Natuurdagboek 2011
Spin vs. kever

Spin vs. kever

Viervlekwielwebspin + mestkever, © Koos Dijksterhuis

We drinken thee bij Rob Bijlsma, achter zijn droomhuisje. Hij bewoont één van de meest geïsoleerd gelegen boswachterswoningen van Nederland, waar hij tussen wanden vol boeken aan zijn nieuwste boek werkt: ‘Mijn roofvogels’. We kijken uit over een vennetje in het bos. Er hinnikt schel een vogel. Een zwarte specht vliegt weg over de dennen. ‘Weinig vogels zijn zo goed in hoor- en zichtbaar vliegen als zwarte spechten’, grinnikt Rob. Ze lijken daardoor een gemakkelijke prooi voor haviken en  sperwers, maar zijn dat niet. ‘Ik heb eenmaal een havik kalm achter een zwarte specht zien aanvliegen, die snoeihard gilde. De havik deed geen moeite te versnellen, het leek alsof het gillen hem afstootte of hooguit geïnteresseerd deed volgen.’ Er neuzelen mezen, er tjuppen vinken, hoog boven ons roept een sijs, kneuen vliegen kneuterend over. Wat verder weg klinkt een geluidje dat zelfs Rob even doet fronsen, maar algauw gaat het over in het fluitje van een goudvink.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Ei

Ei

Turkse tortel, © Koos Dijksterhuis

Zoon van 9 komt uit school. Hij sjeest de stoep op, kwakt zijn fiets tegen de gevel, gebaart door het raam en holt terug.

Ik naar de voordeur. ‘Hier ligt ergens een ei’, zegt hij en hij wijst naar de goot vol herfstblad. Hij was erover gefietst en zag in een flits een ei liggen. Nu kan hij het niet meer vinden. Samen kammen we een meter goot uit. Bruine bladeren, groene bladeren, gele bladeren, rode bladeren, maar geen ei. Wel een dropzakje van plastick, een kauwgomverpakking van aluminiumfolie en een lollystokje. Ik gooi het allemaal in de vuilnisbak en voel me een padvinder na zijn dagelijkse goede daad.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kleurige spin

Kleurige spin

Wespspin, © Koos Dijksterhuis

Aan hun zwarte en gele strepen danken wespspinnen hun naam. Ook hun tweede naam danken ze daaraan: tijgerspin. Dat ze ook witte strepen hebben, wordt gemakshalve genegeerd. Met de zwart-geel-witte strepen zijn wespspinnen één van de kleurigste spinnen des lands. Ze glanzen erbij en zijn behoorlijk groot. Hun opvallende verschijning schrikt spinnenjagers eerder af dan dat het ze aantrekt. Die zien zwart met geel en denken: eek! Wegwezen!

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Nuttige en schadelijke dieren

Nuttige en schadelijke dieren

Wesp dient wespendief tot voedsel, © Koos Dijksterhuis

Insecten die insecten eten, werden vroeger nuttig genoemd. Tegenwoordig hoor je zelden nog iemand de dieren onderverdelen in nuttig en schadelijk, terwijl insectenetende insecten nu benut worden als gewasbeschermer. Biologische bestrijding heet dat, wat niets te maken heeft met biologische oorlogsvoering. Het woord biologisch wordt op vele manieren gebruikt. Zo is biologische landbouw, kortweg bio-landbouw, het tegenovergestelde van bio-industrie. Om hun ideeën te verduidelijken, verzinnen mensen soms de onduidelijkste formuleringen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Overstekend wild

Overstekend wild

Keverlarve voor en na overrijding, © Koos Dijksterhuis

Op het fietspad door het Fochteloërveen is veel geleedpotigs te zien. Overstekend wild heeft er geen dekking en is goed te bekijken, al dan niet platgefietst. Ik fotografeer een schallebijter, een zwart glanzende kever met rijen kuiltjes in zijn schild. Verderop hobbelt een kleine rups het fietspad op. Er nadert een echtpaar op blinkende fietsen, iedere honderd meter rijdt een echtpaar op blinkende fietsen.

Rakelings peddelen de fietsers langs het rupsje. Dat stevent onbekommerd verder. Hij heeft een afgeplat en sigaarvormig lijfje, zwart behaard. Het is de larve van een soldaatje, een weekschildkever. Weekschildkevers hebben een zachte bolster, maar een ruwe pit. Het zijn roofkevers, ze eten graag bladluizen.

Toen ik jaren geleden over dit fietspad fietste, was het een schelpenpad. Het knisperde lekker onder de banden. De laatste jaren zijn veel schelpenpaden verhard met twee meter brede betonplaten. In de kern van het veenreservaat houdt Natuurmonumenten het pad nog half verhard,  al dringt de gemeente aan op beton. ‘Met de teruglopende budgetten voor natuur, is de kans groot dat er ook door natuurorganisaties gekozen wordt voor onderhoudsarme fietspaden’, vreest Natuurmonumenter Alje Zandt. Beton is goedkoper. Maar schelpen zijn mooier. Langs schelpenpaden groeien kalkliefhebbers als wintergroen en orchideeën. Ik denk dat minder beestjes zich over schelpenpaden wagen dan over beton. Maar dat weet ik niet zeker en of het een voordeel is, weet ik ook niet. Want dan zouden fietspaden weer een barrière zijn en een natuurgebied nog drastischer splitsen.

