Bronstige damherten

Bronstige damherten

Bronstige damherten Foto Rob Buiter
Bronstige damherten. Foto Rob Buiter

Een vriend van me woont in Zuidoost-Friesland in een bos dat gestript wordt door damherten. Het begon met tien herten, nu lopen er duizenden. Ik ging bij hem op bezoek en reed door de donkere avond heen, en door de donkere nacht terug.

Op de heenreis reed ik stapvoets langs wegwerkzaamheden, en het was maar goed ook dat ik stapvoets reed. Er leek in de verte iets in de bosjes te verdwijnen. Ik zag het door een ooghoek, en tuurde nu scherp naar de duisternis. Plotseling stapte er een damhert vlak voor mijn auto. Ik kon zijn benen niet zien, zo dichtbij was hij. Ik stampte op de rem. Zijn grote gewei stak boven de motorkap uit en schommelde langzaam naar de overkant.

In oktober vieren damherten hun bronsttijd en dan dwalen die bokken rond. Hun aandacht reserveren ze voor de hinden en voor hun rivalen. Uitkijken voor een oversteek is er niet bij.

Volgens vriend zijn er drie- à vierduizend damherten. Geen plant of jonge boom is daartegen bestand. Behalve het soms veel te snelle verkeer is honger hun grootste vijand. Ze schrapen schors van bomen, eten twijgjes en knoppen. Andere grazers, van rups tot ree, verdwijnen.

Na een paar jaar werden overheden en terreinbeheerders het eens: het aantal herten moest beperkt worden, om kaalslag zoals in de Waterleidingduinen te voorkomen. In dat gebied worden herten nu onder de duim gehouden en dat leidt tot landschapsherstel. Plezierjagers bazuinden rond dat zij de klus wel wilden klaren, zij het met tegenzin. Zouden er mensen zijn die dat geloven?

Een club van dierenbeschermers diende bezwaar in en de rechter oordeelde dat damherten wilde, inheemse dieren zijn, en dat elk jaar alleen de aanwas geschoten mag worden: negenhonderd herten. Over tien jaar zullen er dus negenduizend herten zijn geschoten, drie keer de huidige populatie, die even groot blijft. Het betekent instandhouding van het probleem, plus een maximale hoeveelheid dierenleed en natuurverstoring. Een slechtere schijnoplossing bestaat niet.

Zelf zou ik, zeker als plezierjager met tegenzin, de wolf verwelkomen. Die klaart de klus gratis. Wolven eten herten en jagen ze op, zodat ze minder tijd hebben voor de voortplanting. Er zijn in de omgeving al drie kleine horden, zoals Rudyard Kipling wolvenroedels noemde. Maar ik durf te wedden dat die ook geschoten gaan worden, met tegenzin.

Op de terugrit zag ik in de verte twee herten oversteken.

(Natuurdagboek Trouw, donderdag 22 oktober 2026)

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *