Een kraamkamer met behang

Een kraamkamer met behang

Behangersbij op Griekse alant. Foto Marian Macville-Vos
Behangersbij op Griekse alant. Foto Marian Macville-Vos

In onze tuin zie ik soms een bij met een breed achterlijf dat van onder geel is: stuifmeel. Dat is dan vaak een behangersbij. De meeste bijen verzamelen stuifmeel aan hun poten. Maar behangersbijen ontberen de voor stuifmeeltransport noodzakelijke haartjes aan hun pootjes.

Daartegenover staat hun brede, platte lijf dat met een borstelige stoppellaag begroeid is. Bijenkenners noemen dat een ‘buikschuier’. Als behangersbijen een bloem bezoeken om nectar te tanken of stuifmeel te eten, richten ze hun buikschuier omhoog, soms bijna verticaal, als een miniatuur-winterkoninkje.

Met het stuifmeel vliegen ze naar hun hol, dat ze bekleden met blaadjes. Die knippen ze uit met hun mond: een verknipt blaadje heeft een rand van ronde inkepingen. Ook vallen er gaten midden in het blad. De blaadjes worden onder de buik in de pootjes geklemd en naar het hol gevlogen. Het lijkt alsof de bij op een vliegend tapijtje zit.

Sommige graven zelf hun centimeters lange holletjes in de grond. De meeste gebruiken holle plantenstengels als hol. Ook de gangen die keverlarven in dood hout hebben gegraven, zijn populair. Dood hout en dode planten kun je dus beter laten staan, of in een hoek van de tuin op een hoop gooien.

Niet alleen gebruikt een behangersbij stukjes blad als bekleding van haar hol, ook sluit ze de broedcellen ermee af. Elk eitje krijgt een kraamkamer, met een wandje van blad. Maar eerst vult de moederbij de broedcel met stuifmeel en wat nectar. Komt er een larfje uit, dan beschikt dat over een voorraad om de winter mee door te komen. De bevruchte eitjes bevatten vrouwelijke bijen. Die worden het eerst gelegd en belanden achterin de gang. De ondiep gelegde eitjes zijn onbevrucht en bevatten mannetjes.

Dat mannetjes oppervlakkiger leven, heeft twee voordelen: mannetjes komen iets eerder uit hun eitjes en vliegen eerder uit, zodat ze vrij baan maken voor de vrouwtjes. De aan de oppervlakte levende larven lopen meer risico door een specht gepakt te worden, en van mannetjes zijn er voor de voortplanting veel minder nodig dan van vrouwtjes

Er zijn tientallen soorten behangersbijen, waarvan er zeventien in Nederland voorkomen. Slechts twee soorten zijn niet zeldzaam.

(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 6 oktober ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *