De smaak van rode boleet

Hoewel ik niets tegen beeldende kunst heb, en kunst in de natuur heel mooi kan zijn, ben ik daar niet per se blij mee. We willen al zoveel activiteiten in de natuur, die juist beter af is zonder mensenmassa’s. En de natuur brengt zelf al genoeg kunstwerken voort, waarvan de paddenstoelen wel het fraaiste voorbeeld zijn.
Ik noemde laatst de stinkzwam, de zwavelzwam en de russula’s die ik eind juni zag. Half juli kwamen daar de gele aardappelbovisten bij en vervolgens de eerste boleten. Niet eens eekhoorntjesbrood, maar familie daarvan, die ook in het gras onder eiken of beuken staat. Drie exemplaren zag ik en wat waren ze mooi. Een rozerode hoed, een mollige, rozerode steel, en daartussen een bollewangenhapsnoet van gele poriën. Als je daar in knijpt, worden ze blauw.
Kunstwerkjes zijn het! En met een intelligent design waar geen door mensen gemaakt computerkunstwerk aan kan tippen. Rode boleten werken samen met de loofbomen waaronder ze groeien. Ze hebben een groot ondergronds netwerk van een soort zenuwdraden, die zich om de boomwortels plooien en er voedingsstoffen en water mee uitwisselen. Zo profiteren ze van elkaar. Door dat ondergrondse harige web wordt ook stikstof en kooldioxide vastgelegd. De agrarische sector zou dat feit als wapen in de strijd tegen de stikstof- en klimaatcrises kunnen gebruiken, in plaats van de velden te vergiftigen met fungiciden (zwammen- en schimmelverdelgers).
Enfin, hoe interessant paddenstoelen ook zijn, als ik op een excursie een zwam aanwijs, wordt er steevast gevraagd: is ie eetbaar? Het inmiddels even versleten antwoord luidt: alle paddenstoelen zijn eetbaar, maar sommige slechts één keer.
Een rode boleet is niet giftig, maar smaakt naar zeep – je moet ervan houden. Slakken en bosmuizen zijn er verzot op. Zoals veel zwammen wordt er dan ook vaak aan geknabbeld, waardoor gave exemplaren zoals op de foto niet vanzelf spreken.
De zomer vordert, het kunst-in-de-natuurseizoen is geopend!
(Natuurdagboek Trouw, maandag 28 juli ‘25)