette Essink

Nederland is wilgenland. Wilgen houden van vocht en kunnen tegen natte voeten. Ze laten zich gemakkelijk stekken, groeien snel en overal, wat ze een voorsprong geeft op andere bomen in een dichtbevolkt land als het onze, dat vaak opgeruimd wordt en zijn hoeveelheid asfalt onstuitbaar uitbreidt.

Dat alleen al is reden voor een jaarlijks stukje over wilgen. Maar er is een dringender reden. De katjes. Wilgenkatjes zijn niet alleen een lentebode, ze zijn simpelweg heel mooi.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Oranje mantel

Oranje mantel

Bonte mantel, Foto Koos Dijksterhuis

Stralend weer was het toen we naar Texel gingen. We gingen erheen voor een boekpresentatie en knoopten er twee dagen zeelucht aanvast. Wat een bof dat de lente zou doorbreken!

Toen we Den Helder betraden, drong kille zeemist binnen. Twee dagen bleef het bewolkt en koud. Zodra we weer thuis waren, brak de zon door. Ik ben niet bijgelovig, maar soms denk ik er het mijne van.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Blauwe heidekikkers

Blauwe heidekikkers

Heidekikker m., foto Meint Mulder

Net als de bruine kikkers, zijn de heidekikkers op vrijersvoeten. Heidekikkers lijken op bruine kikkers, maar hebben een wat spitsere snuit en meestal een lichte rugstreep. Ze leven bovendien op de hei en knorren niet als bruine kikkers maar maken borrelende geluiden: ‘blob blob’, alsof je een melkfles onder water duwt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Nestkastbureaucratie

Nestkastbureaucratie

In deze kast broedden eerst pimpelmezen (keurig mos) en vervolgens ringmussen (rommelig gras), Foto Koos Dijksterhuis

Ieder jaar kunnen we in tijdschriften lezen over nestkastjes. Soms staat erbij dat we ze in november hadden moeten ophangen. Zodat vogels alvast de broedplaatsen konden verkennen en erin konden slapen. Voor november zijn we in maart te laat. Ook staat erbij dat de vliegopening op het noordoosten moet zitten. Dan kunnen de vogeltjes zich warmen aan de morgenzon en worden ze niet gaargestoofd door de middagzon.

Verder staat erbij dat iedere soort z’n eigen kast behoeft. Je kunt geen vogelsoort bedenken, of er is een specifieke nestkast voor. Zelfs voor winterkoningen en roodborstjes bestaan kastjes: ruitvormig. Ze zien er schattig uit, ik weet er al jaren verschillende te hangen, er is nog nooit in gebroed.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Lentedrukte op Ekenstein

Lentedrukte op Ekenstein

Roeken bij nest, Foto Jeanette Essink

Op landgoed Ekenstein bloeien tapijten van speenkruid. Op een speenkruidbloem zit een lieveheersbeestje, robijnrood op eigeel. De boshyacintjes zijn uitgebloeid, de dwerghyacintjes bloeien nog, het daslook schiet uit de grond maar bloeit nog niet. Er hangen tientallen vetbollen en pindanetten rond het terras, waar tientallen mezen, mussen, vinken, duiven en eenden rondfladderen, -scharrelen en –snabbelen.

Een pauw zit op de rugleuning van een terrasstoel. Heel soms zegt hij peeeuw. Kan een pauw niet beter pauw zeggen? De pauw wipt van de rugleuning op de zitting en op de grond. Hij moet zijn staart voor deze manoeuvre in de lucht steken, zo hoog, dat hij bijna voorover kukelt. Hij strekt een vleugel en een poot, zegt nog eens peeeuw en stapt dan statig weg.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Waddenzee werelderfgoed

Waddenzee werelderfgoed

Wad, Foto Koos Dijksterhuis

Op Texel werd een boek gepresenteerd, waaraan ik had meegewerkt. Een glanzende uitgave over de Waddenzee als werelderfgoed. Er staan prachtige foto’s in en verhalen over waddennatuur en -cultuur. Dertig euro, uitgeverij Matrijs.

Het boek is een initiatief van het Ministerie van Economische Zaken. In bezoekerscentrum Ecomare reikte staatssecretaris Henk Bleker de eerste exemplaren uit aan directeur Anton Hurkens van Ecomare, aan visserij-onderzoeker Martin Scholten van Imares en aan burgemeester Francine Giskes van Texel. Iedereen was het erover eens dat de Waddenzee een waardevol gebied was. Zo waardevol dat het vermarkt moest worden, vond de visserij-onderzoeker.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kikkerliefde, kikkerrit

Kikkerliefde, kikkerrit

Bruine kikkerdril, foto Jeanette Essink

De kikkers paaien. Bruine kikkers welteverstaan. Bruine kikkers komen bijna overal voor, behalve op stadspleinen en op het moderne boerenland. De kikkers die door de tuin, het park, het bos hippen, soms op behoorlijke afstand van water, zijn bruine kikkers. Bruine kikkers hangen minder bij water rond dan groene kikkers. Maar hun eitjes moeten ze wel in water leggen. De vrouwtjes dan. De mannetjes klemmen zich vast op heur gladde ruggen en laten zich meerijden. De rit duurt tot ze hun zaad over de eitjes laten vloeien. De eitjes zwellen in het water op tot dril, ook wel rit genoemd.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De eerste tjiftjaf sinds zeven maanden

De eerste tjiftjaf sinds zeven maanden

Tjiftjaf, foto Job Leideritz

De ene lentebode na de andere dient zich aan. Veldleeuweriken en geelgorzen zingen al weken, speenkruid en klein hoefblad bloeien. Ik kreeg meldingen van bloeiende dotterbloem, van het eerste (bruine) kikkerdril, van witte kwikstaarten en zwarte roodstaarten. Grutto’s verzamelen zich langs wateren en verspreiden zich over de steeds schaarsere broedgebieden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Planeten aan de lentehemel

Planeten aan de lentehemel

Heldere Planeten en McMath-Pierce Zonnetelescoop Credit: Mike Line (Caltech), Ed Mierkiewicz (Univ. Wisconsin-Madison), & Ron Oliversen (NASA-GSFC)

Venus en Jupiter zijn’s avonds duidelijk zichtbaar. Mars ook, maar lang niet zo helder als die twee. In de loop van de avond zakken ze achter de westelijke horizon, twee felle sterren. De felste is Venus. Venus wordt ook de avondster genoemd. Venus is vaak te zien, Jupiter minder vaak.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Otterschelp

Otterschelp

Otterschelp doublet Texel 14.3.12, foto Koos Dijksterhuis

Otterschelpen zijn groot, ovaal en plat. Groot wil zeggen zo’n tien bij vijf centimeter. Ze lijken een beetje op de zeer algemene strandgapers, maar zijn platter, dunner en veel breekbaarder. Op Schiermonnikoog vond ik als kind meestal blauwe kleppen. Dat blauwe kregen ze toen ze als losse klep in ijzerhoudende grond zaten, duizenden jaren lang. Een enkele keer spoelde er een verse klep aan: gebroken wit, met een afbladderend, beige vlies op het kalk. Meestal was het gebroken wit gebroken, want zo’n grote, tere schelp houd je niet lang heel. Dat viel mij althans niet mee, als ik een schelp meenam.

Lees Meer Lees Meer

DELEN