Hoe vinden narcisvliegen bollen?

In de tuin zag ik twee kleine hommels paren op een paardenbloem. Het bleken geen hommels te zijn maar op hommels lijkende zweefvliegen: grote narcisvliegen. We hebben inderdaad narcissen in de tuin, en andere bolgewassen, en daar zijn narcisvliegen gek op. De vrouwtjes zetten na de paring eitjes af op of bij narcissen. Zeker de kleine tète-à-tète-narcisjes vinden ze lekker. Die krijg ik in de winter weleens van een bezoeker en als ze zijn uitgebloeid zet ik ze in de tuin. Maar ze redden het vaak niet. De doorgeteelde narcisjes zijn kennelijk een gemakkelijke prooi.
Toch vind ik dat kras want ik zie in juni, als de narcisvliegen hun piektijd beleven, weinig narcissen meer. Die zijn uitgebloeid en weggeteerd. De tète-à-tètes verdwijnen nog vroeger. Maar hier en daar vind ik nog een verfomfaaid en vergeeld blad of een stengel. En narcisvliegen zien die misschien ook. Ik kan nergens informatie vinden over hoe narcisvliegen narcissen en andere bollen vinden. De uitgebloeide wilde hyacinten zijn er nog, maar de dwerghyacintjes zijn al lang helemaal weg, evenals sneeuwklokjes en krokussen. Toch leggen de vliegen hun eitjes op of bij een narcis of andere bolplanten. Ze zullen de bollen wel ruiken.
Als de larven uit de eitjes kruipen, vreten ze zich van onder af de bol binnen en daar blijven ze de hele winter relatief warm en droog zitten. Meestal is er één larve per bol. In de lente verpoppen ze zich tot zoemende zweefvlieg.
In Drenthe waart het spook van de bollenteelt rond. Naast tulpen grijpen vooral lelies om zich heen, misschien wel de meest vervuilende teelt van Nederland. Wat daar aan water, mest en vergif aan besteed wordt tart de verbeelding. Het is ook een van de meest winstgevende teelten, en lelietelers willen natuurlijk niet dat narcisvliegen of andere bolleneters de oogst afromen. Dus die krijgen de volle laag met de spuitmachine. Alle andere insecten gaan daar ook dood aan.
Wij gebruiken geen insecti- of andere -ciden in de tuin, maar hoe fraai ik grote narcisvliegen ook vind, als ze de narcissen, vogelmelken, dwerghyacinten, saffraankrokussen en wilde tulpen soldaat maken, gaat me dat aan het hart. Maar het is niet anders, we tuinieren met de natuur mee en zeker niet er tegenin.
De twee vrijers raakten uitgepaard. Zij ging op zoek naar bollen, hij naar andere vrouwtjes.
(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 16 juni ’26)