Merel in de opvang

Merel in de opvang

Merel in huis. Foto Koos Dijksterhuis
Merel in huis. Foto Koos Dijksterhuis

Terwijl ik naar de bushalte draaf, zie ik een merel voor me langs hippen. Een mannetje: zwart met gele snavel en gele ring rond het oog. De merel vlucht niet voor me, integendeel. Hij kijkt naar me op. Het dier ziet er goed uit maar maakt geen atletische indruk. Hij hipt de straat op, en weer terug. Zo zal ie door een kat gegrepen worden, en anders wel door een auto. Hij lijkt niet ziek te zijn. Usutu, vogelgriep en botulisme maken een patiënt suf en groggy. Ik heb geen tijd om hem te pakken en naar huis te brengen.

Maar de bus waarmee ik vertrek brengt mijn dochter en haar hondje. Ik zal haar waarschuwen. Helaas vergeet ik het glad vanwege onze begroeting. Haar hondje kronkelt van vreugde en ik natuurlijk ook, al is het maar even. In de bus loer ik zoals iedereen naar mijn telefoon. Bericht van dochter: ‘ik kwam een zielige merel tegen. Heb hem meegenomen naar huis’.

Ik kom laat thuis en kijk in de onverwarmde werkkamer waar eerder al een egel de winter doorbracht. Daar staat de merel op één poot te dutten in de reismand van wijlen de kat. De volgende ochtend is de vogel uitgeslapen. Hij hipt ongeduldig en pikt tegen de mand. We halen hem eruit en op de hand eet hij zwarte-vliegenlarven (die lijken op meelwormen), havermoutvlokken, graankorrels en bessen: aal-, meidoorn-, hulst- en lijster-. Vief beestje hoor, alleen vliegen lukt niet. Hij wil het niet en als we enige drang uitoefenen fladdert hij schuin naar beneden.

Ik voel onder zijn vleugels en bij de ene vleugel reageert hij met een driftig lostrekken. Daar doet iets pijn. Zou hij zijn vleugel gebroken hebben? Ik bel de dierenambulance en ik moet een filmpje van het dier sturen. Dat doe ik, met de mededelling dat ik de merel de volgende dag wel wil komen brengen. Ze hebben het immers altijd beredruk.

Uren later belt men terug. Nee, als ie pijn heeft verdient de vogel meteen pijnstilling, er is haast geboden, de ambulance komt hem halen. Na tien minuten is ie er. Een korte inspectie van de ene vleugel levert een vreemd, schril gepiep op, heel anders dan wat ik van merels gewend ben. Pijn dus. Waarschijnlijk een kleine breuk, een scheurtje wellicht. De merel krijgt een pijnstiller en wordt naar vogelopvang de Fûgelhelling gebracht.

Een week later bel ik. Hij is na vijf dagen rust genezen verklaard en vrijgelaten.

(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 23 oktober ’26)

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *