Twintig roeken

Twintig roeken

Roeken. Foto Koos Dijksterhuis
Roeken. Foto Koos Dijksterhuis

De roeken zijn er weer. Vorig jaar zag ik op een vaste plek steevast een groep van twintig roeken. Ze stapten rond, in het gras pikkend, zaten op een hek met elkaar te kwekken en vlogen een eindje, om daar in het gras te pikken. Als ik een kijker of camera richtte, sloegen ze op de vlucht.

Roeken zijn schuw, zoals alle kraaiachtigen, vooral als mensen iets langwerpigs op hen richten. Kennelijk worden ze nog zo vaak beschoten, dat ze maken dat ze wegkomen. Of zou de angst voor geweren in het collectieve roekengeheugen gegrift staan?

Roeken pikken in het gras om emelten te vangen. Spreeuwen doen dat ook. Golfbaan-greenkeepers verwelkomen daarom spreeuwen, omdat emelten de grasmat vernielen. Roeken worden niet verwelkomd, omdat zij tijdens de jacht op emelten de grasmat nog erger vernielen dan die emelten zelf.

Emelten zijn de vette larven van langpootmuggen. Roeken eten ze graag, maar stappen gemakkelijk over op zaden en noten. Mocht u op straat een lege walnotendop vinden, is ie vast door een vliegende roek losgelaten, teneinde de dop te kraken en de noot te eten.

In het Duits heet een roek Saatkrähe, zaadkraai. Een groep roeken ziet een pas ingezaaid veld als een gedekte dis en schuift dan graag aan. Daarin komen roeken overeen met houtduiven. Die zaadhonger is een van de redenen om roeken te bestrijden.

In hun groepsgedrag verschillen roeken van kraaien. Kraaien opereren meestal alleen, met hun tweeën of in gezinsverband, roeken in groepen van tientallen of soms honderden vogels. ’s Avonds trekken ze zich krassend terug in boomkruinen. Daarin lijken ze op kauwen, met wie ze vaak samen slapen. Roeken zijn van iedereen te onderscheiden aan het grijze begin van hun snavel.

Bestrijding van roeken gebeurt alleen nog illegaal, of met een ontheffing wegens schade en bij ontheffingen wegens lawaai. Roeken broeden namelijk in kolonies, ook in dorpen, en zijn overdag altijd met elkaar aan de praat. Om ze te verjagen wordt geschoten of met vuurwerk geknald. Vuurwerkknallen en geweerschoten om lawaai tegen te gaan, je moet er maar opkomen.

De hele zomer was roekenloos, maar sinds kort zitten ze er weer: twintig roeken. Altijd een feest om ze bezig te zien.

(Natuurdagboek Trouw, maandag 8 december ’25)

 

DELEN
Reacties zijn gesloten.