Groen, rood en geel: zilverschoon

Als je er bij stilstaat is het opmerkelijk hoe mooi een algemeen en klein plantje als zilverschoon is. De plant heeft zijn naam mee, en degene die hem bedacht heeft, had oog voor het zilveren vachtje van vilt op de bladeren aan de onder-, en soms ook de bovenkant bedekt.
De bladeren lijken enigszins op veren, en bestaan uit een verzameling kleine deelblaadjes die tegenover elkaar uit de hoofdnerf groeien. Het worden dan ook geveerde bladeren genoemd. Als je goed kijkt zie je tussen de deelblaadjes telkens een piepklein deelblaadje zitten. Groot en klein wisselen elkaar af. Dat wordt ‘afgebroken geveerd’ genoemd. De botanische wereld zit vol jargon.
De bovenkant van de bladeren is meestal groen. Vanuit de bladrozetten verrijzen zich de bloemsteeltjes, waarop de eigele bloemen staan. Die hebben vijf kroonblaadjes, net als boterbloemen, op wie ze lijken. Maar ze zijn geen familie van de boterbloemen, ze zijn familie van tormentil. Dat heeft eveneens gele bloemen maar met slechts vier kroonblaadjes.
Soms groeien tormentil en zilverschoon door elkaar, al is tormentil iets kieskeuriger. Zo wil het een vochtige groeiplaats, terwijl zilverschoon goed tegen droogte kan. En tegen betreding. Het is vaak in de berm van een pad te vinden.
Het kan zo’n pad, of andere kale grond, gemakkelijk verkennen met bovengrondse wortelstokken. Die uitlopers worden in botanisch jargon ook wel stolonen genoemd. Ze kunnen zowat een meter lang worden en dan een nieuw plantje laten wortelen, een kloon. Dat nieuwe plantje kan rustig wortelen – het heeft de tijd, want het wordt via de wortelstokken door de moederplant in alle behoeften voorzien.
Zo groen en zilvergrijs als de bladeren zijn, zo rood zijn de wortelstokken. Die zijn er ook niet om zonne-energie op te vangen, maar om snel een afstand te overbruggen. Ze hebben dus geen bladgroen nodig. Waarom ze dan rood zijn, en niet bleek, weet ik niet, maar misschien dat de rode pigmenten tegen zonnebrand beschermen.
Hoe dan ook verdient de kleurrijke verschijning van zilverschoon zijn fraaie naam.
(Natuurdagboek Trouw, maandag 22 september ’25)