Tuinvogels voeren of niet?

Terwijl ik dit typ, word ik afgeleid door een pimpelmees op de vetbol voor het raam. Door de tuin nadert een koolmees. Ik ben benieuwd of die ook… en hoe de pimpel daarop reageert.
Behalve de mezen leidt een scholier mij af. Ze belt omdat ze een werkstuk schrijft over vogels voeren in de tuin. ‘Op internet zegt de een dat je moet vogels voeren, maar van de ander mag het niet. Hoe zit dat?’
Duizenden jaren wisten vogels zich te redden zonder vetbollen, pindasnoeren en zaden. Hoewel je de akkerbouw ook een vorm van bijvoeren kon noemen. Zaaigoed en oogstresten hielden bijvoorbeeld miljoenen mussen in leven. Ook de veehouderij was eeuwenlang een voedselhulpbron voor vogels. Insecten rond het vee, insecten op de mest(vaalt), en uit het veevoer vielen graantjes mee te pikken.
Mijn vetbol is voor de mezen een kant en klare hap, een snavel vol vet en eiwit – veel gemakkelijker te vinden en lichter te verteren dan een onder schors of in een muurspleet verstopte spin.
Merels kunnen niets met zo’n vetbol. Die scharrelen samen met koperwieken door de hulst. De hulst kleurt steeds minder oranje, want bes na bes wordt opgeslokt. Hulst komt in het wild voor, maar deze hulst is er omdat wij hem mooi vinden en in de tuin hebben. Net als die oogstresten zou je zijn bessen als bijvoer kunnen beschouwen.
Als het vriest, en aan het eind van de winter, als bessen en insecten opraken, kunnen vetbollen, zaden, meelwormen, kruimels en kliekjes de paar vogels in onze tuinen helpen overleven. Vaak is drinkwater daarvoor trouwens belangrijker.
Daartegenover staat dat ziekten zich via de voedertafel kunnen verspreiden. Bovendien wordt bij de teelt van goedkope zaden van vage herkomst een cocktail aan vergif gebruikt. De teelt ervan kost ruimte waar geen natuur kan zijn. Vetbollen bevatten vaak palmolie waarvoor tropisch regenwoud is gekapt. Als het palmolie- en gifvrij voer is, kun je het zien als een variant op de vroegere landbouwrestjes. Niks mis mee.
Maar eigenlijk is er maar één goede reden om vogels te voeren: onze lol. Het is leuk om vogels in de tuin te zien. Ik zie de pimpel- en koolmees dreigen, maar dan gaan ze ieder aan een kant van de vetbol snoepen.
(Natuurdagboek Trouw, woensdag 10 december ’25)