Spinnen op zee

Spinnen op zee

Schorrenwolfspin Pardosa purbeckensis in slenk. Foto Koos Dijksterhuis
Schorrenwolfspin Pardosa purbeckensis in slenk. Foto Koos Dijksterhuis

Laatst zat ik op de kwelder van Schiermonnikoog op de oever van een slenk te kijken naar de vloed die opkwam. De slenk was een paar meter breed en een meter diep, met loodrecht afgekalfde oevers. De Waddenzee glinsterde even verderop, de vloed begon nog maar net op te komen, met bescheiden golfjes over de drooggevallen bodem van slijk. Die begon bij de eerste overstroming te knisperen van het ontwakende leven. Dat leven mocht wel uitkijken voor de ruiters en regenwulpen, die verderop door de slenk waadden.

Op een golfje zag ik een klein diertje meeliften. Toen de golf uitgegolfd was en zeer weer terugtrok, rende het diertje een eindje en bleef daar zitten. Een volgende golf nam hem of haar verder mee. Het leek wel een spin.

Even later surfte er weer een spin voorbij. En nog een. En weer een. Ondanks twinkelend tegenlicht en een korte afstand kreeg ik de diertjes in de kijker. Het waren inderdaad spinnen. Maar welke? Ik nam foto’s en ging spinnen op laag water zoeken.

Op de site van de Waddenvereniging vond ik twee kwelderspinnen: de schorrentandhaak (Enoplognatha mordax) en het elegant putkopje (Silometopus ambiguus), een kleine hangmatspin. Beide soorten kunnen inderdaad drijven – anders was hun geen lang leven beschoren op de kwelder. Ze maken van de nood een deugd door met/op het zeewater flinke afstanden af te leggen.

Vanwege de poëtische naam had ik een voorkeur voor de laatste soort, maar die wordt (pootjes niet meegeteld) slechts anderhalve millimeter lang. Dat zijn het vast die tandkaken geweest. Maar die leken me weer te licht van kleur. Doorbladerend lees ik over het zeldzame klokspinnetje (Praestigia duffeyi), van zowat drie millimeter, die uitgerekend veel blijkt voor te komen op de kwelder van Schiermonnikoog.

Maar ook die leek me te klein. Maar wacht, er bestaat een kwelderwolfspin, ook schorrenwolfspin genoemd (Pardosa agrestis purbeckensis). Zou dat hem zijn? Klopt precies qua formaat, kleur en vorm. En zie: ‘Als de vloed opkomt en het land overstroomt, beschikt deze spin over een unieke overlevingsstrategie: het dier kan op het wateroppervlak drijven en lopen dankzij waterafstotende haren op de poten.’ In de geheel door kwelderonderzoeker Jaap de Vlas gevulde editie van Twirre lees ik dat de kwelderwolfspin in zijn harige vachtje een luchtbel mee kan nemen om ook onder water te ademen.

(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 9 oktober ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *