Mysterieuze magnoliapeulen

Er zijn driehonderd soorten magnolia’s. Ze zijn populair vanwege hun uitbundige bloei in de lente: van wit tot purper en ook een gele variant bestaat. Daar staat tegenover dat ze weliswaar krachtig, maar kort bloeien. De grote bloemen verbruinen snel, vallen af en vormen een glibberige smurrie. Het verbaast me dat magnolia’s überhaupt in trek zijn in een land dat grossiert in tegeltuinen en waar de bewoners vallende blaadjes als probleem ervaren.
Magnolia’s zijn uit hun oorspronkelijke leefgebied in Noord-Amerika hierheen verscheept. Uit hun DNA bleek dat de huidige bomen sterk verwant zijn aan verre voorouders – magnolia is een soort oerboom.
Laatst werd ik in de buurt staande gehouden door een meneer die mij wees op een wonderlijk verschijnsel in zijn magnolia. Er zaten peulen in van zo’n zes centimeter lang en rozerood van kleur. Ze leken uit de boom te groeien. De meneer had dat niet eerder gezien.
Ik weet niet of magnolia’s vaak zaad vormen, of dat ze hun krachten bundelen in een enkel mastjaar, waarna ze weer een paar jaar niet bloeien. Hoe oud een magnolia is voor ie bloeit, of magnolia’s in tijden van stress hun laatste reserves inzetten voor bloemen en zaden; ik weet het niet, ik heb mijn handen al vol aan inheemse bomen en verdiep me weinig in kweekbomen voor de tuin.
Maar nu werd ik nieuwsgierig. Ik googelde wat en vond foto’s die erop leken, en waarbij stond dat het een groeiwoekering betrof, als reactie op aantasting door bladluizen. Een gal dus.
Ik ging terug naar de boom, nam een paar peulen mee en pulkte ze open. Ze zaten vol oranjerode, driehoekige magnoliazaden. Nu kan een gal best in of rond zaden groeien. Ik raadpleegde Roelof Jan Koops van wildebloemenzadenkwekerij Cruydt-Hoeck, die een boekje over gallen schreef. ‘Geen gal’, oordeelde hij, ‘maar een zaaddoos. Het zaad wordt dikker en de peul groeit mee. Bij rijpheid gaan ze open en blijven de dikke rode zaden nog een tijdje aan een soort spinnenweb-draad aan de peul hangen. Daarna vallen ze af.’
Op internet staat dat je de zaden voor enige kiemkans eerst twee weken in lauw water moet weken. Bij mij koelt lauw water altijd af, dus dat wordt niks.
(Natuurdagboek Trouw, donderdag 2 oktober ’25)