Comeback van de grauwe klauwier

Comeback van de grauwe klauwier

Grauwe klauwier. Foto Koos Dijksterhuis
Grauwe klauwier. Foto Koos Dijksterhuis

Op Schiermonnikoog wandelde ik met hond door de duinen. Hond volgde de sporen van muizen, fazanten en een haas. Ik luisterde en keek naar grasmussen, braamsluipers, tuinfluiters, graspiepers en blauwborstjes.

Ineens vloog er iets op ooghoogte voor me langs. Roestbruin, formaat spreeuw, een stuk groter dan een grasmus. Mijn indruk was een mannetje grauwe klauwier. Die heb ik rond 1980 eens op Schier gezien, toen waren ze al heel zeldzaam. In de nieuwe eilander avifauna Schiermonnikoog: wat er broedt en vliegt, lees ik dat het laatste broedgeval plaatsvond in 1992 of ’93. In heel Nederland kwijnde de soort weg. Het is een broedvogel van dichte bosjes en bosranden met meidoorn en sleedoorn. Dankzij de schaalvergroting in de landbouw is naar schatting 300 duizend kilometer haag gerooid. Klauwieren eten muizen, hagedissen en grote insecten, geen vanzelfsprekende bewoners van het buitengebied meer. De soort verdween uit ons land, op een bolwerk na in het Bargerveen.

Maar de klauwier maakt sinds een jaar of twintig een comeback. Eerst waren Drenthe en Limburg aan de beurt, vervolgens heel Oost-Nederland. Minstens zes jaar geleden zag ik de eerste in het Lauwersmeer en het zou best kunnen dat er nu één de Waddenzee is overgestoken. Het zijn tenslotte trekvogels die ook de Middellandse Zee kruisen.

Grauwe klauwieren zijn zangvogels die met hun roofvogelsnavel kikkers, kevers en muizen op (mei)dorens of prikkeldraad spietsen. Daar blijven de prooien nog een tijd in leven en dus vers. De klauwier kan blijven jagen tot de schemer valt. Dan wordt het lastig jagen en kan de vogel op z’n gemak zijn voorraad aanbreken.

Op Schiermonnikoog zouden toch minimaal twee klauwieren nodig zijn voor een veelbelovend gezin. Twee klauwieren van verschillende kunne. Die elkaar leuk genoeg vinden om aan de haak te slaan.

Of de glimp die ik zag inderdaad een mannetje grauwe klauwier was? Hond en ik keedren terug via het dorp, waar we van kennissen horen dat ze een grauwe klauwier hadden gezien. Kijk aan, wie weet!

(Natuurdagboek Trouw, donderdag 18 juni ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *