De grote lijsters trekken naar het zuiden. Grote lijsters zien eruit als flinkgebouwde zanglijsters. Sommige overwinteren in Nederland, andere trekken door van Zweden naar Frankrijk. Net als merels zingen ze als één van de vroegste bosvogels in het jaar. Al in januari zingen ze hun lied, dat op een merellied lijkt, maar korter duurt en abrupt wordt afgebroken. …
Vorige week fietste ik langs de kust van Friesland en de Afsluitdijk naar de Noord-Hollandse duinen. De kust is de plek bij uitstek om trekvogels te zien, vooral na oostenwind, als vogels die liever over land vliegen naar het westen afdwalen en voor de grote watervlakte terugdeinzen.
Ik zag langs zo’n tweehonderd kilometer kust een stuk of tien tapuiten, drie roodborsttapuiten, tientallen graspiepers, overvliegende groepjes vinken, groenlingen en kneutjes, kool- en pimpelmezen, één groep staartmezen, drie veldleeuweriken en af en toe een zanglijster. Die golfde zachtpiepend over. De aantallen vielen me tegen. Trekken de vogels later vanwege het aanhoudende zomerweer, dat ook Scandinavië warm hield? Waarschijnlijk wel. De lijsters zeker. Ieder moment kan de grote toestroom van zanglijsters, merels, kramsvogels en koperwieken beginnen.
De eerste koperwieken zijn er al. Ze storten zich op bessenstruiken. Ze lijken op zanglijsters, maar zijn iets kleiner en hebben roestbruine vlekken onder hun vleugels. Ze trekken in groepen over, vooral ’s nachts, en onderhouden dan contact met korte, hoge piepjes. Die piepjes waren voor mij in oktober altijd een beloning: ze zijn er weer! Sinds twee jaar hoor ik ze niet meer, zelfs niet tijdens het hoogtepunt van hun trek. Mijn middelbare oren laten het afweten. Misschien dat ik ter compensatie van die enorme oude-mannen-oren krijg, ik ben benieuwd. Voortaan vertrouw ik op mijn ogen. Ik speur de hemel af. Maar op de fiets moest ik op de weg letten en zag ik geen koperwieken, maar wel een enkele zanglijster. Merels zag ik meer, maar hoewel die ook massaal uit het noorden komen, kunnen dat net zo goed plaatselijke bewoners zijn geweest. De meeste Scandinavische merels op herfsttrek vliegen door naar Engeland. Net als trekkende spreeuwen.
Toen ik op mijn veertiende begon vogels te kijken, kende ik de gebruikelijke tuinvogels, waaronder de specht, de vink en de kwikstaart, maar ontdekte ik dat er groene, zwarte en bonte spechten waren, appel- en goudvinken, witte en gele kwikstaarten. Dat er behalve kraaien ook bonte kraaien bestonden, was dan weer geen nieuws. Want in die tijd doken bonte kraaien vleugel aan vleugel met zwarte kraaien op de kliekjes in de tuin. …
Als er beslist een Nationaal Park verkozen moet worden tot Internationaal Park en verbouwd moet worden tot pretpark met massarecreatie, dan komen de Oostvaardersplassen het meest in aanmerking. Daar is dankzij de begrazing met een hoeveelheid paarden, koeien en herten, die de intensieve veehouderij overtreft, van de vroegere natuur toch al weinig over. Met draconische ingrepen als drooglegging wordt geprobeerd iets van de natuurwaarden terug te winnen. De op een kudde uitgemergelde gnoes lijkende veestapel ligt vlakbij spoorweg, snelweg, vaarweg en luchthaven. Het gebied is bovendien een marketingsucces met grote bekendheid. Gek genoeg is het vlaggenschip van de instantwildernis niet eens opengesteld voor publiek, in tegenstelling tot bijna alle andere natuur. Maar dat biedt kansen voor geld verdienen, precies dat waar deze verkiezing om draait. Entree heffen! …
De zuringuil is geen vogel maar een nachtvlinder. Zuringuilen vliegen in de lente, trekken zich dan even terug, waarna een volgende generatie zich aandient van juli tot september. Tussendoor en na afloop leven zuringuilen in rupsengedaante. De vlinders gaan dood, maar hebben eitjes afgezet op vezelige planten als zuring, braam en weegbree of op loofbomen, vooral wilgen. De rupsen vreten zich een weg door de zuring, braam en weegbree, tot ze zich verpoppen. …
Grauwe kiekendieven m. (boven) en v. Foto Theo van Kooten
Hoe meer dieren en planten zeldzaam worden, des te meer verkiezingen er worden georganiseerd voor de soort van het jaar, het jaar van de soort, de nationale dit en de provinciale dat. En alle natuurbeschermingsorganisaties doen er aan mee, want je weet maar nooit of je in de prijzen valt.
