Het voltooide leven van de steenvlieg

In de Italiaanse Alpen zoeken wij verkoeling bij een klaterende bergbeek. Zolang we in de schaduw zitten en ons af en toe even in het ijskoude water dompelen, is de hitte te dragen. We zijn te laag om het beekwater te drinken, je weet nooit wie er stroomopwaarts zit te poepen, te rotten of gif te spuiten.
Dat laatste hoeven we niet te vrezen, blijkt als we drie centimeter lange, gevaarlijk ogende insecten aantreffen. Ze kleven roerloos tegen de rotsen. Het zijn de huidjes van steenvliegen, die ze na hun laatste vervelling vlak boven het water achterlieten. Na jaren onderwater te hebben geleefd, vonden deze steenvliegen het tijd worden voor een voltooid leven: uitvliegen en paren.
Er vliegen inderdaad volwassen steenvliegen rond, ze lijken een beetje op juffers met twee staartdraden. Ze zijn ook meer verwant aan juffers dan aan vliegen. Nog meer verwant zijn ze aan eendagsvliegen en kokerjuffers. Dit zijn steenvliegen van de soort Dinocras cephalotes, die in het Nederlands woeste beekreus wordt genoemd.
De woeste beekreus is in Nederland nog niet uitgestorven, zoals tientallen andere soorten steenvliegen, maar is zeldzaam geworden door watervervuiling. Vijf jaar onderwater overleeft een steenvlieglarve in ons vervuilde water niet. Dat lukt alleen daar waar brandschone beken gezwind over een stenige bodem stromen, voordat ze landbouwgebied tegenkomen. Er zijn een paar plekken in Twente, de Achterhoek en Zuid-Limburg, waar nog woeste beekreuzen (kunnen) voorkomen.
In deze Italiaanse bergbeek is de chemische landbouw blijkbaar nog niet doorgedrongen. Dat zie je ook aan de veelheid van voor Nederland bijzondere wilde planten op de oevers. En de waterspreeuwen die onder water op kleine diertjes jagen. De steenvlieglarven mogen wel oppassen.
Ondanks hun vijf jaar in een snelstromende beek, kunnen steenvlieglarven nauwelijks zwemmen. Om niet te worden meegesleurd, scharrelen ze over de bodem van rustige plekken langs de beek, onder stenen. Daar zijn ze meteen veilig voor waterspreeuwen.
Ik zie een paartje steenvliegen vliegend paren. Samen fladderen ze naar een grote steen op de oever. Al voor ze kunnen landen schiet er van drie kanten een hagedis toe. Hap slik weg beekreuzen. Gedood tijdens de daad.
(Natuurdagboek Trouw, maandag 17 augustus ’26)