Zelfs wespen zien een stadsreus aan voor wesp

Rupsen, vlinders en kikkers zijn soms zwart met fel geel of rood, kleuren die wijzen op oneetbaarheid. Mensen weten dat van wespen: geelzwart gestreept? Afblijven! Mimicry heet dat: nabootsing van dieren en planten, om andere dieren te foppen.
Dat werkt goed. Iedere nazomer krijg ik van lezers foto’s gestuurd, met de vraag of ze een hoornaar zagen. Op de foto prijkt meestal een stadsreus, een zweefvlieg. Afgelopen weekend zag ik er in onze tuin aan de bloem van een vlinderstruik lurken. Ik nam een foto maar benaderde het dier voorzichtiger dan ik andere insecten zou benaderen. Terwijl het met die grote bruine ogen duidelijk een vlieg was.
De stadsreus is de grootste zweefvlieg van Nederland en lijkt met zijn geelzwarte streepjespak op een flink gebouwde wesp. Het insect wordt ook wel hoornaarzweefvlieg genoemd. Ik weet dat een stadsreus geen angel heeft en alleen maar lijkt op een wesp, en toch werkt de afschrikking. Zeker nu de Europese hoornaar zo algemeen is geworden, en gezelschap kreeg van enkele Aziatische soorten. Je weet maar nooit, lijkt mijn gevaar-antenne tegen iedere ratio in te roepen. Onze hond hapt naar vliegen maar deinst voor wespen meestal terug. Waarschijnlijk zou ze ook voor een stadsreus terugdeinzen.
De wapendrager, een nachtvlinder, lijkt sprekend op een takje. Ook zo’n imiterende schutkleur is een vorm van mimicry. Een nachtvlinder moet lange dagen rustend zie te overleven en dan is opgaan in de omgeving wel zo verstandig.
Sommige planten doen ook aan mimicry. De bloemen van bijvoorbeeld een bijenorchis lijken sterk op bijen. Die mimicry is niet bedoeld om vijanden af te schrikken, maar juist om te lokken.
Standsreuzen worden ook door wespen ongemoeid gelaten, al vangen wespen veel vliegen, die ze aan hun jongen voeren of zelf opeten. Maar stadsreuzen zien ze waarschijnlijk als soortgenoot.
Het stadsreuzenvrouwtje wandelt zelfs doodgemoedereerd een wespennest binnen om daar haar eitjes te leggen. De maden die daaruit komen, leven van restjes van prooien en dode wespenlarven. Als de wespen na de zomer het nest verlaten, hebben de stadsreusjes in wording het hele nest voor zichzelf. De volgende zomer verpoppen ze zich tot stadsreus en vliegen ze uit.
(Natuurdagboek Trouw, woensdag 19 augustus ’26)