Het witte strand

Het waait niet op het strand van Schiermonnikoog. Dat is zeldzaam, zeker in december. Als de wind had gewaaid, had hij uit het oosten gewaaid. Dat heeft hij ook dagen gedaan. Er zijn verse schelpen aangespoeld. De oostenwind duwt de zee van het strand. Maar water stroomt waar het niet gaan kan, het vloeit onderlangs terug, over de bodem en sleurt dode schelpen mee. En zouden die in westenwind onderstuiven, de oostenwind houdt ze juist schoon. Er hebben zich blinkende ijskristallen op afgezet. Het strand is wit, tegen duintjes liggen bergen sneeuw, de binnenzeeën zijn gestold. Het ijs veert als we erover lopen. …