Nu is er niet alleen een verkiezing van het Nationale Park dat verbouwd zal worden tot pretpark, maar zowaar ook een verkiezing van de plant- of diersoort van Groningen. De provinciale hoofdprijs bedraagt 15 duizend euro. Als er dan zonodig gestemd moet worden, heb ik voor deze volksraadpleging een stemadvies. …
De zangvogeltrek is in volle gang. Hoewel de nazomer maar voortzomert, zijn veel graspiepers en vinken op de wieken. Hun gepiep en getjup vult de lucht als ze overgolven. Op naar het zuiden!
Graspiepers en vinken werden zaterdag het meest geteld op de trekvogelteldag. Graspiepers vlogen met ruim, vinken met krap honderdduizend in het vizier. Tot mijn vreugde haalde de spreeuw de derde plaats, hoewel het er nog niet half zoveel waren als graspiepers. In september begint de spreeuwentijd. Met de nieuwe generatie en arrivés uit Noordoost-Europa zijn er nu veel. En in september beginnen ze te zingen alsof het lente is. …
Warme muts van zeehondenbont. Foto Koos Dijksterhuis
Dierendag is de dag der dieren. Wij binden onze labradors een strik om en voelen ons een dierenvriend. Onderwijl blijven we dieren gebruiken om ons te behagen en te voeden. Om dat zo goedkoop en winstgevend mogelijk te doen, maken we het leven van de meeste dieren tot een hel. Wilde dieren ontnemen we zelfs het leven, door hun leefgebied te verwoesten.
Dostojewski schreef eens over een petitie aan God. Enkele bijbelse helden zagen hoofdschuddend hoe God wraak nam op wie Zijn naam ijdel had wagen te gebruiken. De zondaren moesten branden in de hel. Geen duizend jaar, geen duizend maal duizend jaar, maar eeuwig. …
Bonte strandloper met restjes zwart op zijn herfstbuik. Foto Koos Dijksterhuis
Strandlopers lopen in de modder, door ondiep water, op oevers, slikken, gorzen, kwelders en wadplaten. De meeste soorten lopen niet op het strand. Drieteenstrandlopers zijn een uitzondering. Kanoeten en bonte strandlopers lopen soms op het strand. Bonte strandlopers zijn er zo veel, die kun je bij alle wateren aantreffen, zeker in de herfst, als de horden uit het hoge noorden komen, met de nieuwe generatie erbij. Vele trekken verder, nog meer overwinteren in Nederland, naar schatting wel zo’n vierhonderdduizend vogels. De meeste verblijven in de Waddenzee. …
In deze rubriek deelde Flip van Doorn zaterdag 24 september zijn nutteloze kennis over het Vlaamse gehalte van de Vlaamse gaai. Dat Vlaamse is te danken aan de kleurrijke Vlamingen. En omdat de gaai volgens Van Doorn “één van de meest bontgekleurde vogels” is, werd ie Vlaams gemoemd. Van Doorn maakt hier een wijdverbreide en ingeburgerde vergissing. De gaai is kleurrijk en daarom juist niet bont.