Een neus voor de biefstukzwam

Een neus voor de biefstukzwam

Biefstuk met hondenneus. Foto Koos Dijksterhuis
Biefstuk met hondenneus. Foto Koos Dijksterhuis

Als ik op mijn hurken ga om iets te fotograferen, toont onze hond zich vaak nieuwsgierig en onderzoekend. ‘Even snuffelen aan waar ie zich nu weer mee inlaat.’ Daardoor komt het dat ik relatief veel close-upfoto’s heb van een hondensnuit.

Het ene object kan op meer belangstelling rekenen dan het andere. Bovenaan de interesselijst staan dode dieren en paddenstoelen. En in die laatste categorie verheugt de biefstukzwam zich in de grootste aandacht.

De biefstukzwam is volgens Wikipedia ‘een uitgesproken herfstzwam’. Wel, het is herfst, maar ik vond twee weken voor de herfst aanving al een paar biefstukzwammen op een grote, levende zomereik. De meeste waren nog jong en glipten als roodbruine bolletjes uit een boombast. Ze hadden het formaat van een pingpongbal.

Op een dode stronk zat een reeds ontplooide biefstukzwam. Laag bij de grond, dus bereikbaar voor de hond, die overigens verrassend hoog kan reiken en springen, maar zich qua fotografie tot het aardse beperkt.

Biefstukzwammen groeien zoals veel houtzwammen als een ovaal klaptafeltje uit een boom. De groeiplek is doorgaans een wond in de bast. Daarom komt de soort relatief veel voor in wegbermen, waar het verkeer soms een boom raakt. De paddenstoel heeft een voorkeur voor levende eiken, maar maakt voor een dode eikenstronk graag een uitzondering.

De hoed van een volgroeide biefstukzwam kan wel dertig centimeter breed worden. En acht centimeter dik. De rand van de hoed is korrelig, de hoed zelf glad. Zo’n zwam ziet eruit als een medium doorbakken biefstuk, enigszins rossig maar wel gaar. Na een paar dagen wordt ie donkerder. Hij is eetbaar maar schijnt nogal zurig te smaken, vanwege het uit de boom afkomstige looizuur; heel anders dan rundvlees.

Onze hond heeft nog nooit biefstukzwam gegeten, en ook nog nooit biefstuk. Toch twijfel ik er niet aan dat ze biefstuk heerlijk zou vinden, desnoods doorbakken, maar het liefst rauw. Voor de biefstukzwam trok ze na intensief gesnuffel haar neus op.

 

(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 3 oktober ’25)

 

DELEN
Reacties zijn gesloten.