Natuurdagboek 2011
Aan de dijk

Aan de dijk

Grote zilverreiger, © Peter Teune

Uitwaaien op de zeedijk van Goningen, tussen Noordpolder en kwelders. Het is vogeltrektijd en waar vliegen meer trekvogels dan langs de kust? Het is zuidoostenwind – ideaal om uit de koers geraakte vogels te zien. Ze waaien mee tot ze de zee zien. Oeps, dat lijkt hen niks. Ze blijven aan de kust, tevens een handige routeplanner. Helaas is er behalve stormmeeuwen, blauwe reigers en een grote zilverreiger er niet veel op de wieken. Ah, en een torenvalk, binnendijks boven de akker biddend. Aan de voet van de dijk hippen witte kwikstaarten, steeds kort tjilpend.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Dijk, kwelder, wad en horizon

Dijk, kwelder, wad en horizon

Kwelder, © Koos Dijksterhuis

Uit Westernieland, een dorpje aan de marge van ’s lands periferie in Noord-Groningen, steekt een smal, lang, recht weggetje naar de waddenzeedijk. Twee kilometer naar het oosten ligt binnendijks een klein natuurgebiedje, waar altijd wat te zien is. Op de dijk zelf is trouwens genoeg te zien, maar zo’n natuurgebiedje is een aardige wandelbestemming.

De schapen op de dijk kijken en staan wantrouwig op, ze zakken door hun achterpoten om een plas te doen, alvorens paniekerig weg te sjezen. De herfstzon strijkt over de kwelders, de geel, groen, bruin, rood, zilvergrijs en paars gekleurde kwelders. Ooit waren die kwelders bedoeld als landbouwgrond, nu zijn ze natuur, sommige sloten beginnen vanzelf te kronkelen. Ze staan in verbinding met de Waddenzee, het is vloed, het zeewater vult de buitendijkse vaart en kriebelt de voet van de dijk. Er vliegt een groenpootruiter weg, maar de meeste vogels waden in de verte door de ondiepe wateren tussen de takkenbossen die het slik vasthouden en het land aanwinnen. Veel bergeenden, veel stormmeeuwen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vijf procent van het boerenland mooi

Vijf procent van het boerenland mooi

Grauwe gors, © Freek Verdonckt

Vorige week citeerde deze krant drie wetenschappers onder de alarmerende kop ‘Subsidie agrarisch natuurbeheer mist ieder effect’. Terwijl Trouw laatst nog juichte dat de grauwe gors na jaren afwezigheid als broedvogel was teruggekeerd, in Oost-Groningen nog wel, ver van de dichtstbijzijnde grauwe-gorzenpopulaties in België. Die Groninger gorzen zijn te danken aan het agrarische natuurbeheer aldaar, waar ook grauwe kiekendieven, veldleeuweriken, patrijzen, graspiepers en vele andere soorten bij floreren.

Gelukkig blijken de wetenschappers dat niet te ontkennen, ze pleiten vooral voor een betere aanpak, zodat het Groninger succes geen uitzondering blijft. Boeren zouden vijf procent van hun land natuurlijk moeten beheren, zegt Geert de Snoo, voor minder doet de natuur het niet. Hij heeft gelijk: iedereen snapt dat een vierkante meter natuur in een onafzienbare steriele vlakte geen zin heeft. Pas bij ongeveer vijf procent braak heeft agrarisch natuurbeheer zin. Tenminste, voor akkervogels. Weidevogels zoals grutto’s hebben vochtige graslanden nodig, en je kunt niet vijf procent van je land vochtig houden – water stroomt weg naar de droge omgeving. En wat grutto’s aan beheer nodig hebben, past niet meer in de moderne bedrijfsvoering. Daarvoor zijn weidereservaten nodig.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De trekkracht van burlende herten

De trekkracht van burlende herten

Edelhert

Vandaag 25 jaar geleden vertrok ik voor een half jaar naar Ierland. Ten afscheid doorkruisten mijn toenmalige vriendinnetje en ik de Veluwe. Tentje mee en lopen maar, ik kon me niets romantischer voorstellen en zij vond het ook best leuk. We namen de eerste trein naar Rheden aan de Veluwezoom, betraden de bosrand en stonden oog in oog met een hijgend hert. Een edelhert met veel gewei en haar. ’s Avonds kampeerden we op de rand van bos en veld. Voor de tent maten hertenmannen hun krachten. Hun kreunen, boeren en brullen, stampvoeten, grasschrapen, geweizwaaien was imponerend en zo was het ook bedoeld. Dagenlang kwamen we nauwelijks een mens tegen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Evening

Evening

© Koos Dijksterhuis

De herfst begint als midden op de dag de zon recht boven de evenaar staat. Vanuit aards perspectief lijkt het of de zon op en neer schuift tussen de keerkringen, het gebied dat we de tropen noemen. Rond 21 juni staat de zon boven de kreeftskeerkring, rond 21 december boven de steenbokskeerkring. Boven de kreeftskeerkring is hij het dichtst bij ons: de langste dag in het noorden. Hoe noordelijker je dan reist, des te langer de dag duurt. Op de Noordpool schijnt dan de middernachtszon, terwijl de Zuidpool halverwege de lange winternacht is. Daarna worden in het noorden de dagen korter, tot 21 december boven de steenbokskeerkring in het verre zuiden weer een zonnewende passeert: de kortste dag. Bij ons dan. In Kaapstad, Melbourne en São Pãolo beleven ze dan juist de langste dag.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Stinkende zuurstokjes

Stinkende zuurstokjes

Roze stinkzwam, © Jeanette Essink

De grote stinkzwam is een bekende paddestoel. Als het een paar dagen vochtig is, schieten paddestoelen uit de grond. Stinkzwammen rijzen op uit hun ei, tot een vorm die onze voorouders ertoe bracht ze als lustopwekkend middel te serveren.

