De prehistorische aalscholver

De prehistorische aalscholver

© K. Dijksterhuis, Aalscholvers Lepelaarsplassen

Het gaat niet slecht met de aalscholvers. Ze zijn met velen, wat veertig jaar geleden wel anders was. In de Oostvaardersplassen vonden ze een nieuw broedgebied vanwaar ze de IJsselmeerkust en de Waddeneilanden hebben gekoloniseerd. Aalscholvers hebben iets dinosaurus-achtigs, iets prehistorisch. Ze zitten graag met gespreide vleugels. Ze doen dat na het zwemmen en vissen, dan hangen ze hun vleugels te drogen. Ze missen de was waarmee andere watervogels hun veren impregneren. Maar ze staan zo lang met gespreide vleugels in zon en wind, dat ze al lang droog moeten zijn. Volgens mij vinden ze het gewoon lekker zitten, misschien koelen ze zo af op die manier. …

Lees Meer Lees Meer

Knoopkruid

Knoopkruid

© Koos Dijksterhuis, Knoopkruid

In de bermen die de gemeente in onze buurt heeft ingezaaid, hebben rolklaver en knoopkruid de morgensterren en papavers afgewisseld. Knoopkruid komt de laatste dagen massaal in bloei. Het paars kleurt mooi bij de gele rolklavers. Knoopkruid groeit zelfs tussen de straatklinkers. Het gedraagt zich als een woekeraar die nette tuinlieden waarschijnlijk als onkruid zouden bestrijden.

Ik zag knoopkruid bloeien tussen hoog gras in een berm in agrarisch land. Daar hoorde de bloem vanouds helemaal thuis. Knoopkruid houdt van vruchtbare grond, maar de hoeveelheden dierendiarree en kunstmest die wij jaar na jaar op of in het land strooien en spuiten, werd zelfs een weinig eisende bermplant als knoopkruid te gortig. We hebben de plant zoals zoveel bloemen zeldzaam gemaakt. In plaats daarvan zorgen wij voor brandnetels en distels.

Leem heeft als voedingsbodem een streepje voor bij knoopkruid. Verder moet de bodem niet te nat en al helemaal niet te droog zijn en wordt knoopkruid graag in het zonnetje gezet.

Ik prijs me gelukkig met een heleboel knoopkruiden in mijn buurt. Als het even meezit blijven ze tot in de herfst bloeien.

In Zwitserland is met knoopkruid eens onderzoek gedaan naar bestuiving van planten door insecten. Op tweehonderd meter van zijn naaste buren had een eenzame knoopkruid vijf procent kans op bestuiving. Eén op twintig bijen, hommels en vlinders belandt blijkbaar op twee knoopkruiden die tweehonderd meter van elkaar staan. Op een kilometer afstand is de bestuivingskans verwaarloosbaar klein. Als we een plant dus eenmaal vrijwel uit het landschap weggepest hebben, kan het lastig worden die plant terug te krijgen. Tenzij je gaat zaaien, wat hier gelukkig met knoopkruid is gedaan.

Spanner met stip

Spanner met stip

© K. Dijksterhuis, Grijze Stipspanner (Idaea aversata)

Soms dwarrelt er als je door het gras loopt een nachtvlinder op. Dat zou een grijze stipspanner kunnen zijn. De grijze stipspanner overdagt vaak in lang gras en laat zich daar uit wakker schrikken. Als de zon al ondergaat, zal hij wel op blijven. Dan fladdert hij naar een bloeiende distel, zuring, paardebloem of andere bloem. Heel algemeen zijn deze nachtvlinders niet, maar zeldzaam evenmin. Maar ze komen in allerlei halfopen, halfbegroeide landschappen voor, met inbegrip van tuinen. En ze laten zich prachtig zien omdat ze op licht afkomen. Bij de buitenlamp, bij de lamp in het toiletgebouw van de Franse camping, of op het venster. …