Een volgend echtpaar nadert. De man fietst voorop, zijn voorband ponst het  achterwerk van de larve het fietspad in. De kop knapt open en het binnenwerk spat er met het lichaamsvocht uit.

DELEN
Wants op pad

Wants op pad

Roodpootschildwants Pentatoma rufipes, © Koos Dijksterhuis

Op het fietspad  rust een roodpootschildwants uit, tijdens zijn lange wandeling naar de overkant. Met zijn hoekige halsschild en vierkante schouderpartij ziet hij er stoer uit. Maar twee meter beton is een forse hindernis. Zover als hij kan zien, strekt de stenen vlakte zich uit. En dan brandt de zon ook nog zo heet. Hij is nog maar op een kwart, hij moet nog anderhalve meter. Daar komen weer twee fietsers aan. Het fietspad dwars door natuurmonument Fochteloërveen is een moordende barrière voor het kruipend gedierte. Niet lang geleden is het schelpenpad verhard met twee meter brede betonplaten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Free Morgan!

Free Morgan!

Tonijn op visveiling Tokyo, © Mary Stottelaar

Tot voor kort kon je bij Tarifa in Zuid-Spanje orca’s zien patrouilleren. De enorme zwaardwalvissen bewaakten de Straat van Gibraltar, als daar blauwvintonijnen door zwommen. Blauwvintonijnen zwommen de hele Atlantische Oceaan over, maar kwamen op gezette tijden naar de Middellandse Zee. Daar paaiden ze. De orca’s wachtten ze op en aten hun zwart-witte buik vol.

Nu doen ze dat nauwelijks meer, want blauwvintonijnen zijn zo goed als uitgeroeid. Scholen tonijn werden uit  vliegtuigjes met radar opgesnord en op de paaigronden in gigantische netten opgevist. Alleen als er dolfijnen als bijvangst gedood werden, wekte dat verontwaardiging. Over de enorme vissen liet bijna niemand een traan.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Spin in het web

Spin in het web

© Koos Dijksterhuis

Het Fochteloërveen zindert in de zon. Geen zuchtje wind, geen wolkje. Het lijkt wel zomer. Maar de bosrand krijgt al een herfstkleurtje, er groeien paddestoelen onder de bomen, de lage zon zet de naaldbomen en berken in vochtig herfstlicht, kieviten wolken over in najaarsgroepen. En tussen de vergeelde pollen pijpestrootje hangen spinnen roerloos in hun al even roerloos hangende spinnenwebben.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Woeste sluipvlieg

Woeste sluipvlieg

Woeste sluipvlieg, tachina fera, © Jeanette Essink

De woeste sluipvlieg dankt zijn naam aan zijn weelderige lichaamsbeharing. Veel sluipvliegen zijn behaard, maar de woeste is het behaardst. Net als de larven van sluipwespen, leven de larven van sluipvliegen in larven van andere insecten. Dat kunnen sprinkhaanlarven zijn, keverlarven, wantsenlarven, bladwesplarven, van alles. Wel heeft iedere soort sluipvlieg zijn voorkeur. De woeste sluipvlieg geeft de voorkeur aan rupsen. Woeste sluipvliegen leggen hun eitjes niet in of op andermans larve, maar in de buurt van de door hen geliefde rupsen, op een plant waar die rupsen van leven. De sluipvlieglarven kruipen vrijwel meteen uit hun eitjes. Hobbelt er een rups voorbij, dan worden ze met blad en al opgegeten of boren ze zich door de rupsenhuid naar binnen. Vervolgens nemen ze de rups geleidelijk over en eten ze zijn inwendige op. Na een week of twee breekt er een sluipvlieg uit, geen vlinder.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Nepworm in slak

Nepworm in slak

Barnsteenslak met platworm, © Jeanette Essink

Sinds ik deze rubriek schrijf, wil ik leucochloridium paradoxum erin hebben. Maar telkens kwam het er niet van. Ik schreef eens over barnsteenslakjes, dat wel. Die twee soorten hebben veel met elkaar te maken. Vorige week herinnerde het biologenblad Bionieuws me eraan, dankzij een stukje over leucochloridium paradoxum. En nu stuurt Jeanette Essink me er foto’s van. Die nam ze in Drenthe, waar de platwormen talrijk kunnen zijn. Leucochloridium paradoxum en barnsteenslakje hebben een hechte band, al is het een eenzijdige band. Barnsteenslakjes leven in hun fraai gevormde huisjes op vochtige planten, vaak aan de waterkant. Ze redden zich goed zonder de platwormen, des te beter zelfs, maar omgekeerd geldt dat niet. Leucochloridia paradoxa zijn parasitaire platwormen die barnsteenslakken nodig hebben.

Lees Meer Lees Meer

DELEN