Kleine stinkzwammen zijn zeldzamer dan grote, wat kleiner maar vooral dunner en met gele stengels. Roze stinkzwammen zijn nog lastiger te vinden. Ze komen nog maar een jaar of zestig voor in Nederland, nadat ze een halve eeuw eerder uit Amerika in Zuid-Europa zijn ingevoerd.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Stoere jagers

Stoere jagers

© Lars Holst Hansen

Ieder jaar worden er plezierjagers doodgeschoten door andere plezierjagers. Jagen is een gevaarlijke hobby. Zweden schijnen veel geld te betalen voor een vergunning om een eland te mogen schieten. Zo’n bonk vlees betaalt zich terug, en als het seizoen op zijn eind loopt, worden de jagers zonder treffer nerveus. In Frankrijk heb ik na lunchtijd wel eens jagers in actie gezien. Het kunnen natuurlijk uitzonderingen geweest zijn, maar nooit was zo’n jager nuchter. Een keer zag ik waar ze geluncht hadden: bij de terreinwagens. Er lag een stapel lege flessen. In Rusland zuipen ze zich bij het ontbijt al klem. Regelmatig halen absurde jachtongelukken uit Rusland de buitenlandse pers. Vorige week deed een 68-jarige jager aangifte van een ongelukje. Hij had zijn 26-jarige schoonzoon door het hoofd geschoten. Dood.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Invasie van springend zaad

Invasie van springend zaad

Klein springzaad, © Koos Dijksterhuis

Klein springzaad is een plant die kinderen tot de verbeelding spreekt. Mijn kinderen vinden leuk wat ik als kind ook leuk vond: de rijpe springzaden aanraken. Dan knappen ze open en schieten de zaadjes decimeters weg, als duveltjes uit doosjes. Je weet dat het gaat gebeuren en toch schrik je altijd even. Soms moet je licht knijpen om de zaadjes te laten springen. Toch kan zo’n groen, langwerpig peultje er dik en rijp genoeg uitzien, maar nog onrijpe, witte zaadjes bevatten. Die knijp je zonder resultaat fijn. En dat heeft iets spijtigs, er wordt zowel een plantje als een projectiel in de kiem gesmoord.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Eigen schuld van de grutto

Eigen schuld van de grutto

Grutto, © Hanneke Geerdink

Vlak voor mijn vakantie op Schiermonnikoog lees ik het laatste nummer van het vogeltijdschrift Limosa. Er staat een stuk in over tellingen van jonge grutto’s. Er is nog niet zoveel bekend over waar die zich verpozen als ze in de zomer op eigen benen staan. Hun eerste zomer dus, nadat ze net zijn groot gebracht. Een vrij grote verzamelplaats blijkt te liggen in de polder van Schier. En warempel, uit de bus van de boot zie ik er tientallen door de weilanden stappen. Ze zijn grijs, net als de jonge storm-, zilver- en mantelmeeuwen, grijs als de lucht die deze zomer maar amper zijn wolken weet af te schudden.

Verrassend, uitgerekend Schier als verzamelplaats van jonge grutto’s. De weiden zijn rimpelloos begroeid met Engels raaigras, sommige percelen voor een seizoen ingezaaid met maïs. Deze landbouwgrond moet zo langzamerhand doordrenkt zijn van drijfmest. Als kind woonde ik bij het bos, waar in april geen grutto’s te horen waren. Maar op Schier werd ik in vele paasvakanties verwend met het ‘o-grut-o-grut’ van de vogels. De laatste jaren echter is dat koor gedempt tot een enkele solo.

En dan toch tientallen jonge grutto’s. Ze zijn er waarschijnlijk niet allemaal uitgebroed, ze komen waarschijnlijk ook van het vasteland. Misschien dat ze juist op de zwaar bemeste graslanden wormen vinden – ook kauwtjes, spreeuwen, kieviten en bovengenoemde meeuwen zie ik er wel; die lusten best een worm.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Koolwit op paars

Koolwit op paars

Klein koolwitje op distel, © Koos Dijksterhuis

Er vliegen nog veel koolwitjes. Koolwitjes een klontje van enkele eitjes af onder bijvoorbeeld een koolblad, dat de rupsen vervolgens opeten. Na een tijdje settelen de rupsen zich in het hart van de kool. Tuinders zien de witte vlinders daarom als verschrikking. Biologische bestrijding kan met sluipwespen. Sluipwespen leggen hun ei in de rups. De sluipwesplarve eet de rups op en verpopt zich vervolgens tot sluipwesp. Op koolwitjes parasiteert bovendien een sluipwespje van een halve millimeter. Dit wezentje, Trichogramma brassicae, kan ruiken wanneer een koolwitmannetje met een vrouwtje gepaard heeft. Het piepkleine sluipwespje gaat op de vrouwtjesvlinder zitten en lift mee. Als de vlinder eitjes afzet, kruipt het sluipwespje op de vlindereitjes en legt ze haar eigen eitje in een vlinderei. Het sluipwesplarfje heeft dan een heel vlinderei tot zijn beschikking. Na anderhalve week komt er geen rups uit het ei, maar een sluipwespje.

Lees Meer Lees Meer

DELEN