Natuurdagboek 2011
Herfstvlinders

Herfstvlinders

Dagpauwoog en kleine vos, © Jeanette Essink

Als de zon schijnt, dwarrelen er op beschutte plekken nog steeds zomerse dagvlinders rond. Kleine vuurvlinders bijvoorbeeld houden het tot eind oktober vol als het weer het toelaat. Ook kleine vossen, atalanta’s, koolwitjes en dagpauwogen zijn nog te zien. Dagpauwogen zoeken nu schuilplaatsen op, om de winter in te doorstaan. Die schuilplaatsen moeten koel en vochtig zijn. In kelders, kruipruimten, schuren, holle bomen; overal kun je ze in slaapstand zien zitten. Op zolders drogen dagpauwogen uit, als de verwarming aanslaat.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Koekoeksbloemen bloeien

Koekoeksbloemen bloeien

Dagkoekoeksbloem, © Koos Dijksterhuis

Van veel zomerbloemen zijn hier en daar nog bloeiende exemplaren te vinden. Van sommige bloeien er nog veel. Koekoeksbloemen bijvoorbeeld. Echte koekoeksbloemen, dagkoekoeksbloemen en avondkoekoeksbloemen bloeien alledrie nog, soms bij elkaar. De echte heeft roze, sprietige kroonbladen, de andere hebben bredere kroonbladen; die van de dag koekoeksbloem zijn donkerroze, die van zijn avondlijke neef zijn wit.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bospest voor de vogels

Bospest voor de vogels

Amerikaanse vogelkers, © Koos Dijksterhuis

In de Kennemerduinen dragen door zeewind geteisterde kardinaalsmutsen hun grillig gevormde, roze bessen. De zwermen kramsvogels, merels, koperwieken, zanglijsters en spreeuwen zullen ze soms wel meepikken, maar zijn meer geïnteresseerd in de duin- en meidoorns die meer bessen te bieden hebben. Op Schiermonnikoog vonden de lijstersoorten en spreeuwen een nog verleidelijker lekkernij dan duindoorn, meidoorn, lijsterbes en duinroos: Amerikaanse vogelkers. Vonden, want de Amerikaanse vogelkersen waren binnen drie dagen na de grote lijsterintocht van begin oktober al op.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Een inktzwam in drie delen

Een inktzwam in drie delen

© Koos Dijksterhuis

Tegen de achtergevel wurmt zich een inktzwam tussen de klinkers door. Hij is jong, mooi en vol belofte. In Nederland komen tientallen soorten inktzwammen voor, sommige zijn zeldzaam, maar dit is een geschubde en dat is één van de algemeenste paddestoelen des lands. Geeft niks, wie niet van een huismus kan genieten, is geen steenarend waard. Oftewel: wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd, zoals mij met de calvinistische paplepel werd ingegoten. We hebben wat kleinigheden geëerd, thuis.

Een jonge geschubde inktzwam is goed te eten. (Niet zoveel smaak trouwens, peper en knoflook zijn onontbeerlijk). Je kunt er iets bij drinken, wat bij een jonge gladde inktzwam geen aanbeveling verdient, aangezien je van de combinatie gladde inktzwam en alcohol doodziek schijnt te worden. Niet thuis proberen, tenzij als poging van alcoholverslaving af te komen.

Ik laat de jonge geschubde inktzwam staan, want een jonge geschubde inktzwam is een lust voor het oog. Foto! Maar nee, de camera ligt boven, er komt iets tussen (huishoudelijke mededeling: het water kookt, de kinderen zeuren om eten, er brandt iets aan) en ik vergeet de inktzwam. Uit het oog, uit het hart. De volgende dag krijg ik hem weer in het oog en wat een schrik, hij ziet er lang niet meer fris en onbedorven uit. Meer een verlopen typ op middelbare leeftijd, tobbend over zijn gemiste kansen en andere midleefmisère. Toch maar een foto; wat zo snel vergaat, verdiient eeuwige roem. Weer een dag later is hij een grijsaard, oud en der dagen zat. En vervolgens is het gedaan. In drie, vier dagen opgerold en weggevloeid als inkt; wat een leven!

DELEN
Platte slijkgapers

Platte slijkgapers

Platte slijkgaper, © Koos Dijksterhuis

Op het strand vind je soms platte slijkgapers. Slijkgapers lijken in naam op strandgapers, maar zijn kleiner en platter. Ze leven in slijk, niet in zand. Het zijn wadschelpen.

Platte slijkgapers graven zich in, veilig tegen schelpdier-etende wadvogels. Sommige van die vogels hebben heel lange snavels: wulpen bijvoorbeeld en rosse grutto’s. Maar platte slijkgapers graven zich dieper in dan wie ook, wel 25 centimeter. Ze begraven zich levend. Ze eten en ademen via twee snorkels, die uit de bodem steken. De ene slobbert water op, waaruit het weekdier voedingsstoffen filtert. Het gefilterde water wordt via de andere snorkel geloosd. Om rondpompen te voorkomen, zitten beide snorkels een eindje uitelkaar. De zuigslang kan bovendien rondtasten en als een stofzuiger de bodem afwerken.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Dwalende tapuit

Dwalende tapuit

Bonte tapuit, © Martijn Bunskoek

Vriend Jeroen Reneerkens ontdekt op Schiermonnikoog een bonte tapuit. Bonte tapuiten broeden in Azië en aan de oostrand van Europa. Tijdens de herfsttrek naar Afrika dwaalt er weleens een af, vaak een jonge vogel. Goed woord: dwaalgast.

Ik ben op Schier en ga kijken. Er komen nog drie vogelaars, aardige jongens die de bonte tapuit botap noemen. In de avondzon maakt het vogeltje vanaf een paal in de kwelder bij de waddendijk korte vluchtjes om insecten te vangen. Net een vliegenvanger. Hij, nee zij, het is een jong vrouwtje, heeft dezelfde witte stuit als de gewone tapuiten langs de dijk. Maar ze is kleiner en molliger, al kan dat liggen aan opgezette veren. De zon zinkt achter de dijk, de vogel ploft neer in het gras, onzichtbaar, maar verschijnt weer een eind verderop in de laatste zon.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Huiler !

Huiler !

© Koos Dijksterhuis

Op de boot naar Schiermonnikoog staat een busje vol kratten, met zeehonden. De zeehonden waren zielig en zijn in Pieterburen opgelapt. Nu krijgen ze hun vrijheid terug, een feestelijke gebeurtenis.

De volgende dag lopen we bij paal 14 op het zachte, zompige zand dat door de springvloed overspoeld werd. Hee, daar ligt een zeehondje. Een huiler, al huilt hij niet. Het dier is richt zijn ronde snuit op. Hij kijkt ons met ronde, vochtige ogen monter aan. Dankzij hun mond op glimlachstand kijken zeehondjes meestal tevreden. Hij heft zijn staart op en klapt in zijn vinnen. Zijn zijvin zit klem onder zijn  buik. Hij ligt aan de springvloedlijn, maar is niet door de zee achtergelaten. Aan het spoor te zien, kroop hij zelf strandopwaarts, keerde een eind terug, draaide zich weer om en ligt nu tweehonderd meter van zijn element.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Roodborsten op trek

Roodborsten op trek

Roodborstje, © Jeanette Essink

Als nu één vogelsoort massaal door Nederland trekt, is het de roodborst wel. Overal zijn roodborstjes te horen en te zien. Het horen en zien vergaat je, zou ik haast schrijven, maar zo is het niet, want wat zijn ze mooi. Met hun vurige, oranjerode borst vallen en vlammen ze op in de lage herfstzon. Ook hun liedje is mooi – het is een verlegen liedje, het klinkt ingetogen en bescheiden, maar valt toch op omdat het in ieder bos en park gezongen wordt, waar nu weinig vogels zingen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Geplas in de kwelder

Geplas in de kwelder

Slenk Oosterkwelder Schiermonnikoog, © Koos Dijksterhuis

Bij de Kobbeduinen eindigt het Schiermonnikoger web van schelpenpaden. Op het duin kijk je over de kwelder, uit de oostelijke horizon steekt het baken van Willemsduin. Vijf kilometer hemelsbreed. Over het kwelderpaadje is het veel verder. Paadje? Ooit werd het een drukke fietsroute, waarover zich stiekem zelfs huurfietsers waagden. Mocht niet, maar er bleef toch nauwelijks slijk aan de fiets hangen, het was een begaanbaar pad. Toen kwam Natuurmonumenten. De beheerder legde een strandpad aan langs de stuifdijk en liet die stuifdijk zelf juist verloederen. In de kwelder kregen de elementen carte blanche. De slenken uit de Waddenzee kronkelden met het jaar dieper landinwaarts, sommige helemaal tot op het Noordzeestrand. Fietsers kwamen er allengs lastiger door. Ik deed het nog een paar keer met een kind achterop. Dan moet het zonder kind zeker lukken. We stormen opgewekt op onze barrels de Kobbeduinen af, de kwelder in, en moeten meteen stoppen voor de eerste slenk. Springvloed. Het water stroomt om het brugje heen. We stuiten op de ene na de andere slenk. Ze zijn steil, nat en zacht, we zakken erin en waden op blote voeten, grijs van het slijk. Niet dat we onze schoenen droog houden. De vlakten tussen de slenken staan blank. Ook waar het gras droog lijkt, staat water.  Je kunt beter meteen soppen, dat scheelt veel getreuzel. Het paadje ligt op de bodem van het moeras.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bot op het strand

Bot op het strand

dode Bot, © Koos Dijksterhuis

Toen ik klein was, kon je op Schiermonnikoog massa’s bot vangen. Twee jaar geleden vond ik een dode bot op Vlieland. Afgelopen zomer een dode halfwasbot op Schiermonnikoog. Met zijn zoenlippen en bolle ogen lag de platvis tussen gruis en wier in de vloedlijn. Bot is een platvis van de grens tussen riviermonding en zeebaai. De Lauwerszee, de Zuiderzee; het leefde er van de bot. Ook vissers leefden er van de bot.

Lees Meer Lees Meer

DELEN