Bij Koevlak betreden we de duinen van Zuid-Kennemerland. We lopen een ronde met Parnassia als keerpunt, het strandpaviljoen. Ruim 9 kilometer, de wegwijzer zegt drie uur, maar dat kan sneller. De middag vordert, we hebben zaklamp noch kompas, we wilen voor donker terug zijn. …
Omdat ik rond 11 oktober op Schiermonnikoog ben, hoop ik op bladkoninkjes. Bladkoninkjes zijn piepkleine vogeltjes, grijsgroen als een tjiftjaf. Ze zijn tussen de bladeren lastig in het oog te krijgen. En bijna altijd scharrelen ze tussen de bladeren, vaak vrij hoog. Ze broeden in de bossen van Rusland en Siberië, ze overwinteren in Zuid-Azië, maar onderweg dwalen er altijd een paar af. …
Als de zon schijnt, dwarrelen er op beschutte plekken nog steeds zomerse dagvlinders rond. Kleine vuurvlinders bijvoorbeeld houden het tot eind oktober vol als het weer het toelaat. Ook kleine vossen, atalanta’s, koolwitjes en dagpauwogen zijn nog te zien. Dagpauwogen zoeken nu schuilplaatsen op, om de winter in te doorstaan. Die schuilplaatsen moeten koel en vochtig zijn. In kelders, kruipruimten, schuren, holle bomen; overal kun je ze in slaapstand zien zitten. Op zolders drogen dagpauwogen uit, als de verwarming aanslaat. …
Van veel zomerbloemen zijn hier en daar nog bloeiende exemplaren te vinden. Van sommige bloeien er nog veel. Koekoeksbloemen bijvoorbeeld. Echte koekoeksbloemen, dagkoekoeksbloemen en avondkoekoeksbloemen bloeien alledrie nog, soms bij elkaar. De echte heeft roze, sprietige kroonbladen, de andere hebben bredere kroonbladen; die van de dag koekoeksbloem zijn donkerroze, die van zijn avondlijke neef zijn wit. …
In de Kennemerduinen dragen door zeewind geteisterde kardinaalsmutsen hun grillig gevormde, roze bessen. De zwermen kramsvogels, merels, koperwieken, zanglijsters en spreeuwen zullen ze soms wel meepikken, maar zijn meer geïnteresseerd in de duin- en meidoorns die meer bessen te bieden hebben. Op Schiermonnikoog vonden de lijstersoorten en spreeuwen een nog verleidelijker lekkernij dan duindoorn, meidoorn, lijsterbes en duinroos: Amerikaanse vogelkers. Vonden, want de Amerikaanse vogelkersen waren binnen drie dagen na de grote lijsterintocht van begin oktober al op. …
Tegen de achtergevel wurmt zich een inktzwam tussen de klinkers door. Hij is jong, mooi en vol belofte. In Nederland komen tientallen soorten inktzwammen voor, sommige zijn zeldzaam, maar dit is een geschubde en dat is één van de algemeenste paddestoelen des lands. Geeft niks, wie niet van een huismus kan genieten, is geen steenarend waard. Oftewel: wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd, zoals mij met de calvinistische paplepel werd ingegoten. We hebben wat kleinigheden geëerd, thuis.
Een jonge geschubde inktzwam is goed te eten. (Niet zoveel smaak trouwens, peper en knoflook zijn onontbeerlijk). Je kunt er iets bij drinken, wat bij een jonge gladde inktzwam geen aanbeveling verdient, aangezien je van de combinatie gladde inktzwam en alcohol doodziek schijnt te worden. Niet thuis proberen, tenzij als poging van alcoholverslaving af te komen.
Ik laat de jonge geschubde inktzwam staan, want een jonge geschubde inktzwam is een lust voor het oog. Foto! Maar nee, de camera ligt boven, er komt iets tussen (huishoudelijke mededeling: het water kookt, de kinderen zeuren om eten, er brandt iets aan) en ik vergeet de inktzwam. Uit het oog, uit het hart. De volgende dag krijg ik hem weer in het oog en wat een schrik, hij ziet er lang niet meer fris en onbedorven uit. Meer een verlopen typ op middelbare leeftijd, tobbend over zijn gemiste kansen en andere midleefmisère. Toch maar een foto; wat zo snel vergaat, verdiient eeuwige roem. Weer een dag later is hij een grijsaard, oud en der dagen zat. En vervolgens is het gedaan. In drie, vier dagen opgerold en weggevloeid als inkt; wat een leven!
Op het strand vind je soms platte slijkgapers. Slijkgapers lijken in naam op strandgapers, maar zijn kleiner en platter. Ze leven in slijk, niet in zand. Het zijn wadschelpen.
Platte slijkgapers graven zich in, veilig tegen schelpdier-etende wadvogels. Sommige van die vogels hebben heel lange snavels: wulpen bijvoorbeeld en rosse grutto’s. Maar platte slijkgapers graven zich dieper in dan wie ook, wel 25 centimeter. Ze begraven zich levend. Ze eten en ademen via twee snorkels, die uit de bodem steken. De ene slobbert water op, waaruit het weekdier voedingsstoffen filtert. Het gefilterde water wordt via de andere snorkel geloosd. Om rondpompen te voorkomen, zitten beide snorkels een eindje uitelkaar. De zuigslang kan bovendien rondtasten en als een stofzuiger de bodem afwerken. …
Vriend Jeroen Reneerkens ontdekt op Schiermonnikoog een bonte tapuit. Bonte tapuiten broeden in Azië en aan de oostrand van Europa. Tijdens de herfsttrek naar Afrika dwaalt er weleens een af, vaak een jonge vogel. Goed woord: dwaalgast.
Ik ben op Schier en ga kijken. Er komen nog drie vogelaars, aardige jongens die de bonte tapuit botap noemen. In de avondzon maakt het vogeltje vanaf een paal in de kwelder bij de waddendijk korte vluchtjes om insecten te vangen. Net een vliegenvanger. Hij, nee zij, het is een jong vrouwtje, heeft dezelfde witte stuit als de gewone tapuiten langs de dijk. Maar ze is kleiner en molliger, al kan dat liggen aan opgezette veren. De zon zinkt achter de dijk, de vogel ploft neer in het gras, onzichtbaar, maar verschijnt weer een eind verderop in de laatste zon. …
Ze wilden hem natuurlijk liever levend
En als de kat eerst spelen met de buit
En komen tot een rechterlijk besluit
Opdat ’s mans gruwelheden zijn verevend
Dan was conform de religieuze wet
Zijn hoofd zonder verdoving afgezet