Natuurdagboek 2012
Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg m., Foto Koos Dijksterhuis

Het is weer tijd voor schorpioenvliegen. Laatst zag ik er een in een bosrand. Hij had een haak aan zijn staart: een mannetje. Hij zat op een blad, vloog twintig centimeter naar een ander blad en herhaalde die manoeuvre. Ik zag nog een schorpioenvlieg. En nog een, nog een, nog een. Mannetjes en vrouwtjes. Twee zaten op een spinnenweb. Dat doen ze vaker, want met hun lange snuit eten schorpioenvliegen dode insecten en die vinden ze in webben. Maar één van beide aaszoekers was zelf verstrikt geraakt. Hij leek dood, maar bewoog nog een beetje. Ik bevrijdde hem en hij kwam ineens tot leven, schudde de rag van zijn vleugels en fladderde weg.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Plonzen in de Oder

Plonzen in de Oder

Kamperen aan de Oder, Foto Koos Dijksterhuis

We zakken af langs de Poolse oever van de Oder, de grensrivier met Duitsland. Die rivier heeft een brede bedding met allerlei zijarmen en zandbanken, moerassen en rivierduinen. Het is bovendien een niemandsland tussen twee landen en niemandslanden zijn vaak natuurparadijzen.

Een uur bezuiden Stettin zetten we de tent op aan de rand van een lariksbos. Een strook gras scheidt ons van een zijarm van de Oder, die doodloopt in een rietveld. In het gras bloeien grijskruid (wit) en steenanjer (donkerroze), bieslook en polei, beiden paars. Polei is een soort munt. Het water is diep en helder. Het is heet en bij een ministrandje gaan we erin. Er zijn veel zwanenmossels, posthoorn-, poel- en grote waterslakken. Levend. Maar ook dode mosselkleppen liggen op de oever, evenals een afgekloven vis. Het werk van otters.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Polen op de fles

Polen op de fles

Afval bij Pools meertje, Foto Koos Dijksterhuis

Polen klinkt naar worst en wodka, naar bossen en beren. In het noordwesten, waar we met de pont de Swine, de monding van de Oder zijn overgestoken, zijn geen beren. Er zijn wel bossen en daarin zetten we ons tentje op. Veel gevaarlijker dan beren en wolven zijn mensen. We zoeken een plek die aangenaam lijkt en waar we niet opvallen. We laten een staplek altijd schoner achter dan we hem aantreffen. Dat is in Polen eenvoudig. Ik heb nooit een land gezien dat zo vergeven was van het vuilnis. Tot in de meest afgelegen bossen vind je plastic flessen, blikjes en complete vuilniszakken vol. Maar vooral die plastic flessen, miljoenen. Had onze rentmeester Joop Atsma dat maar gezien, voor hij op de valreep nog even het statiegeld besloot af te schaffen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Koos voor vogels

Koos voor vogels

Weggetje naar Koos met peen in de berm, Foto Koos Dijksterhuis

Koos ligt voor de Voorpommerense kust in de Oostzee. Het eilandje is ik schat anderhalve vierkante kilometer groot en is deel van een tien keer zo groot natuurreservaat, met slikken, kwelders en hooilanden. We lopen in de broeierige middagzon over het dammetje naar Koos, onderwijl vogels kijkend. De bermen van het wagenspoor op de dam zijn wit van bossen witte honingklaver en van peen. Peen heeft witte schermbloemen, soms met een zwarte stip in het midden. Ik wil altijd nog eens proberen hoe de wortel van wilde peen smaakt. Er staan ook gele schermbloemen: pastinaak, nog een wortel om eens te proeven.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Het eiland Koos

Het eiland Koos

Reuzenstern, Foto Harvey van Diek

Waren we aan de Duitse Oostzeekust al gecharmeerd door het akker-eilandje Poel, vriendin ontdekt op de kaart een Insel dat Koos heet. Daar moeten we natuurlijk heen. Het blijkt een autovrij eilandje te zijn, een vogeleilandje zelfs. Je mag er maar een klein eindje op, maar voor je erop bent, zijn er al zoveel bloemen en vooral vogels te zien…

Zoals veel Duitse eilanden zit het met een lage dam vast aan de wal. In de beschutting van die dam groeiden kwelders en rietmoerassen en waar de Oostzee resteert, is het water zo kalm en ondiep dat vogels er in groten getale kunnen rondwaden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Poel met akkervogels

Poel met akkervogels

Witte kwikstaart, Foto Jeanette Essink

We rijden langs de Oost-Duitse kust naar Polen. Op de kaart zien we twee eilandjes. Veel minder bekend en veel kleiner dan Rügen, maar net als Rügen via een dam bereikbaar. Insel Poel lonkt, vlakbij het werelderfgoedstadje Wismar.

