ndb 2025 – 2029
De planten van Schiermonnikoog

De planten van Schiermonnikoog

Parnassia. Foto Koos Dijksterhuis
Parnassia. Foto Koos Dijksterhuis

Dankzij de nieuwe ‘flora van een waddeneiland’, over ‘wat er groeit en bloeit’ op Schiermonnikoog, ga ik daar met hernieuwd elan planten zoeken. In het lijvige boekwerk van Thijs de Boer, Cynthia Borras en Erik Jansen staan meer dan zevenhonderd planten, waarvan de hogere soorten allemaal met een foto. Onopvallend en niet-bloeiende soorten, zoals grassen en varens, zijn niet allemaal op de plaat gezet.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De najaarsuittocht is begonnen

De najaarsuittocht is begonnen

Grauwe klauwier vrouwtje voert jong Foto Koos Dijksterhuis
Grauwe klauwier vrouwtje voert jong. Foto Koos Dijksterhuis

Een vogelaar, herkenbaar aan zijn verrekijker, passeerde mij op de fiets toen ik de hond uitliet. Ik vroeg of hij iets had gezien. Nee, zei hij. Dat is vogelaarstaal voor: roodborsttapuit, grasmus, bruine kiekendief en honderd ooievaars. Niets bijzonders dus. Ik verklapte hem dat verderop een nest grauwe klauwieren was uitgevlogen. En dat hij alle paaltjes moest afspeuren, met kans de moedervogel haar jongen te zien voeren.

De vogelaar leefde op, want hij had dertig jaar geleden als biologiestudent een seizoen meegedraaid in een onderzoek naar grauwe klauwieren. Dat gebeurde in het Bargerveen door de Stichting Bargerveen van de overleden, tamelijk legendarische Hans Esselink. Diens stichting is trouwens nog steeds heel actief, maar de vogelaar was inmiddels leraar geworden. Hij vertelde dat vader klauwier na het uitvliegen van de jongen alvast koers zet naar West-Afrika. Ik had dat mannetje inderdaad al zeker een week niet gezien. Het vrouwtje bleef nog even bij de jongen, om dan ook af te taaien.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Lelie van roggeveldjes

Lelie van roggeveldjes

Roggelelie + zwartsprietdikkopje. Foto Koos Dijksterhuis
Roggelelie + zwartsprietdikkopje. Foto Koos Dijksterhuis

Laatst schreef ik over de onlangs overleden roggelelieman Fred Bos, die jarenlang werkte aan bescherming van roggelelies in Duitsland en aan herintroductie van die planten in Drenthe. Ik ben een keer zonder hem en een keer met hem in een gebiedje wezen kijken waar veel roggelelies groeien.

Roggelelies zijn akkerplanten, al kunnen ze ook in sommige tuinen overleven. Hun standplaats hoeft niet per se rogge te zijn, maar de omstandigheden in rogge zijn vanouds ideaal voor deze bolgewassen. In tuinen komen allerlei soorten lelies voor, vaak van een ander geslacht, met ander blad en bloemen in uiteenlopende kleuren. Echte tuinlelies zijn tijgerlelies. Die hadden we vroeger in onze tuin en mijn moeder plukte er leliehaantjes af om ze te vermorzelen. Leliehaantjes zijn kevers die lelies eten. Fred Bos deed hetzelfde met de haantjes op de roggelelies. Vlinders daarentegen werden toegejuicht, zoals het zwartsprietdikkopje op de foto.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Onderhoudsarme tuin

Onderhoudsarme tuin

Duizendblad, biggenkruid, steenanjer, brunel, rolklaver in de tuin van Koos Foto Marijke Wempe
Duizendblad, biggenkruid, steenanjer, brunel, rolklaver in de tuin van Koos. Foto Marijke Wempe

Op weg naar het buitengebied passeer ik voortuinen. De onderlinge verschillen zijn enorm. Van tuinen die de vrije hand krijgen tot steentuinen toe waar elk leven in de kiem gesmoord wordt. Daar tussenin zijn de tuinen waarin veel wilde bloemen staan en tuinen met veel tuincentrumbloemen.

Ik zie wel eens mensen preventief wieden. Ik kan althans met het blote oog niet zien dat er iets te wieden is, toch zie ik ze in de weer met schepjes, tegelmessen of azijn. Roundup zie ik hier gelukkig niet, we leven in een goede buurt. Dat is voor particulieren trouwens al acht jaar verboden, maar makkelijk verkrijgbaar, en ik zie er soms mensen mee hun stoepje bespuiten. Ze vinden misschien dat ze een voltooid leven hebben, je weet de beweegredenen niet.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Een bij in cowboybroek

Een bij in cowboybroek

Pluimvoetbij op biggenkruid. Foto Koos Dijksterhuis
Pluimvoetbij op biggenkruid. Foto Koos Dijksterhuis

Nog steeds zijn er lieden die denken in termen als ‘de bij’. De bij, die met een heleboel soortgenoten in een korf of kast honing maakt. Er zijn nochtans meer dan driehonderd soorten bijen in Nederland, al zijn de meeste lang niet zo talrijk als die ene honingbij. Een volk dat zijn bloemen wegmest, zijn tuinen betegelt en zijn insecten doodspuit verdient niet beter. Maar voor de bijen is het verdrietig.

Eén van de driehonderd soorten is de pluimvoetbij. Dé pluimvoetbij? In (vooral Zuid-)Europa komen vijftien soorten pluimvoetbijen voor. Maar in Nederland is er maar één. De vrouwtjes van pluimvoetbijen hebben harige borstels aan hun achterpootjes: pluimen, waarmee ze stuifmeel verzamelen. De pluimen zijn roze, maar na een paar bloembezoeken zien de bijen eruit alsof ze een knalgele cowboy-broek dragen, met van die brede leren flappen om de jeans eronder te beschermen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De smaak van rode boleet

De smaak van rode boleet

Rode boleet. Foto Koos Dijksterhuis
Rode boleet. Foto Koos Dijksterhuis

Hoewel ik niets tegen beeldende kunst heb, en kunst in de natuur heel mooi kan zijn, ben ik daar niet per se blij mee. We willen al zoveel activiteiten in de natuur, die juist beter af is zonder mensenmassa’s. En de natuur brengt zelf al genoeg kunstwerken voort, waarvan de paddenstoelen wel het fraaiste voorbeeld zijn.

Ik noemde laatst de stinkzwam, de zwavelzwam en de russula’s die ik eind juni zag. Half juli kwamen daar de gele aardappelbovisten bij en vervolgens de eerste boleten. Niet eens eekhoorntjesbrood, maar familie daarvan, die ook in het gras onder eiken of beuken staat. Drie exemplaren zag ik en wat waren ze mooi. Een rozerode hoed, een mollige, rozerode steel, en daartussen een bollewangenhapsnoet van gele poriën. Als je daar in knijpt, worden ze blauw.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Reuzenvlinder in de tuin

Reuzenvlinder in de tuin

Ligusterpijlstaart. Foto Koos Dijksterhuis
Ligusterpijlstaart. Foto Koos Dijksterhuis

Vroeg in de avond viel mijn oog op een gigantische vlinder, op een plank vlak boven het gras. Hij, of beter: zij (bleek later) had een zwart met wit masker. Het insect bewoog niet. Ik schatte de lengte op zes centimeter.

Ik haastte me naar binnen om de camera te pakken. Zat ze er nog? Ja ze zat er nog. Binnen vergeleek ik de foto’s met plaatjes en het was een ligusterpijlstaart. Met gespreide vleugels toont die soort een roze met zwart lijf, maar deze hield de vleugels strak gevouwen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Opwindende planten met witte kelken

Opwindende planten met witte kelken

Haagwinde met bruin zandoogje + grote kommazweefvlieg. Foto Koos Dijksterhuis
Haagwinde met bruin zandoogje + grote kommazweefvlieg. Foto Koos Dijksterhuis

Tot de grootste insectenbehagers onder de wilde bloemen horen berenklauw, jacobskruiskruid, akkerdistel en haagwinde, de bende van vier. Het zijn impopulaire planten waarbij impopulair een understatement is. Het zijn planten die het altijd en overal heel goed doen. Ze kunnen een boel stikstof verdragen, droogte en nattigheid, menselijk geschoffel en gerommel.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zit er PFAS in onze eieren?

Zit er PFAS in onze eieren?

Kippeneieren Foto Koos Dijksterhuis
Kippeneieren. Foto Koos Dijksterhuis

Laatst schreef ik over onze zeven kippen en vooral de eieren die ze leggen. We hebben geen haan maar dat weerhoudt hen er niet van bijna dagelijks een ei te leggen. Sommige van de zeven samurai zitten er graag op te broeden. We halen ze weg en geven ze soms een gekookt ei terug. Daar zijn ze gek op. Ook een gebroken rauw ei wordt gretig naar binnen gewerkt, dan drinken ze het struif. Zouden ze beseffen dat ze een soort kannibalisme beoefenen? Kannibalisme light.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Pootafdruk

Pootafdruk

Pootafdruk. Foto Koos Dijksterhuis
Pootafdruk. Foto Koos Dijksterhuis

Op een druk belopen zandpad langs een bosje vind ik in de modder van een opgedroogde plas één pootafdruk die afwijkt van de vele honden- en enkele reeënsporen. Hij is klein, ruim drie centimeter breed, en heeft een rechte rij kleine gaatjes, alsof er met een rij voortandjes in de grond gebeten is.

Ik neem een foto en haal er thuis de dierensporenveldgids van Annemarie van Diepenbeek en het Prentenboek van René Nauta en Aaldrik Pot bij. Vanwege mijn associatie met tandjes moet ik aan hermelijn en wezel denken. Beide heb ik op ongeveer een kilometer afstand van deze pootafdruk wel eens gezien. Maar nee, martersporen zien er anders uit, en hebben geen recht rijtje voortanden eh.. -tenen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN