Maandag 31 januari verliet een zeearend ’s morgens vroeg zijn slaapboom bij Almere, en vloog de Oostvaardersplassen in, waarschijnlijk voor een ontbijt van meerkoet of karper. Na een rustpauze vertrok de vogel om tien voor elf naar het zuidoosten. Hij verliet het natuurgebied, stak de A6 over en waagde zich boven de onafzienbare akkers van Zuid-Flevoland. …
En jawel hoor, het was weer raak zoals bijna elke winter. In januari al vertelde iemand me dat ze een tjiftjaf hoorde zingen. Een tjiftjaf in januari is minder kras dan een koekoek, want een klein aantal tjiftjaffen overwintert in Nederland. En waarom zou zo’n winterse tjif niet vast zijn lied aanheffen? …
Op het gras van een niet vaak gemaaid weiland zit een hompige roofvogel. Het lijkt me een grote vrouwtjessperwer, iets groter dan de zwarte kraaien die om de roofvogel heen cirkelen. Maar door de kijker blijkt het een mannetjeshavik. Felle wenkbrauwstreep, oranje ogen, fors postuur, stevige poten.
Van veel roofvogels zijn de vrouwtjes forser dan de mannetjes, en bij geen is dat verschil zo groot als bij sperwer en havik. Dat heeft voordelen. Voor de productie van eieren is een groot lichaam nuttig, voor een vingerhoedje sperma volstaat een klein. Een groot lijf is bovendien handig om een legsel te bedekken en bebroeden. Een flinke vrouw kan haar nest beter verdedigen. Een grote vrouw jaagt op andere prooien dan een kleine man; zo zitten ze niet in elkaars vaarwater. …
In de Volkskrant las ik zaterdag een alarmerende bericht over tienduizenden vissen in Enkhuizen, die dreigden te verstikken, omdat ze op een kluit in een doodlopende gracht opgesloten zaten. Ze zijn met een groot net achter een motorbootje naar zuurstofrijker water gesleept, waarna het net voor de doodlopende gracht is gespannen. Vanzelfsprekend werden aalscholvers zonder pardon als schuldigen genoemd. …
Het was tuinvogeltelling, het evenement waarmee Vogelbescherming de mensen warm wil maken voor vogels. Ik liet het tellen aan mijn geliefde over. Nu weet ik dat het niet aan mij ligt.
Vaak kijk ik even de tuin in. Als zich daar geen kat bevindt, zie ik bijna altijd koolmezen, pimpelmezen, een roodborstje, wat vinken en twee merels. Dagelijks hippen er eksters rond, inspecteren kauwtjes het voedselaanbod en roffelt er een specht tegen de boom. Minder vaak dan vroeger maar regelmatig stappen houtduiven en Turkse tortels door de tuin, en wekelijks jaagt een gaai de boel op stang. …
Op Facebook vertelde een goede kennis van me dat ze half januari een koekoek hoorde. De vogel kreeg antwoord van een duif, ze dacht een Turkse tortel, omdat ze die vaak ziet.
Elk jaar als de duiven beginnen te koeren krijg ik meldingen van koekoeken. Turkse tortels koeren koekoekachtig, houtduiven ook. Wie tortel- en houtduifgekoer kan verwarren, kan beider gekoer waarschijnlijk ook met gekoekoek verwarren. …
Tussen de grauwe dagen door zijn vleugjes lente te bespeuren. Al een week of zes hoor ik spechten roffelen en duiven koeren. De koolmezen hielden niet eens een winterstop.
De elzen vormden in november katjes en de hazelaars volgden. Bij windstil weer springen die hazelaarkatjes er in laag, gedempt zonlicht uit als lichtjes in een kerstboom. Ze zijn lichtgroen en hangen als franje aan de kale bomen. Het zijn de mannelijke bloeiwijzen; de vrouwelijke verschijnen iets later boven die katjes, als piepkleine roze plukjes. Er bestaan botanici die er erotische associaties bij krijgen, waar ik me verre van houd, maar ik vind die katjes (m/v) wel een lust voor het oog. …
Reddingsplannen voor de natuur op het boerenland zijn er genoeg. Het resultaat is zelden meer dan een plaatselijke vertraging van de grote uitstervingsgolf. Moderne exportlandbouw is dodelijk voor natuur en landschap. De intensieve landbouw zorgt bovendien voor veertien procent van ’s lands uitstoot van broeikasgassen en het merendeel van de stikstofuitstoot. …
Witoogeend, kokmeeuw en kuifeend. Foto Koos Dijksterhuis
Ik zag een witoogeend in Zwolle. Niet mijn eerste witoogeend. In de nazomer van 1978 zag ik met een vriend een witoogeend in de Westerplas van Schiermonnikoog. Hij leek op een vrouwelijke kuifeend, maar was roodbruin in plaats van bruin, had een wit plukje aan zijn kont en een spierwit oog. Een albino met zonnebril, maar dan omgekeerd. …
Uit jarenlang onderzoek blijkt dat de meervleermuis in Nederland rap in aantal afneemt. Van de naar schatting twaalfduizend dieren in 1994 zijn er nu nog achtduizend over, 33 procent minder. Volgens Anne-Jifke Haarsma & René Janssen van de Stichting Ecologisch Vleermuis Onderzoek Nederland is het isoleren van woningen daar de hoofdoorzaak van. Meervleermuizen leven in spouwmuren en onder dakpannen, en die ruimtes worden afgesloten of opgevuld. De vleermuisonderzoekers schrijven hierover in De Levende Natuur 2022, nr. 1. …