De dam naar Poel doorsnijdt ondiep, brak water met kwelders vol ganzen. Poel bestaat uit tarwe- en koolzaadakkers, met houtwallen en onontgonnen laagten met poelen en riet. In de houtwallen zingen geelgorzen, in het riet roepen rietgorzen. Geelgorzen hebben een geel gezicht, rietgorzen een zwarte kop. De mannetjes althans. Op telefoondraden en takken zitten weer andere gorzen te zingen. Forse, bruine gorzen met een grote snavel. Als ze opvliegen laten ze hun poten eerst even hangen. Het zijn grauwe gorzen, akkervogels pur sang. In Nederland zijn die zo goed als uitgestorven, zoals wel meer akkervogels.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Leven aan de bosrand

Leven aan de bosrand

Bosklit + landkaartje, Foto Koos Dijksterhuis

’s Morgens dienen zich nieuwe passanten aan bij onze tent aan de bosrand. Die bosrand warmt snel op in de morgenzon. Weldra gonst het er van de hommels, bijen en zweefvliegen. Er groeien struiken met paarse, distel-achtige bloemen. Dat zijn bosklitten, of klissen, klis en klit kan allebei. Wat zit daar een leven in! Allerlei zweefvliegen, van ranke langlijfjes tot witte reuzen. Honingbijen, hommels van een slag dat in Nederland nauwelijks voorkomt, weekschildkevers, vegetarische wantsen en roofwantsen, een blaaskopvlieg in wesp-achtig streepjespak, spinnen en slakken. De meeste slakken hebben gele huisjes. Ze lijken op tuinslakken, maar hun huisjes zijn iets kleiner en egaal eigeel, zonder strepen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Stoppelveld met oogstresten

Stoppelveld met oogstresten

Tarwe, Foto Koos Dijksterhuis

Een tentje aan de bosrand, uitzicht over geoogste tarwevelden, daarachter een houtwal langs een hooiland. Vuurtje stoken, alleen het zwemwater ontbreekt, daarvoor moeten we tien kilometer rijden naar de Oostzee.

In Oost-Duitsland en West-Polen zijn de mensen niet stomverbaasd als je wild kampeert en fikkie stookt. Ze zijn verbaasder als je geen vuur maakt. Waarmee moet je anders muggen verjagen, waarop rooster je dan tosti’s en worstjes en waarin staar je beter?

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Roze bloemen

Roze bloemen

Harig wilgenroosjem, Foto Koos Dijksterhuis

Roze is de kleur van drie uitbundige, algemene zomerbloemen van vochtige, voedselrijke grond. Kattenstaarten zijn de meest roze van de drie. Als er voedsel genoeg is en competitie om licht, kunnen ze meer dan twee meter hoog worden. Ze steken hun bloemen hoog in de lucht. Die bloeien in decimeters lange aren. Ze groeien op de oever of net in het water. In hun buurt is vaal ook smeerwortel te vinden. En vlinders. Koolwitjes en boomblauwtjes zijn dol op kattenstaart.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Ransuil in rust

Ransuil in rust

Ransuil, Foto Rob Buiter

In de straat zit een ransuil. Hij zit in de kruin van een loofboom te dutten. Ransuilen overnachten niet, ze rusten overdag. Roesten, heet dat bij uilen. Rare term, misschien stamt het af van het calvinistische rust roest. ‘s Avonds plukt hij zich, hij strekt eens een vleugel en trekt zich niets aan van auto’s, spelende kinderen, voetgangers onder hem. Die zijn zich van geen uil bewust. Hij is ook moeilijk in het oog te krijgen. Een buurvrouw attendeerde mij op de uil. Bij haar boven keken ze soms recht in zijn ogen. Uilen lijken door je heen te kijken.

Lees Meer Lees Meer

DELEN