Geplas in de kwelder

Bij de Kobbeduinen eindigt het Schiermonnikoger web van schelpenpaden. Op het duin kijk je over de kwelder, uit de oostelijke horizon steekt het baken van Willemsduin. Vijf kilometer hemelsbreed. Over het kwelderpaadje is het veel verder. Paadje? Ooit werd het een drukke fietsroute, waarover zich stiekem zelfs huurfietsers waagden. Mocht niet, maar er bleef toch nauwelijks slijk aan de fiets hangen, het was een begaanbaar pad. Toen kwam Natuurmonumenten. De beheerder legde een strandpad aan langs de stuifdijk en liet die stuifdijk zelf juist verloederen. In de kwelder kregen de elementen carte blanche. De slenken uit de Waddenzee kronkelden met het jaar dieper landinwaarts, sommige helemaal tot op het Noordzeestrand. Fietsers kwamen er allengs lastiger door. Ik deed het nog een paar keer met een kind achterop. Dan moet het zonder kind zeker lukken. We stormen opgewekt op onze barrels de Kobbeduinen af, de kwelder in, en moeten meteen stoppen voor de eerste slenk. Springvloed. Het water stroomt om het brugje heen. We stuiten op de ene na de andere slenk. Ze zijn steil, nat en zacht, we zakken erin en waden op blote voeten, grijs van het slijk. Niet dat we onze schoenen droog houden. De vlakten tussen de slenken staan blank. Ook waar het gras droog lijkt, staat water. Je kunt beter meteen soppen, dat scheelt veel getreuzel. Het paadje ligt op de bodem van het moeras.