Lees Meer Lees Meer

(Geen) zuiger van bloed

(Geen) zuiger van bloed

© K. Dijksterhuis, Paardenbloedzuiger, onechte Haemopis sanguisuga

Iemand wilde me een zeldzame zegge laten zien, die hij aan een sloot had gevonden. De zegge was onvindbaar. Ik werd afgeleid door beweging in de sloot. In het heldere maar golvende water zwommen zwarte visjes rond. Visjes? Nee, reuzenwormen waren het, die zich lang en dun of kort en dik maakten. Bloedzuigers! En veel ook, en groot! We visten zo’n monster op, dat zich heel gemakkelijk liet pakken. Bloedzuigers zien in uw hand eerder een kans dan een gevaar. Het opgeviste exemplaar knabbelde gretig aan een vinger, maar kwam er niet doorheen. De onechte paardenbloedzuiger is levensecht maar zuigt geen bloed van mensen of paarden, want zijn kaakjes zijn te stomp of te slap. …

Lees Meer Lees Meer

Een troost voor het oog

Een troost voor het oog

© Koos Dijksterhuis, Stijve Ogentroost

Laatst mopperde ik op met onkruidverdelger platgespoten wegbermen. Dat leverde verontwaardigde reacties op: onmogelijk, het bermbeheer is al lang gifvrij… Dat is waar, de rijkswegen worden niet met plantendodend gif bespoten. De provinciale wegen waarschijnlijk ook niet. Bij particuliere wegen ligt dat anders. Ik zag het langs een Flevolandse landweg. In Noord-Brabant zag ik een boer een berm met fluitekruid met herbicide bespuiten. En in deze tijd van het jaar zie ik vaak lieden over akkers lopen met een tankje op de rug en een buis in de hand waarmee ze iedere plant behalve het gewas aanstippen. Round-up. Ze stippen ermee aan tot de uiterste akkerrand, en soms is dat een wegberm. …

Lees Meer Lees Meer

Vuurrode wants

Vuurrode wants

© Koos Dijksterhuis, Vuurwants

Vuurjuffer, vuurcicade, vuurkever en vuurwants hebben hun vuurrode kleur gemeen. Naamgevers denken blijkbaar dat vuur vuurrood is.. Vaak combineren de vurige insecten vuurrood met zwart, wat misschien aan kool doet denken. Mooi zijn ze wel, die rode beessies. Vuurwantsen komen in Nederland niet algemeen voor, maar zijn in het zuiden en oosten des lands ook niet bijster zeldzaam. Ze worden bovendien algemener, ze rukken noordwaarts op, waarschijnlijk met een denkbeeldige klimaatgrens. Het voordeel van een vuurwants is dat je hem niet gauw over het hoofd ziet. Vuurrood valt op. En vuurwantsen scholen graag samen. …

Lees Meer Lees Meer

Schijnaardbei met schijnvrucht

Schijnaardbei met schijnvrucht

© Koos Dijksterhuis, Schijnaardbei bloem

De bosaardbeien dragen vrucht. Of beter: ze schijnen vrucht te dragen, maar dragen schijnvrucht. Als ui een aardbei eet, eet u de rooskleurige bodem van de bloem. Die is uitgegroeid tot een sappige en vlezige lekkernij. Op de bloembodem groeien de zaadjes, u ziet ze als pitjes aan de buitenkant. Elk pitje is een apart vruchtje. Eet u één aardbei, dan eet u dus een mondvol vruchten. …

Lees Meer Lees Meer

Grote, harige rups

Grote, harige rups

© Koos Dijksterhuis, Grote Beer rups, Lepelaarsplassen

In de Lepelaarsplassen struinde ik rond met Kees de Pater van Vogelbescherming. Kees kent daar de weg en mag overal in. We struinden door het moeras en moesten uitkijken waar we onze voeten plaatsten. Niet vanwege wegzak-gevaar, maar vanwege de rupsen die overal zaten. Op distels, bramen, kleefkruid, alles.  Die wilden we niet vertrappen. …

Lees Meer Lees Meer

Waakzame libel

Waakzame libel

© Herman Bink, Platbuik

De eerste keer dat ik er één zag, woonde ik nog maar net aan de rand van de stad. In de binnenstad zag ik ze nooit. Op een kaal uitsteeksel van een door segrijnslakken net zolang ontgroende gouden regen tot alle leven eruit was, streek een prachtige, gele libel neer. Hij bleef zitten in de zon, ik kon hem van vlakbij bekijken. Typisch een platbuik, een soort korenbout, zoals een libellenfamilie heet. Zijn brede, platte buik is maar een centimeter of vier, vijf lang. Hij ziet eruit als een gedrongen krachtpatser. Een mannetje kan blauw worden, een beetje wazig, alsof zijn lijf dun bedauwd is. …

Lees Meer Lees Meer