Huiler !

Op de boot naar Schiermonnikoog staat een busje vol kratten, met zeehonden. De zeehonden waren zielig en zijn in Pieterburen opgelapt. Nu krijgen ze hun vrijheid terug, een feestelijke gebeurtenis.
De volgende dag lopen we bij paal 14 op het zachte, zompige zand dat door de springvloed overspoeld werd. Hee, daar ligt een zeehondje. Een huiler, al huilt hij niet. Het dier is richt zijn ronde snuit op. Hij kijkt ons met ronde, vochtige ogen monter aan. Dankzij hun mond op glimlachstand kijken zeehondjes meestal tevreden. Hij heft zijn staart op en klapt in zijn vinnen. Zijn zijvin zit klem onder zijn buik. Hij ligt aan de springvloedlijn, maar is niet door de zee achtergelaten. Aan het spoor te zien, kroop hij zelf strandopwaarts, keerde een eind terug, draaide zich weer om en ligt nu tweehonderd meter van zijn element. …







